De ’burgerspeurders’ zijn in opkomst: ze vertrouwen justitie niet en gaan zelf op onderzoek uit. Misdaadauteur Jacob Vis bijvoorbeeld, dook in ’de zaak-Overzier’ en is nu heilig overtuigd van de onschuld van de veroordeelde.
’Hier lag hij begraven.” Thrillerschrijver Jacob Vis staat naast een ondiep greppeltje in een afgelegen loofbos in de Flevopolder. „Hij lag in een keurig graf, gemarkeerd met takken die rechtop in de grond stonden. Zijn benen gekruist, een arm over zijn gezicht. Degenen die hem hebben begraven, hebben dat met zorg en piëteit gedaan. Dat kon je zien.”
Voor Vis is het liefdevolle graf waarin het lichaam van Pim Overzier werd aangetroffen een van de vele aanwijzingen dat hij helemaal niet is vermoord, zoals justitie stelt. De misdaadauteur is er van overtuigd dat Overzier een natuurlijke dood stierf en dat justitie een man tot twintig jaar heeft veroordeeld voor een moord die nooit plaatsvond. „Een gerechtelijke dwaling van het niveau ’Puttense moordzaak’”, zegt de schrijver die de zaak tot op de bodem uitzocht. „De zaak-Overzier is zo bizar dat wanneer ik dit als roman bedacht had, ik het nooit had opgeschreven, daar is het te onwaarschijnlijk voor.”
In maart 2002 werd het lichaam van de toen 37-jarige analist Pim Overzier gevonden in een ondiep graf in het Reve Abbert-bos. Volgens de lezing van justitie is hij op 4 december 2001 het slachtoffer geworden van een crime passionnel. De 57-jarige wijnhandelaar Henk H. zou hem in de val hebben gelokt, overmeesterd en vervolgens levend hebben begraven in het bos, omdat zij op dezelfde vrouw vielen. Henk H. werd veroordeeld tot twintig jaar cel.
Maar Overzier wérd nooit vermoord, meent Jacob Vis. De schrijver raakte betrokken bij de zaak omdat hij de voormalige beheerder van het bos is. „Eveneens een bizar toeval”, vertelt hij, terwijl hij verder wandelt door de begroeiing. Als bosbeheerder werd Vis in het kader van het onderzoek gevraagd om uitleg over de bodemsamenstelling van zijn bos. „Als Overzier levend was begraven, zou hij zand in neus, mond en longen gehad moeten hebben. Maar er is geen korreltje zand in het lichaam gevonden! Toen ik hier in het bos over de grondsoorten stond te vertellen, kreeg ik meer twijfels. Henk H. zou het lichaam van Overzier in z’n eentje tientallen meters door het bos hebben gedragen. Ik dacht: Alleen? In het donker? Dat moet dan wel een hele sterke vent zijn geweest met nachtogen, omdat je in het donker, zelfs als je het bos zo goed kent als ik, tegen alle bomen botst. Ik schreef mijn bevindingen aan de advocaat van Henk H. Een half jaar later belde H. me vanuit de gevangenis: of ik eens met hem wilde komen praten.”
Vis toog naar de gevangenis. „Toen ik daar met H. sprak, dacht ik opeens: hij heeft het niet gedaan. Dat kan technisch niet. Een man van zijn leeftijd, met zijn postuur, kan nooit de veel grotere en jongere Overzier overmeesterd en door het bos gedragen hebben.” Vis sprak met H. af dat hij onderzoek zou gaan doen naar de zaak en er een boek over zou schrijven. „Maar als u schuldig bent, schrijf ik dat ook op”, zei Vis.
„Ik zag het als mijn plicht als schrijver. Als je met zoiets wordt geconfronteerd, moet je iets doen. Het gaat om rechtsgevoel”, vertelt de auteur even later in zijn huiskamer in Kampen bij een knappend haardvuur. Vis las het hele dossier – „Eenentwintig ordners, een heidens karwei” – en viel van de ene in de andere verbazing. „De getuigenverklaringen over de laatste dag van Overzier lopen ver uiteen. Er jokken dus mensen, of ze moeten zich vergissen. Daar heeft de politie niets meegedaan.”
