*

 

Reuzevoedertafel vol geelgorzen

Koos Dijksterhuis − 09/01/09, 00:00

Bij Tripscompagnie op de zandgronden van Zuidoost-Groningen hebben akkerbouwers Pieter en Ineke Pentenga twee van hun 65 bunders niet geoogst. Op verzoek van de Werkgroep Grauwe Kiekendief blijft op die twee veldjes de hele winter zomertarwe staan. Op andere, wel gemaaide percelen, zijn de tarwestoppels en gemorste korrels niet ondergeploegd. Dekking en voer voor vogels en muizen. Door de verrekijker blijkt het bruine tarweveld overal gele vlekjes te vertonen. Ruim vijfhonderd geelgorzen hippen rond op deze reuzevoedertafel. Soms snorren ze in zwermen naar de bosjes aan de kopse kant van de langgerekte akker.

Tussen de gorzen bevinden zich vinken, kepen, groenlingen en ringmussen. Bovendien vliegen er groepjes veldleeuweriken op. Er scharrelen patrijzen en fazanten. Ook veldmuizen houden van graan. Ze laten zich weliswaar niet zien, maar verraden zich door hun vele holen in de akkergrond. En die blauwe kiekendief daar zeilt niet voor niets langs. Torenvalken en buizerds gebruiken kale boompjes en palen als uitkijkpost. De blauwe en de grote zilverreiger die over de velden stappen, komen ook op de muizen af. Blauw en zilver houden overigens grote afstand van elkaar.

Ineke Pentenga komt aanlopen. „Kraaien zijn hier veel”, zegt de boerin. Tot haar opluchting zijn het roeken: kraai-achtigen met een stijl voorhoofd en grijze snavelbasis. Die eten zaden, noten en gewasresten. Niet voor niets heet de roek in Duitsland Saatkrühe, zaadkraai. „En die dan”, wijst ze argwanend naar twaalf kramsvogels die tjakkend overvliegen. In het Gronings heten kramsvogels tjakkers, vanwege hun tjakkende roep. Ze eten vooral fruitresten. De twaalf worden achter de vodden gezeten door een piepklein valkje: een smelleken. De boerin knikt, mompelt „Oh” en biedt koffie aan.

mailIcon print |