De Milanese componist Fausto Romitelli (1963-2004) heeft door zijn vroege overlijden nooit de kans gehad om bij een groter publiek bekend te raken. Met ’An Index of Metals’ (2003) componeerde hij zijn zwanenzang voor het Belgische ensemble Ictus. De eerste uitvoering van de multimediale liedcyclus vond enkele maanden voor zijn dood plaats. In de tussentijd is Romitelli een geheimtip geworden.
In het op Frankrijk gerichte Vlaamse muziekleven vindt Romitelli’s taal waarschijnlijk een vanzelfsprekende plek. Het Amsterdamse Muziekgebouw bleek donderdag bij de Nederlandse première matig bezocht – opmerkelijk voor de anders beter gevulde Donderdagavondserie. En vooral jammer, want ’An Index of Metals’ is een spiritueel testament dat een breed publiek zou moeten bekoren.
Romitelli experimenteert met sonore klankmassa’s waarin harmonie en klankkleur versmelten, met de akoestische suggestie van elektronische klanken, met het samenpersen of het uit elkaar trekken van muzikaal materiaal en met de mate van verzadiging van die klanken.
Vanuit dit speelterrein legde Romitelli in ’An Index of Metals’ verbindingen met de alternatieve popmuziek en de psychedelische rock. Compleet met associatieve film op drie doeken boven het podium. Ook in die beelden de vervorming, filtering, herhaling, verzadiging en vernietiging van het figuratieve.
Zo opende Romitelli’s ’Index’ – na herkansing vanwege haperende techniek – met een steeds weer opnieuw opstartende Pink Floyd-sample; er klonken elektronische overgangsfragmenten van techno-artiesten zoals Pan Sonic, athletische Kate Bush-zanglijnen met deathmetal-teksten voor sopraan Donatienne Michel-Dansac, en een obsessieve elektrische gitaarcadens voor supergitarist Tom Pauwels. Het niet al te grote bezette Ictus had tegelijk de lijfelijkheid en slagkracht van een rockgroep zonder slagwerk.
Je hoorde ook wie Romitelli’s voorbeelden uit de klassieke muziek moesten zijn geweest (Tristan Murail, GĂ©rard Grisey, Iannis Xenakis). Binnen die hallucinerende, noise-achtige openstapeling van virtuoos geïnstrumenteerde klanken hoorde je bij vlagen een soevereine stem doorbreken.
Met een indrukwekkend rauwe improvisatie van Pauwels eindigde de ’index van metalen’ in een klinkende oxidatie. De laatste wrede klank werkte – met terugwerkende kracht – veelbetekenend: het kort brommende geluid van Pauwels’ ontkoppelde gitaarplug verbrak abrupt de vijftig minuten durende euforische trance.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.