Ze was een van de laatsten der Mohikanen. Betty Freeman, de Amerikaanse geldschietster, mecenas, entrepreneur, pianiste, fotografe en wat niet allemaal nog meer, overleed afgelopen zondag op 87-jarige leeftijd aan de gevolgen van alvleesklierkanker.
Haar naam staat in partituren van John Adams, Steve Reich, Harrison Birtwistle, John Cage, Morton Feldman en Luciano Berio; allen droegen zij muziek aan haar op. Muziek die zonder haar voorspraak en vaak ook zonder haar geld niet geschreven zou zijn. Dankzij haar ontstonden onder andere Adams’ opera ’Nixon in China’, Reichs strijkkwartet ’Different Trains’ en Birtwistle’s ’Antiphonies’; stuk voor stuk klassiekers van de 20ste eeuw.
Ze verzamelde componisten om zich heen in haar muzikale salon in Los Angeles die vanaf de jaren tachtig een begrip was. In het muzikale tweestromenland van het postmodernisme maakte Freeman overigens geen keuze; ze rekende én Philip Glass én Pierre Boulez tot haar muzikale vrienden. Een echte mecenas dus in de geest van Gaius Cilmius Maecenas, de steenrijke Romein die in zijn villa op één van de zeven heuvels van Rome de dichters Vergilius, Horatius en Propertius ontving. Freeman schreef cheques uit – om de huur te betalen, om een cd-opname te bekostigen, een muziekstuk te laten schrijven of voor alles wat een kunstenaar maar nodig zou kunnen hebben.
Freeman gaat met haar excentrieke, maar gulle gedrag de geschiedenis in. Ze voegt zich daar bij enkele andere welgestelden zonder wie de klassieke muziekwereld aantoonbaar armer zou zijn geweest.
De eerste die in gedachten komt is Paul Sacher, de Zwitserse dirigent die tien jaar geleden overleed en net als Freeman een gezegende leeftijd bereikte: 93 jaar werd hij. Sachers wapenfeiten liggen een paar generaties eerder, toen de muziekwereld er nog heel anders uit zag. Stravinsky schreef zijn ’Concerto in D’ voor hem, Bartók zijn ’Muziek voor strijkers, slagwerk en celesta’. Hij had contacten met Honegger, Martin, Hindemith, Strauss, Dutilleux en Carter. En vóór Freeman zag hij al wat in Boulez en Birtwistle. Henze droeg zijn Tiende symfonie, door Sacher besteld, postuum aan hem op.
Mooi die brede en afwisselende steun van Sacher en Freeman. Heel anders dan de monomane, maar niet minder belangrijke steun die componisten als Lully, Wagner en Tsjaikovski kregen. Zij waren in grote mate afhankelijk van respectievelijk Lodewijk XIV, Ludwig II van Beieren en Nadezjda von Meck. De protectie en voortrekking van hun grote vorsten leverden Lully en Wagner overigens uiteindelijk wel de nodige problemen op. Tsjaikovski was beter af, misschien omdat hij zijn begunstigster nooit ontmoette. Het ging Von Meck om de muziek, niet om de persoon.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.