Gisteren bracht Trouw het vijfjaarlijks onderzoek naar de staat van het recht. Henk Korvinus, hoofdofficier van justitie in Rotterdam, vindt dat justitie creatiever moet straffen. „Een verbod op internet is soms effectiever dan een tijd in de gevangenis.”
Dat zes op de tien burgers geen vertrouwen hebben in de wijze waarop in Nederland de misdaad wordt bestreden, verrast Henk Korvinus niet. De hoofdofficier van justitie in het arrondissement Rotterdam: „We hebben niet bijgedragen aan het zichtbaar maken wat we doen. Op dat onderdeel moeten we echt transparanter zijn”.
Tijdens het gesprek met Korvinus, in het aan de voet van de Erasmusbrug gelegen paleis van justitie in Rotterdam, hamert de hoofdofficier regelmatig op het begrip ’duidelijkheid’. „Als het gaat om de geloofwaardigheid van de misdaadbestrijding, is er voor het Openbaar Ministerie nog wel een weg te gaan. We moeten de samenleving duidelijker maken wát bestreden moet worden en hoe wij dat doen. Je bereikt ermee dat burgers veel beter begrijpen wat er gebeurt. Of zij het daar inhoudelijk mee eens zijn, is een tweede”.
Korvinus houdt van stijlvolle eenvoud én openheid. Dat hoeft niet meteen in te houden dat het OM zijn strategieën op gebied van misdaadaanpak aan de buitenwereld prijsgeeft. „Welnee, daar hoeft niemand op te hopen of voor te vrezen. Het systeem moet slimmer, effectiever, daar gaat het om”, zegt hij. „Dat gaat ook gebeuren, want justitie en politie zijn bezig met een enorme professionalisering. We moeten kunnen zeggen en laten zien wat we aan het doen zijn. Zo ver zijn we niet altijd, maar dat die slag wordt gemaakt, is zeker.”
Als voorbeeld noemt hij de enkele jaren geleden in gebruik genomen containerscan in de Rotterdamse haven. Risicovolle scheepsladingen worden met het apparaat nauwlettend gecontroleerd op de aanwezigheid van mogelijk ’fout spul’, waarvan drugs het bekendst zijn.
„Het is een interessante manier van misdaadbestrijding”, meent de hoofdofficier. „De gunstige effecten ervan zijn prettig. Anderszins gebeurt het nu dat schepen met een verdachte lading nog gauw even uitwijken naar een van de havens in de buurlanden, die niet over zo’n scan beschikken. Daar mogen wij, in Europees verband, dus best transparanter over zijn. We zijn voortdurend bezig om de misdaadbestrijding in een breder vlak te trekken. Misschien zouden we de media daar meer bij moeten betrekken. Of er met journalisten over filosoferen”.
De uitkomsten van het TNS-Nipo-onderzoek, in opdracht van Trouw, stemmen de hoofdofficier niet ontevreden en evenmin verrassen zij hem. Zo daalde het percentage Nederlanders dat zich op straat onveiliger voelt dan tien jaar terug van 57 naar 51 procent. Vooral vrouwen, ouderen en jongeren in de leeftijd van 18 tot 34 jaar raken de gevoelens van onveiligheid allengs kwijt. „Het is voor de burger inzichtelijker geworden”, verklaart Henk Korvinus deze positieve ontwikkeling. Hij wijst erop dat de overheid de burgers de afgelopen jaren voortdurend heeft gestimuleerd om ook zelf verantwoordelijkheid voor de eigen veiligheid te dragen. De burger mag niet alleen afhankelijk zijn van de overheid, vindt de hoofdofficier.
Hij noemt de woningbeveiliging. „Iedereen in Nederland wordt al langer van harte uitgenodigd om behoorlijk hang- en sluitwerk aan de eigen woning te bevestigen. Daar is en wordt stevig op ingezet en dat heeft effect. Het woongenot groeit hierdoor en dat heeft weer een positieve uitstraling op de omgeving. Voor ondernemers geldt hetzelfde. Ook zij moeten zelf maatregelen nemen om de kans op een roofoverval te beperken. Dat doen zij bijvoorbeeld via de winkeliers- of ondernemersvereniging. Samen worden zij sterker. In de grote steden moet je vooral naar de oude wijken met nieuwe Nederlanders kijken. De cohesie daar moet worden bevorderd en hiervoor mogen mensen en ondernemingen uit de anonimiteit worden gehaald. Je moet elkaar niet met vrees tegemoet treden. Elkaar respecteren en kennen is beter. Het moet niet het benauwende gevoel, de sociale controle van de zestiger jaren zijn. Als je elkaar kent, als je met elkaar de verbinding zoekt, dan gaat het beter. Er is volop ruimte om dat de komende jaren verder uit te bouwen”.
