*

 

’Burgemeester altijd inlichten ’

Joop Bouma en Ruud van Heese − 07/01/09, 00:00

Rechters straffen te mild, de cel schrikt niet af en het vertrouwen van de burger in de misdaadbestrijding daalt. Toch: „Mensen voelen zich veiliger en herkennen daarin de rol van het strafrecht”, zegt minister Hirsch Ballin.

Hij is net teruggekeerd van een dienstreis naar de Antillen. De lange nachtelijke vliegreis brandt nog achter zijn ogen, maar de Trouw-enquête stemt de CDA-minister van justitie Ernst Hirsch Ballin tot tevredenheid. Dat zes van de tien Nederlanders – vooral vrouwen, jongeren en ouderen – zich veiliger voelen op straat, doet hem deugd.

Dat driekwart van de Nederlanders nog steeds denkt dat je in de gevangenis zo goed wordt verzorgd dat opsluiting totaal niet meer afschrikt en dat net zoveel Nederlanders het eens zijn met de stelling ’Rechters zijn tegenwoordig te soepel met straffen’, brengt Hirsch Ballin niet af van zijn conclusie dat over de hele linie de burger mild oordeelt over het strafrechtklimaat. „Die visie op het effect van celstraffen en te lage straffen is gedateerd. Maar het is kennelijk wel zoals mensen nog steeds denken. Deze realiteit kan me ook schelen.”

Gevangenissen in Nederland zijn geen omheinde Landal Greenparks, lommerrijke woonoorden voor criminelen, met alles erop en eraan. Gevangenissen, zeker inrichtingen die na 1992 uit de grond zijn gestampt om een cellentekort tegen te gaan, zijn sober ingerichte betonconstructies, zegt Hirsch Ballin. „Als mensen komen kijken op de vele open dagen die wij houden, dan constateren ze doorgaans dat een gevangenisverblijf geen pretje is.”

Op Bonaire bezocht hij het huis van bewaring. „Als je zo’n gebouw hebt bekeken, dan weet je heel zeker dat wij in Nederland dat inhumaan zouden vinden. Ook de Raad van Europa zou een dergelijke huisvesting van gedetineerden niet tolereren. En terecht niet.”

De resultaten van het Trouw-onderzoek ’De staat van het recht’ versterkt bij Hirsch Ballin het gevoel dat hij met zijn modernisering van het strafrechtsysteem op de goede weg is. „Wij hebben gekozen voor een systeem van ’slimmer straffen’, met een aanpak die gericht is op het voorkomen van recidive. Slimmer straffen houdt ook in dat we meer voorwaarden verbinden aan vrijlating, dat het automatisme van de vervroegde invrijheidstelling na een derde van de straf is veranderd in een voorwaardelijke vrijlating.” Slimmer straffen is ook strenger straffen, waar nodig, zegt de minister. „En dat hoeft niet in alle gevallen vrijheidsbeneming te betekenen.”

Officieren van justitie en ook rechters maken fouten en vooral die fouten halen de kranten. Maar lang niet altijd is duidelijk of die fouten ook leiden tot maatregelen. Iets meer dan de helft van de Nederlanders (54 procent) vindt dat rechters en politiemensen gestraft moet worden als zij fouten maken. De Rotterdamse criminoloog Van de Bunt oppert in een reactie op de Trouw-enquête de oprichting van een onafhankelijke toezichthouder op de rechterlijke macht, die fouten onderzoekt (zie pagina 2 en 3). „De gedachte is goed”, zegt Hirsch Ballin, „maar daar hebben we geen nieuwe instantie voor nodig.” Bovendien voelt hij er niet voor te tornen aan de grondwettelijk verankerde onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.

„Het toezicht op de rechterlijke macht is al goed geregeld’’, vindt hij. „We hebben een Raad voor de Rechtspraak die ook al zelf een project in gang heeft gezet gericht op de kwaliteit van de rechtspraak. De procureur-generaal bij de Hoge Raad houdt toezicht op het werk van rechters. De mogelijkheid om klachten in te dienen tegen rechters is ook verbeterd. Ook de positie van de verdachte of veroordeelde is sterker geworden. De procedure om herziening te vragen na een vonnis is verbeterd. De Raad voor de Rechtspraak maakt rechters bewust van de kwaliteit van de rechtspleging en wijst ze op het belang van doorzichtigheid en transparantie, ook bij het motiveren van uitspraken.” De instelling van een apart toezichtsorgaan zou alleen kunnen na een grondwetswijziging, zegt Hirsch Ballin.

