*

 

Doodborstje

Koos Dijksterhuis − 10/01/09, 00:00

Roodborstje tikt tegen het raam, tik... Stilte. Roodborstje ligt doodstil op de grond. Warm in de hand, maar zonder adem, zonder hartklop. In zijn oogjes zie ik geen dood of ander onheil. Ze worden niet dof, ze gaan niet dicht, ze kijken me precies zo aan als een levende roodborst zou doen.

Vogelogen zijn geen spiegels van de ziel. Toch ziet de ene vogel er sympathieker uit dan de andere. Naast een zilvermeeuw wordt een stormmeeuw een goedzak. Een roek is naast een kraai de vriendelijkheid zelve. De roek heeft een voorhoofd boven zijn snavel, bij de kraai gaan die twee in een dalende, bijna rechte lijn in elkaar over. De zilvermeeuw heeft veertjes als een scheef gefronste wenkbrauw boven zijn ogen. Boeventronie. Maar dat ligt niet aan hun oogopslag.

Roodborstjes zien er koddig uit, zeker in de kou als hun toch al ronde postuur nog molliger lijkt door hun opgezette veren. En die feestelijke, rode slab... Niemand zal een roodborstje verwensen, een lot dat menig zilvermeeuw en zwarte kraai treft. Terwijl roodborstjes onverdraagzame ettertjes zijn. Altijd bezig elkaar voedsel en ruimte afhandig te maken. Zelfs hartje winter zijn ze territoriaal, als een boze buurman die zich verschanst achter de schutting of een oosterbuurman in zijn strandkuil. Zelfs hun eigen spiegelbeeld verdragen ze niet. Daarom tikken roodborstjes soms tegen het raam. Ze vallen hun vermeende rivaal aan, die exact even agressief reageert en de echte roodborst en zichzelf tot razernij brengt. Maar toch: schattig. Te midden van vorst en ijzel sterft deze roodborst aan een klap tegen het raam van een geparkeerde auto. Tik!

mailIcon print |