Wie het milieu zo min mogelijk wil belasten, hoeft niet per se thuis te blijven. Op reis zijn er genoeg kansen om de natuur een handje te helpen.
Wie vaak en lang met fietsvakantie gaat in eigen land, verricht een goede daad. Uit onderzoek van de Bredase hogeschool NHTV (Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer)en onderzoeksbureau NRIT blijkt namelijk dat mensen het milieu uit minder belasten dan thuis.
Maar bij de meeste vakantievormen ligt dat anders. De toerist die in een vliegtuig stapt, werkt mee aan de klimaatverandering. Als het even tegenzit, verblijft hij in een hotel dat het schaarse water uit de omgeving opslurpt en haar personeel uitbuit. En neemt hij een tas van krokodil mee naar huis. Fout, want van een beschermde diersoort. Het lijkt simpel: wie milieu en mensheid een dienst wil bewijzen, gaat niet op vakantie.
Zo zwart-wit ligt het niet, aldus Onno Reichwein. „Er zijn veel mogelijkheden om de schadelijke gevolgen van toerisme te beperken. En de positieve effecten te versterken, want die zijn er ook.”
Reichwein is docent duurzaam toerisme bij de NHTV en reisleider bij VNC Asia Travel. Hij schudt zo de namen uit zijn mouw van tientallen organisaties die zich bezighouden met het ontwikkelen van duurzaam toerisme, oftewel toerisme dat rekening houdt met het milieu en de sociale, culturele en economische belangen van de lokale bevolking in toerismegebieden.
Een groot deel daarvan komt uit de reisbranche zelf. Zo heeft branchevereniging ANVR in 2003 haar leden verplicht om de hele ’reisketen’ – vervoer, verblijf, vermaak – duurzaam te ontwikkelen. Een goede zaak, vindt Reichwein, maar niet meer dan logisch. „Natuur en cultuur is het kapitaal van reisorganisaties en zij hebben inmiddels wel door dat ze in hun voortbestaan bedreigd worden als dat kapitaal vernietigd wordt.”
Toerisme is trouwens niet alleen slecht, zegt Reichwein. „Het kan ook bijdragen aan natuurbehoud. Niet alle overheden vinden dat van belang. Toeristen die juist voor de natuur komen, maken dat zij daar oog voor krijgen en ervoor zorgen dat men stopt met het kappen van bomen, het uitroeien van olifanten of het vervuilen van stranden.”
Verder levert toerisme een bijdrage aan de economie van veel landen, zegt hij. „Het draagt bij aan de welvaart van de plaatselijke bevolking, zeker in veel ontwikkelingslanden.”
Al moet je dat niet overdrijven. „De World Tourism Organisation denkt dat met toerisme armoede bestreden kan worden, maar dat vind ik onzin. Je zorgt er hooguit voor dat de lokale bevolking een beetje meeprofiteert van jouw plezier.”
Reichwein heeft bij VNC Asia Travel het duurzaamheidsbeleid gecoördineerd. De oplossingen bleken vaak verrassend eenvoudig. Zelfs VNC, die in verre reizen doet, kon de vliegkilometers beperken. „Je kan ook naar China met de trein, met de Transsiberië Express. Die reis bood VNC al aan, maar wij hebben hem meer in de schijnwerpers gezet. Mijn uitgangspunt: een reis moet een belevenis zijn én mens en milieu zo min mogelijk schade berokkenen. Zo’n reis voldoet daar aan. Het avontuur begint al bij vertrek. Je zit bij alles bij elkaar zes dagen in de trein en maakt van alles mee. Je maakt op de stations kennis met de lokale bevolking en de lokale keuken. De coupés in de trein zijn voor twee of vier personen, dus je reist met je eigen vakantiehuisje.”
