*

 

Pedo uit Overvecht woont nu tussen de senioren

Seije Slager − 07/01/09, 00:00

Woningcorporaties moeten op de hoogte worden gesteld als een veroordeelde pedoseksueel zich ergens vestigt, vinden veel Nederlanders. Is die informatie daar wel in goede handen?

Bij de Utrechtse woningcorporatie Bo-Ex hadden ze er geen draaiboek voor klaarliggen, vertelt directeur Johan Klinkenberg. Afgelopen najaar haalde Bo-Ex ineens het landelijke nieuws, toen de corporatie een zedendelinquent uit zijn huis probeerde te krijgen. De rechter moest er aan te pas komen, en die gaf de corporatie uiteindelijk gelijk.

De man, die veroordeeld was voor ontucht met een minderjarige, kwam na zijn gevangenisstraf weer terug in zijn woning in de Utrechtse wijk Overvecht. Saillant was dat zijn slachtoffertje in hetzelfde complex woonde. Hij kwam het kind tegen in de lift, en gedroeg zich daarbij ’uitdagend’.

In de stad Utrecht komt het misschien een of twee keer per jaar voor, zegt Klinkenberg, dat er in een wijk onrust ontstaat over een pedoseksueel die zich daar vestigt. Zijn eigen corporatie was er nog nooit zo direct bij betrokken. „Maar er is soms wel contact tussen de verschillende corporaties. ’Deze man moet verhuizen, kan die bij jullie terecht?’ Zulke problemen worden hier altijd behoorlijk collegiaal opgelost.”

Ze worden alleen wel altijd achteraf opgelost, klaagt Klinkenberg. In Nederland is het Openbaar Ministerie niet verplicht om de burgemeester of de woningcorporatie in te lichten, als een zedendelinquent ergens komt wonen. „Dat zou wel moeten gebeuren.”

Zeventig procent van de Nederlanders steunt Bo-Ex daarin, blijkt uit het Trouw-onderzoek ’De staat van het recht’. Ook burgemeester Wolfsen van Utrecht greep het incident in Overvecht aan om er nog eens voor te pleiten dat hij geïnformeerd wordt als een zedendelinquent in zijn gemeente komt wonen. Minister Hirsch Ballin komt hem daarin vandaag tegemoet (zie het interview met Hirsch Ballin op de pagina hiernaast).

Maar er zijn ook bezwaren te bedenken. Reclassering Nederland vindt dat iemand die zijn straf heeft uitgezeten weer een nieuwe kans verdient, en niet tot in de eeuwigheid met zijn verleden moet worden achtervolgd.

En is het wel aan een woningcorporatie om criteria op te stellen om te beoordelen of iemand ergens wel of niet kan wonen? Klinkenberg: „Ieder geval is anders, ik denk dat je daar geen heel strak protocol voor op kunt stellen. We hebben in dit geval veel overlegd met de gemeente. Hoe dan ook, als iemand in dezelfde flat woont als zijn slachtoffer, dan lijkt het mij duidelijk dat dat geen gewenste situatie is.”

Maar niemand woont graag naast een pedoseksueel. En ook zo iemand moet toch ergens wonen? Klinkenberg: „Dat is zeker waar. Maar daarom worden wij nou juist zo graag van tevoren op de hoogte gesteld. Zodat we kunnen meedenken over waar zo iemand het beste kan wonen. Wij willen graag de kans om te beoordelen of het verstandig is om iemand op een bepaalde plek te huisvesten. Zo niet, dan bieden wij een alternatieve woning aan. Het is niet onze bedoeling om het recht op huisvesting van mensen aan te tasten.”

De zedendelinquent uit Overvecht woont inmiddels ergens anders. „Het is heel lastig om iets te vinden, maar wel mogelijk. Je zoekt naar een buurt die niet kinderrijk is, om hem zo min mogelijk in de verleiding te brengen. Maar er is natuurlijk geen enkele straat waar nooit kinderen komen. En dat zullen net jouw kinderen zijn.”

Uiteindelijk belandde de pedoseksueel in een seniorencomplex. „De man was zelf een eind in de vijftig, dus dat kon net. Het complex staat in een buurt met veel kleine woningen, die niet geschikt zijn voor gezinnen. Er zijn dus weinig kinderen op straat. En de dichtstbijzijnde school staat een heel stuk verderop.”

Vervolgens volgde een ’lastige discussie’, vertelt Klinkenberg. „Moesten we de andere bewoners van het complex op de hoogte stellen van zijn verleden, of niet? We hebben het daar heel lang over gehad met de burgemeester, en besloten om dat niet te doen. Maar we hebben wel een plan opgesteld, voor het geval er iets zou uitlekken. Dan zouden we de bewoners zo snel en open mogelijk informeren.”

Het lekte inderdaad al snel uit. „Zoiets houd je niet geheim, dat is wel gebleken. We hebben toen met de bewoners gesproken. Die vonden het niet leuk, nee. Die krijgen af en toe kleinkinderen op bezoek, en dan is het natuurlijk niet prettig als er zo iemand naast je woont. Maar het is ook een complex met over het algemeen wat hoger opgeleide, maatschappijbewuste mensen. Die hadden er uiteindelijk wel begrip voor dát hij ergens moet wonen.”

Bo-Ex zorgt er bovendien voor dat de man een beetje in de gaten gehouden wordt. „We hebben een ’zorgcirkeltje’ om hem heen gebouwd om hem tot de orde te houden. Daar zit bijvoorbeeld de complexbeheerder in, en mensen van de politie, en van de GG & GD. Die lopen af en toe eens langs.”

De situatie is inmiddels ’genormaliseerd’. „Hij wordt met rust gelaten door de andere bewoners van het complex.”

Het verhaal toont volgens Klinkenberg aan, dat een woningcorporatie prima in staat is om om te gaan met zoiets precairs als het herhuisvesten van een zedendelinquent. Maar voortaan graag voordat het leed al geschied is en een man naast zijn slachtoffer komt te wonen. „We zijn nu eigenlijk de hele tijd bezig geweest om de scherven op te vegen. Dat is voor niemand goed.”

mailIcon print |