Als rasechte winterhater zorg ik dat in mijn tuin overal planten staan die ’s winters bloeien. Dan lijkt het tenminste nog een béétje zomer, ook al vriest het tien graden.
Een van mijn favorieten is de toverhazelaar (Hamamelis), die al in december bloeit. Bij vorst krullen de bloemblaadjes wat op, maar ze bevriezen niet. In januari is de struik op z’n mooist, pas in het vroege voorjaar houdt hij ermee op en dat hij de rest van het jaar een onopvallend leven leidt, ach... dat vergeef je hem graag.
Je snapt trouwens niet hoe zo’n struik het voor elkaar krijgt om er in die verschrikkelijke kou nog zo feestelijk bij te staan. Dat ’feestelijk’ bedoel ik letterlijk, want de kroonblaadjes zien er uit als lintjes en de meeste van die lintjes ruiken nog lekker ook! Het lijkt op magie en misschien heet-ie daarom ook wel ’tover’-hazelaar.
Dat hij ’hazelaar’ heet, is trouwens een vergissing. Die foute naam kreeg hij van Engelse kolonisten, die in de zeventiende eeuw in de Amerikaanse staat Virginia arriveerden en daar een struik vonden die ze niet kenden. Omdat de bladeren leken op die van de vertrouwde hazelaar, dachten ze dat ze daarmee van doen hadden. Maar in werkelijkheid was het de Hamamelis virginiana, de enige Hamamelis die in de herfst bloeit.
Over de oorsprong van het voorstukje van zijn naam (’tover’) zijn verschillende verhalen in omloop. Een daarvan is dat hazelaartakken vroeger gebruikt werden als wichelroede. De al eerder genoemde kolonisten, altijd driftig op zoek naar water, sneden takken af van de ’hazelaar’ en gingen daarmee roedelopen. Maar omdat takken van de Hamamelis alle kanten op wijzen, noemden ze de struik ’witch hazel’: heksenhazelaar. Waar wij dan weer toverhazelaar van hebben gemaakt. Al zijn er ook nuchtere lieden die beweren dat de naam ’witch hazel’ gewoon afstamt van het Keltische ’wych’, dat ’buigzaam’ betekent.
Na de ontdekking van de H. virginiana volgden er meer. In het oosten van de VS bleek nog een H. vernalis te groeien, en in de negentiende eeuw vond de Duitse botanicus Von Siebold in Japan de H. japonica. Aan het eind van diezelfde eeuw kwam daar nog de Chinese H. mollis bij. In onze tuinen staat over het algemeen de H. x intermedia, een kruising tussen de H. japonica en de H. mollis. De Amerikaanse toverhazelaars spelen amper mee, omdat ze onopvallende bloemen hebben. Wel wordt de H. virginiana vaak als onderstam gebruikt voor de verschillende hamamelishybriden.
Toverhazelaars groeien vrij langzaam. Maar vergis je niet, ze kunnen wel vier meter breed worden! De oorspronkelijke toverhazelaar bloeit geel, maar door alle kruisingen heb je ze nu ook met oranje, rode en zelfs witte bloemen. Het zijn struiken die niet gesnoeid willen worden. Wat je wel weg moet halen, zijn de scheuten die uit de onderstam groeien. Dat zijn de uitlopers van de stam waarop de toverhazelaar is geënt. Wat grondsoort en standplaats betreft zijn toverhazelaars niet kieskeurig. Ook schaduw kunnen ze best hebben, maar op een zonnige plek bloeien ze uitbundiger. Zorg dat ze niet al te nat staan, maar ook weer niet te droog, want dan komen ze slecht in bloei.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.