*

 

Elke dag bidden voor Gaza

Eduard Padberg − 10/01/09, 15:02

weblog In de kruidenier om de hoek staat de televisie standaard afgesteld op een islamitische zender, die 24 uur per dag (geen Nederlandse openingstijden hier) koranverzen spuit. Maar deze week geen gezegend gejengel: voor het eerst staat de tv op nieuwszender Al-Jazeera, zodat de ontwikkelingen in Gaza op de voet kunnen worden gevolgd.

Beelden van bloedende kinderen en uitgeputte bejaarden flitsen door de winkel. Samih, een rustige streng religieuze jongen met vlasbaardje, is bijna altijd achter de toonbank te vinden. Als je hem er niet aantreft, is de kans groot dat hij even naar de buurtmoskee is. Elke dag bidt hij voor Gaza, deelt hij desgevraagd mee. Maar niet alleen voor de Palestijnen in het geteisterde gebied; ook voor de ondergang van Israël. ‘ En dat god de joden mag straffen voor hun criminele acties’.

We vragen door. Het gaat voor Samih niet om Hamas. Hij steunt het verzet, maar heeft verder weinig op met de islamitische organisatie (die volgens hem, net als de Moslimbroederschap in Egypte, de verkeerde islamitische leer aanhangt door zich met de politiek in te laten). Het gaat om zijn Palestijnse broeders. Als mede-moslims maken zij deel uit van de ummah, de wereldwijde islamitische gemeenschap.

Het liefst zou hij zelf de wapens opnemen tegen Israël, verklaart hij plechtig. ‘Als Mubarak ons ooit de kans geeft zal het Egyptische volk deze niet laten liggen. Wij zijn 80 miljoen. Hoeveel Israëli’s zijn er?’ De krachtige uitspraken slaan, na een korte pauze, echter over in gelatenheid. ‘Maar het is zinloos. Mubarak beslist, en hij zegt nee.’

Veel van de jongeren die ik de afgelopen dagen heb gesproken uiten een soortgelijk sentiment, al gaat een nieuwe oorlog voor velen te ver. Opvallend is wel dat de roep om herstel van de gekrenkte Arabische eer, automatisch omslaat in gelatenheid. De emotionele betrokkenheid bij de oorlog in Gaza is groot. Maar de realiteit van de politiestaat maakt actie onmogelijk. En daar legt men zich over het algemeen bij neer.

De traditionele protestplekken in Caïro, de Al-Azhar moskee voor de religieuze getinte onvrede en de beroepssyndicaten voor het seculiere (maar tegenwoordig ook steeds meer religieuze) dissent, worden uit voorzorg belegerd. Een troepenmacht- een mix van oproerpolitie, knokploegen en agenten in burger- zorgt ervoor dat elke uiting binnen de perken van het geoorloofde blijft, en geen kwaad woord tegen het regime wordt gericht.

Een menigte in Alexandrië, de tweede stad van Egypte, bedacht dit weekend een compromis, op de grens van het toelaatbare. Ze scandeerden hun excuses. ‘Sorry Palestijnen’, klonk het.’ Wij zouden de grens open gooien. Maar het is niet in onze handen.’

Eduard Padberg is correspondent in Caïro

mailIcon print |