*

 

Ontsnapt aan de reisleider

Door: redactie − 10/01/09, 00:00

Al houd je niet van opera, het splinternieuwe Operagebouw van Oslo mag je niet missen. Het ligt als een ijsschots in de haven; je kunt zo vanaf het plateau de fjord in glijden. Veel mensen beklimmen het gebouw om te genieten van het uitzicht over de fjord. Binnen is het koel en cool, ook in de hal en de gaanderijen. Je gaat echt voor je plezier naar het toilet.

Over de buitenkant van het stadhuis (1950) in Oslo valt te discussiëren, en dat gebeurt in hoge mate. Maar het interieur is onbetwistbaar een grote aanrader. Wie met een gids naar binnengaat, zal zeker stilstaan in de enorme ontvangsthal waar jaarlijks op 10 december de Nobelprijs voor de Vrede wordt uitgereikt. Maar laat het niet bij de geschilderde geschiedschrijving van Noorwegen. Zwerf het hele gebouw door. Ga op zoek naar de Edvard Munchzaal

Vergeet vooral niet om aan de kade tegenover het stadhuis de pont naar Bygdüy te nemen. Op dit (schier)eiland staat een serie schitterende musea vlak bij elkaar. Meest bekend zijn die van het papyrusvlot Kon Tiki waarmee de Noor Thor Heyerdahl in 1947 de Stille Oceaan overstak, over de Noorse zeevaart (Nürsk Sjüfartsmuseum) en met het wereldberoemde zeilschip Fram dat een eeuw geleden reizen maakte naar de Noord- en naar de Zuidpool. Vooral het Frammuseet is een indrukwekkend gebouw met karrevrachten aan historische voorwerpen, foto’s, papieren informatie en het supergave schip zelf. Kijk in de hut van de poolhelden Fritjof Nansen en Roald Amundsen. Voor het museumeiland kun je rustig een dag uittrekken. Ook op maandag kun je er terecht.

In de catacomben van het Bymuseum, het Stedelijk museum van Oslo, hangt een schilderij van Trond Clausen met zijn gezin, ’Borgermester i Christiana’ op zijn Noors. Clausen was een Amsterdamse koopman die goed boerde in Scandinavië. Hij woonde in Oslo en schopte het zelfs tot burgemeester van de stad. Op een gegeven, omstreeks 1640, liet hij een familieportret maken. Het aparte van dit schilderij is dat hij is afgebeeld met twee vrouwen en negen kinderen. Zijn eerste vrouw was op het moment van schilderen al overleden, wat zichtbaar is aan een soort schedeldakje. Ook van enkele kinderen is te zien dat ze niet meer leefden toen het schilderij werd vervaardigd. De kunstenaar is onbekend gebleven. In het Bymuseum is de meeste informatie in het Noors, maar hier en daar zijn Engelse teksten toegevoegd. Het museum grenst aan het Vigelandsparken, een van de grootste trekpleisters van Oslo vanwege de tweehonderd sculpturen en 650 figuren van graniet en brons. De werken die beeldhouwer Gustav Vigeland tussen 1924 en 1950 maakte, hebben de mens als thema.

Tram 12 rijdt als een soort ringlijn door de stad. Vanaf het Centraal Station gaat het pal noordwaarts naar Grünnerlükka. Dit was tot het midden van de vorige eeuw een arbeiderswijk van Oslo, dat toen nog Christiana heette. Rond de eeuwwisseling was er sprake van een revival, mede onder invloed van buitenlanders. Het is een populaire buurt om te wonen, te winkelen, uit eten te gaan of een terrasje te pikken. Steeds meer kunstenaars vestigen zich in de wijk. Overal tref je antiquariaten, galeries en tweedehands winkeltjes – en op zondag rommelmarkt. Stap uit de tram in de Thorvald Meyersgate en wandel door de wijk. Als je linksaf de Grünersgate uitloopt, daal je af naar de Akerselva. Nu is het een groene oase, waar vroeger veel industrieën te vinden waren. Bij mooi weer liggen de gazons langs de rivier vol stedelingen, wordt er volop gebarbecued en zie je wandelaars en fietsers genieten in dit Akerselva Milieupark. Er kan eindelijk weer gezwommen worden in de rivier. De studenten die een appartement hebben in de oude silo, zijn te benijden.

Je kunt de Akerselva oversteken en langzaam weer opklimmen over de rustieke Telthusbakken naar de Gamle Aker Kirke. Deze oude Akerkerk (1150) is het oudste gebouw van de stad en verdient zeker een bezoek. Wandel van hier in de richting van het centrum naar VÃ¥r Frelsers Gravlund, een uitgestrekt kerkhof. Hier liggen de groten van de Noorse cultuur naast elkaar begraven: Edvard Munch en Henrik Ibsen. Even verderop de vredige dodenakker liggen meer beroemdheden, zoals de dichter Henrik Wergeland (1808-1845), die in zijn korte leven heeft geijverd om het artikel uit de Noorse grondwet te verwijderen waarin joden de toegang tot Noorwegen werd verboden – wat pas na zijn dood is gerealiseerd. Bij Wergelands graf brengen Noorse joden elk jaar op de nationale feestdag een bloemenhulde.

Het lijkt bijna geen nieuws meer wanneer de media melding maken dat ’De Schreeuw’ is gestolen. Dit schilderij van Edvard Munch heeft niet alleen een enorme aantrekkingskracht op kunstliefhebbers, maar ook op dieven. In het Munch Museum, in het oostelijk stadsdeel van Oslo, is het natuurlijk het topstuk van de beroemdste schilder van Noorwegen, mits niet verdonkeremaand. In 2004 werd Skrik, zoals de Noorse titel luidt, nog op klaarlichte dag door boeven uit de lijst gesneden en met de eveneens geroofde ’Madonna’ van Munch in een gereedstaande Audi Sedan (dus geen Saab of Volvo) afgevoerd. Uiteindelijk zijn de daders gepakt en tot zware celstraffen veroordeeld. Munch schilderde ’De Schreeuw’ in 1893 als uitdrukking van van angst en eenzaamheid. Er is altijd wat te doen om het aangrijpende schilderij. Nadat het na de laatste roof is teruggevonden, heeft het een nieuwe datum gekregen. Amerikaanse astronomen menen dat zij de exacte plaats hebben gevonden waar Munch zijn traumatische ervaring had en leiden uit de rode hemel een verband met de eruptie van de Krakatau in 1883 af. Overigens heeft Munch zijn ’Skrik’ vier, of misschien wel vijf keer geschilderd. Wie niet in de rij voor het moderne Munch Museum wil staan, moet naar de Nasjonalgalleriet gaan. Daar hangt een exemplaar van ’De Schreeuw’ die niet gestolen is en bovendien nog als de meest authentieke versie geldt. Neem de museumingang aan de Universitetsgata en loop meteen door naar zaal 24, de Munchzaal.

Natuurlijk ga je in Oslo naar de Domkirke, maar kijk ook even naar de vinger van de koning, het beeld ’Hansken’ op het Christiana Plein waarmee koning Christian IV aangaf: „Hier wil ik een nieuwe stad hebben.” En vergeet daarna niet een eind over de Karl Johansgate te flaneren en te shoppen. De straat is twee kilometer in een rechte lijn tussen het koninklijk paleis en het Centraal Station. Hier gaat zelfs de koning te voet.

mailIcon print |