Evenals de samenleving heeft het OM te maken met golfbewegingen in de harde misdaadsector en de veelvoorkomende (kleine) criminaliteit. Het is de praktijk dat de vrijlating van een veelpleger in bepaalde gebieden soms meteen een toename laat zien van woning- of auto-inbraken. Soms staat na de vrijlating van de veelpleger een politieteam gereed om hem bij het eerste het beste delict weer op te pakken. Dat gebeurt dan al binnen één of twee dagen.
Korvinus: „Rechters vinden dat soms te snel gaan. Wij niet. Zo krijg je verschillende wereldbeelden”.
Het OM kijkt intensief naar de ’nazorg’ van zeker deze categorie delinquenten. Hoe wordt voorkomen dat zij opnieuw in de fout gaan? Zolang iemand meewerkt, gaat dat goed. Voor de weerbarstigen onder hen ligt het lastiger. Een stok achter de deur is dat vervroegde invrijheidstelling geen automatisme meer is.
„Maar dan nog kijk je naar andere mogelijkheden”, weet Korvinus. „De tijd dat iemand voor een leven op straat koos en dat het kon dat zo iemand helemaal verloederde, is voorbij. Met andere partijen, zoals de zorgsector en het maatschappelijk werk, zijn mensen uit die verloedering en criminaliteit gehaald. Een aantal van de veelplegers heeft nu zelfs een baantje. Dan kan iemand zeggen „Dat is een vorm van bemoeizucht’, maar het antwoord is dat het wél helpt. Het is absoluut de moeite waard om te pogen het gedrag van mensen te veranderen. Dat is gewoon een enorme uitdaging”.
Maar dan blijkt dat burgers de straffen in Nederland te laag vinden. Korvinus: „We kregen hier een brief van iemand van wie een familielid was mishandeld. In elkaar geslagen toen iemand zijn huis binnendrong. De verdachte werd na een weekendje cel vrijgelaten. De briefschrijver wees op het trauma dat het slachtoffer aan het incident overhield én, in contrast hiermee, het ogenschijnlijke gemak waarmee de verdachte na een paar nachtjes weer op straat stond. Ik deed bij de betrokken officier navraag en zij zei: „Mij is het gemeld als een eenvoudige mishandeling en bij de verdachte lijkt bovendien een stoornis aan de hand, waardoor het niet veel zin had hem langer vast te houden”. De officier bood aan om met de familie van het slachtoffer te praten. Hoe straffen worden ervaren, heeft veel te maken met hoe het slachtoffer, of zijn directe omgeving, het delict heeft ervaren. ”.
Meer algemeen mogen rechters van Korvinus effectiever straffen. Forse sancties voor geweld tegen gezagsdragers en ambulancepersoneel zijn wat hem betreft gerechtvaardigd. „Dan moet je denken in vrijheidstraffen. Merk maar tussen vier muren hoe stom je geweest bent. Er mag best een schepje bovenop. Tegelijkertijd zijn we met de reclassering hard bezig om voorwaardelijke sancties te optimaliseren. Met voorwaarden aan hun gedrag kun je mensen beter beïnvloeden. Kijk, zodra je ze tussen vier muren opsluit, maak je ze afhankelijk. Je moet mensen, voor zover dat uiteraard mogelijk is, zelf hun verantwoordelijkheid laten dragen. Daarom ben ik een voorstander van het creatief bestraffen. Het voor langere tijd innemen van een rijbewijs komt vaak harder aan dan een gevangenisstraf van korte duur. Een verbod op internetgebruik: in sommige zaken zou dat veel effect hebben en meer betekenen dan een tijdje tussen die vier muren”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.