Je kon er op wachten. De burgerij van Leiden telt in de geschiedenis al zoveel beroemdheden, daar kan nog wel een wereldleider bij. En jawel, kort na zijn verkiezing tot president van de Verenigde Staten verschenen de eerste berichten: Barack Obama is een Leijenaar.
De Leidse wethouder van cultuur belegde een persconferentie om het nieuws te melden. Genealogen hadden uitgezocht dat Obama via moederskant ’rechtstreeks’ afstamt van de Engelse familie Blossom: die woonde van 1609 tot 1620 in Leiden. Zij maakte deel uit van een groep van ruim 125 protestanten die uit Engeland naar de Nederlanden vluchtte, omdat ze in eigen land hun geloof niet in vrijheid konden belijden. Na een kort verblijf in Amsterdam verhuisden ze al snel naar – wat zij hoopten – rustiger vaarwater in Leiden.
Zij voelden zich meteen thuis in de Sleutelstad, door de eeuwen heen befaamd om zijn tolerante houding tegenover vluchtelingen. Ook werden zij aangetrokken door de Leidse universiteit, de Academie aan het Rapenburg, waar grootheden doceerden en studeerden.
De Engelsen vestigden zich onder meer aan de Pieterskerkhof. Daar liet hun geestelijke voorman John Robinson een groep huisjes bouwen en belegde er in zijn eigen huis kerkdiensten. Aan de overkant van de straat hoorden de vluchtelingen op zondagmorgen de orgelklanken uit de Pieterskerk: devil’s bagpipes (des duivels doedelzak) volgens Robinson. Op de plek van Robinsons huis staat sinds 1683 het Jean Pesijnhofje. Het wordt nu particulier bewoond, maar je kunt het (met de nodige discretie!) bezoeken.
De Engelsen, die naderhand bekend werden als de ’Pilgrim Fathers’, integreerden snel in Leiden. Op aandringen van Robinson bezochten zij samenkomsten van andere geloofsgroepen en omgekeerd kwamen niet-leden naar diensten van de Pilgrims. Ook pasten de nieuwkomers zich snel aan allerlei Nederlandse gewoonten aan, zoals op het gebied van het huwelijk en het erfrecht.
Ze hebben de Hooglandse kerk bezocht, de ’kathedraal’ die de protestanten na de Reformatie op de katholieken hadden veroverd en waarin ook Pilgrims begraven zijn. Ze zagen de huisjes in de Beschuitsteeg, waar dr. Jeremy Bangs het Leiden American Pilgrim Museum heeft ingericht in zeventiende-eeuwse stijl. Van het stadhuis op de Breestraat (1595) is nog slechts de façade authentiek, maar verscheidene Pilgrims zijn er getrouwd. En wie van hen zal niet een blik hebben geworpen in de Waag of een executie hebben bijgewoond op de Blauwe Steen of bij het Gerecht? Op de Langebrug, vroeger een gracht, woonde Pilgrim James Chilton, die in 1619 met zijn dochter onderweg naar huis door opgeschoten jongelui met stenen werd bekogeld: zij dachten dat hij remonstrantse kerkdiensten hield. En in het Academiegebouw naast de hortus is onder theologen menig dispuut gehouden, met Robinson als actief deelnemer.
Achter de Pieterkerkschoorsteeg leidde een van de Pilgrimleiders, William Brewster, de Pilgrim Press. Daar werden boeken vervaardigd voor geloofsgenoten die soms voor grote ophef zorgden, zoals de Perth Assembly. De exemplaren waren in wijnvaten naar Schotland gesmokkeld. Toen de Engelse koning een boek met zijn geloofsartikelen voorzien van een kritisch commentaar in handen kreeg, ontstak hij in woede. De Engelse ambassadeur gelastte vervolging, zonder succes overigens. In de Brewstersteeg herinnert een plaquette aan de ’Pilgrim Press’.
Dit incident, de vrees dat de identiteit van de Pilgrim Fathers dreigde te verdwijnen, de angst voor hervatting van de oorlog met Spanje en de economische situatie maakten dat er in 1620 een einde kwam aan hun verblijf in Leiden. In juli stapte bijna de helft van hen, onder wie Thomas Blossom, aan de Vliet op de trekschuit die hen naar Delfshaven bracht. Vandaar reisden zij door naar Amerika. Door veel Amerikanen worden zij gezien als de stichters van het moderne Amerika.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.