Ook op de plaats van bestemming kan er minder gevlogen worden. „Vroeger boden we voor China standaard binnenlandse vluchten aan. Nu reizen we vaker met de trein van stad naar stad.” VNC steunt verder een aantal sociale en milieuprojecten, die ook een plek krijgen in de reis. „Bijvoorbeeld het pandaberenfokcentrum, dat we bezoeken met onze reizigers.”
Toch heeft verduurzaming van vakantie zo zijn beperkingen. „Het blijft de keuze van de klant. Als die geen duurzame reizen boekt, houdt het op.”
Juist de toerist kan eenvoudig de schadelijke kanten van toerisme beperken, benadrukt Reichwein. „Ga nou niet helikopterskiën of golfen in de woestijn. En niet vliegen naar Parijs, dat kost trouwens meer tijd dan de trein.”
Ook branchevereniging ANVR zet tegenwoordig in op bewustwording bij klanten. Die denken vaak nog dat duurzaam reizen hetzelfde is als ecotoerisme en dus niks voor de gemiddelde zonliefhebber. Een misverstand, zegt woordvoerster Mirjam Dresmé. „Ecotoerisme is gericht op de natuur, maar niet per se duurzaam. Wie leeuwen gaat kijken in Kenia vliegt ver en als ter plekke het gebied met schijnwerpers wordt verlicht zodat je de dieren goed kan zien; tja.”
Juist ’gewone’ toeristen die een weekje naar de zon gaat, kunnen veel bijdragen, zegt ze, ook omdat ze met zo veel zijn. „Als al die mensen niet drie keer per dag gaan douchen en de airco uitzetten als ze hun hotelkamer verlaten, bereik je daar veel mee.”
De AVNR gaat het duurzaamheidsbeleid dit jaar een extra impuls geven, vervolgt Dresmé. „Het volgen van het duurzaamheidsbeleid van onze leden was een beetje verwaterd en we gaan er weer bovenop zitten. Eind 2009 moeten al onze touroperators een zogenaamde DTO-coördinator hebben (duurzaam toeristisch ondernemen). Ze volgen een training en doen examen. Volgend jaar rapporteren ze ons wat hun organisatie doet op het gebied van duurzaam toerisme. Dat wordt gecontroleerd door een onafhankelijke sticchting.”
Verder hebben Europese branche-organisaties, waaronder de ANVR, Travelife Sustainability opgericht, een keurmerk voor hotels, appartementencomplexen en campings. „Accomodaties kunnen zich laten certificeren op duurzaamheid en worden opgenomen in een grote database waar alle touroperators toegang toe hebben. Onafhankelijke auditors voeren controles uit.”
TUI Nederland, marktleider in de Nederlandse reiswereld met merken als Arke, Holland International en KRAS is blij met Travelife Sustainabilitiy. Moederbedrijf TUI Travel PLC heeft er dan ook in geïnvesteerd. Duurzaam Toerisme Manager Elise Allart: „Tot nu toe beperkten keurmerken zich tot milieu-aspecten. Wij willen ook dat sociale aspecten als arbeidsomstandigheden worden meegenomen en dat gebeurt nu.” Wat gaat de klant ervan merken? „We gaan zo snel mogelijk in de gidsen duidelijk maken hoe duurzaam een onderkomen is.”
TUI geldt in de reiswereld als koploper als het gaat om het ontwikkelen van duurzaam toerisme en Allart loopt over van de tips. Ook Allart benadrukt dat verdere verduurzaming van toerisme van twee kanten moeten komen: de aanbieder van reizen en de klant.
„Vanuit TUI gaan we ons nu meer richten op de medewerkers van onze reisbureaus. We gaan ze trainen, zodat ze duurzame vakanties actiever kunnen gaan verkopen. Als het past natuurlijk. Als een klant per se wil vliegen, moet je niet gaan drammen. Maar als hij een bepaalde bestemming kiest en er is keuze uit meerdere onderkomens, kan je hem natuurlijk attent maken op de meest duurzame.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.