Hij vindt zo’n toezichthouder, kortom, overbodig. Zo’n zaak als die tegen de Hells Angels die stukliep omdat er gesprekken tussen advocaten en verdachten waren afgeluisterd, heeft wel degelijk consequenties gehad, aldus de bewindsman. „Dit wordt door het college van procureurs-generaal met mij besproken en dit college rekent het ook tot zijn taak in te grijpen waar dat nodig is. Dit soort incidenten is schadelijk, maar de schade zou nog groter zijn als wij de consequenties van deze fouten niet onder ogen zouden zien en er geen gevolgen aan zouden verbinden. Ik wijs bijvoorbeeld op de mogelijkheid die nu wordt ontwikkeld om nummerherkenning toe te passen bij contacten tussen gedetineerden en advocaten.”

Hirsch Ballin vindt wel dat het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht, meer dan nu gebeurt, uitleg moeten geven over strafeisen en vonnissen. „Het zou goed zijn als persofficieren van justitie en persrechters hun zegenrijk werk nog meer uitdroegen.”

Uit de enquête blijkt dat de burger hecht aan fundamentele waarden, zoals de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy. Maar in extreme gevallen – zoals bij zedendelinquenten – mag het recht van een veroordeelde op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer best iets worden aangetast. In de Verenigde Staten kunnen burgers op websites zien waar een veroordeelde pedoseksueel woont. De zedenmisdadiger wordt met naam, adres en foto op de site gezet. Dat gaat de meeste Nederlanders te ver, al is nog altijd 37 procent daar wél voor.

Een aanzienlijk hoger percentage, 70, is het echter wel eens met de stelling dat een woningbouwcorporatie de gegevens zou moeten hebben van iemand die zich aan kinderen heeft vergrepen. Hirsch Ballin voelt er niet voor om zulke privacygevoelige gegevens standaard aan woningverhuurders te geven. Het kabinet krijgt binnenkort een advies van een commissie onder leiding van de vroegere burgemeester van Utrecht, Brouwer-Korf. Deze commissie bekijkt hoe partijen die zijn betrokken bij het veiligheidsbeleid en de criminaliteitsbestrijding moeten omspringen met persoonsgegevens.

Daarop vooruitlopend trekt Hirsch Ballin al een grens. „We gaan wel regelen dat het Openbaar Ministerie de burgemeester standaard op de hoogte brengt als een veroordeelde pedoseksueel wordt vrijgelaten”, zegt hij over de regeling die hij gaat opstellen. De burgemeester kán die informatie vervolgens delen met een woningverhuurder. „Maar dat mag alleen als daartoe een dringende noodzaak bestaat. Het is niet de bedoeling dat een woningverhuurder de informatie krijgt, omdat die het wel zo handig en prettig vindt om over zulke gegevens te beschikken.”

De minister kan zich goed voorstellen dat bijvoorbeeld een verbod om in de buurt van een school te komen, onderdeel is van het pakket voorwaarden waaronder een veroordeelde pedoseksueel weer op vrije voeten komt. Maar heel veel verder dan dat kun je niet gaan, meent hij. Dat geldt bijvoorbeeld voor het uitvaardigen van een verbod om in een kinderrijke buurt te gaan wonen. „Ook een veroordeelde pedoseksueel moet érgens wonen.”

Hirsch Ballin aarzelt even als hem wordt gevraagd naar zijn mening over het feit dat bijna een kwart van de CDA-stemmers (24 procent) voor herinvoering van de doodstraf is. „Eh, even kijken waar dat percentage staat”, zegt hij bladerend door het onderzoeksrapport. „Nou ja, dat is 24 procent te veel. En de PvdA, met eveneens 24 procent, zal hetzelfde zeggen. Ik stel vast dat onder de CDA-kiezers dus 76 procent tegen de doodstraf is. Bij de Partij voor de Vrijheid en bij Trots op Nederland is 69 en 61 procent voor. Ik zou niet graag lid willen zijn van een partij waarvan de voorstanders van de doodstraf een meerderheid vormen.”

mailIcon print |