*

 

Installaties die je doen stilstaan om te verwonderen

Leonhard de Paepe − 10/01/09, 00:00

Sommige mensen kunnen met enorme concentratie kijken naar de dingen om zich heen. Misschien doen ze dit vanuit de verwondering die ten grondslag ligt aan de oude filosofische vraag waarom er ’iets’ is en niet veeleer niets?

Een vraag die overbodig lijkt, maar er wel de oorzaak van is dat letterlijk alles om je heen –een bloem, een glas, een wolk– opeens object van verwondering wordt. Een voorbeeld uit de schilderkunst is Paul Cézanne die steeds opnieuw de Mont Sainte-Victoire schilderde.

In de kunst is deze interesse voor de dingen bijna verdwenen. Eerder gaat het om de relatie tússen dingen, het medium, media en abstracte concepten. Conceptuele, overreflexieve kunst (postmodernisme) en het vervloeien van genres zijn we sinds de jaren zeventig in de kunst gewend. Het gaat daarbij helaas vaak eerder om verstrooiing dan om concentratie.

Een aangename uitzondering is Lawrence Malstaf (36). De Vlaming won in november 2008 de Witteveen+Bos-prijs voor Kunst en Techniek. Zijn werk is nu tentoongesteld in de Bergkerk in Deventer. Malstafs installaties zijn groots en fascinerend, en tegelijkertijd ontstellend simpel. Ze laten de kijker, misschien tot zijn eigen verbazing, stilstaan om zich te verwonderen over de dingen.

Malstafs werk is doordrenkt met de verstilde concentratie. Op de opening van de expositie zat hijzelf minutenlang uiterst geconcentreerd te kijken naar zijn werk ’Knot in trouble’. Een metalen strip waarvan de uiteinden door een apparaat met een afstandsbediening wordt opgedraaid. De strip draait om zijn as en raakt in zichzelf gekronkeld. In zijn openingswoord legde hij uit dat de strip ondanks gecontroleerde identieke omstandigheden telkens een volstrekt andere uitwerking ondergaat.

Inspiratie haalde Malstaf uit een elastiekje dat hij aan het ontbijt tussen zijn vingers rolde. Alles kan inspiratie geven. „Een plastic boterhammenzakje dat in de lucht zweeft. Normaal lopen mensen er voorbij, maar ik heb er oog voor. Dat er zoveel orde is gevonden door wetenschappers in de natuur is prachtig. Ik gebruik hun kennis als ingenieur om te laten zien hoe ongelooflijk veel onverklaarbaars er nog steeds is.”

’Nemo Observatorium’ is een manshoge cilinder van doorzichtig plastic waarin steeds één bezoeker plaats kan nemen op een stoel. Zodra deze op een knop duwt, veroorzaken ventilatoren een wervelstorm met de bezoeker in het windstille oog. „Ik kijk graag naar wolken en golven en probeer patronen te ontdekken. Van alle aangespoelde schelpen die schuin liggen is die ene die recht ligt interessant. Maar van alle golven die van elkaar verschillen zijn die twee identieke weer bijzonder. In het observatorium nodig ik de toeschouwer uit ook te kijken naar patronen of juist om zich te concentreren op de afwezigheid daarvan.”

Een voorstudie van ’Nemo’ getiteld ’Whirlpool’ projecteert op een draaikolk een zeventiende-eeuws portret van een vrouw. Haar mond wordt gevormd door het gat van de kolk. Het werk ’Boreas’ (de Griekse god van de noordenwind) bestaat uit veertig meer dan manshoge sprieten die, alsof ze door de wind gestreeld worden, langzaam naar de toeschouwer buigen. Het toont ons het zichtbare van de wind, zonder de wind zelf.

Malstafs werk laat de dingmatigheid van de dingen zien in dode technische objecten die zich lijken te gedragen alsof ze bezield zijn. Daarmee maakt hij ons deelgenoot van zijn verwondering. Het werk is briljant omdat het geen beroep doet op filosofische concepten die zo vaak een gebrek aan originaliteit moet verbloemen. Het werk is glashelder en voor iedereen begrijpelijk. Of, zoals Malstaf het zegt: „Mijn werk is een zoektocht naar het leven in de dingen.”

mailIcon print |