Vis reconstrueerde de zaak-Overzier minutieus, hij sprak getuigen , ging naar alle belangrijke plekken en kwam tot een totaal andere lezing dan justitie. Een lezing, zo mogelijk nog merkwaardiger dan het verhaal van de crime passionnel.
Volgens Vis namelijk, stierf Overzier (die biseksueel zou zijn geweest) aan een hartaanval op een nabijgelegen homo-ontmoetingsplaats. De daar aanwezige mannen besloten uit angst voor het uitkomen van hun seksuele voorkeur, niet de ambulance te bellen, maar Overzier te begraven in het bos. „Dat bos is ook een homo-ontmoetingsplaats,” vertelt Vis. „Misschien een symbolische aanwijzing van de mensen die hem begraven hebben. Een verwijzing naar hoe het gegaan is.”
Belangrijkste bron voor het verhaal van Vis zijn twee anonieme brieven. Daarin beschrijven twee mannen hoe zij Overzier ineen zagen zakken op de homo-ontmoetingsplaats. ’Mijn hart gaat zo te keer. Het lijkt wel een ratel’, zouden zijn laatste woorden geweest zijn. Reanimeren hielp niet meer. „Natuurlijk, het ligt voor de hand om dan 112 te bellen, maar dat deden ze niet.” zegt Vis. „Een van die briefschrijvers verwoordt het zo: ’Ik was erbij, maar als dat naar buiten komt, ben ik mijn gezin kwijt. Die prijs vind ik te hoog’.”
Vis weet zeker dat hij het bij het rechte eind heeft: „Het graf was gemarkeerd met takken! Dat doet een moordenaar niet, die zorgt toch dat zijn slachtoffer nooit meer wordt gevonden? Bovendien: de patholoog heeft geen doodsoorzaak kunnen vaststellen. Zijn aanname dat er misschien subtiele kenmerken van verstikking verloren zijn gegaan is door het gerechtshof overgenomen, maar er is geen spoor van bewijs voor.”
Anderzijds: Henk H. heeft gelogen over zijn alibi. „Ontzettend dom, had hij natuurlijk nóóit moeten doen”, lacht Vis. „Maar hij deed dat om een vriendin uit de wind te houden.” Ook is er een minuscuul bloedspoortje van het slachtoffer gevonden in de auto van H. Maar volgens Vis is dat druppeltje bloed in de auto beland toen wijnhandelaar H. samen met Overzier een kistje wijn samenstelde. Mogelijk heeft Overzier zich aan een nietje van een wijndoos geprikt en zo het bloedveegje op het autoportier van H. achtergelaten.
„De anonieme brieven, waarin de homo’s vertellen over de fatale avond op de homo-ontmoetingsplaats, zijn naar justitie gestuurd, maar daar is er niks mee gedaan. De eerste brief is zelfs kwijtgeraakt bij justitie”, roept Vis boos. „Doelbewust, ben ik bang. Ze moeten zich rot geschrokken zijn toen ze die brief lazen: toen realiseerden ze zich dat ze wellicht een onschuldige hadden vastgezet. Ik denk echt dat ze die brief expres hebben kwijtgemaakt.” De anonieme brieven zijn door het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht op authenticiteit, ze zijn niet door H. of een van zijn bezoekers geschreven.
Nog verontrustender is het dat deze gerechtelijke dwaling er een in een reeks is, stelt Vis. „De Puttense Moordzaak, de zaak Ina Post, Lucia de B., de Deventer moordzaak, de Schiedammer Parkmoord. En de rode draad in die affaires is: justitie faalt tijdens het onderzoek. De rechercheurs hebben onvoldoende discipline opgebracht om zaken onomstotelijk vast te stellen. En als harde feiten ontbreken, gaat een rechter te makkelijk mee in aannames. De advocaten in die zaken waren daar niet tegen opgewassen, ze hadden ook niet de middelen van justitie om tegenonderzoek te doen.”
In de reeks vermeende gerechtelijke dwalingen waar Vis aan refereert, hebben verschillende burgers zich ongevraagd, kritisch bemoeid met het justitieel onderzoek. Misdaadjournalist Peter R. de Vries bijvoorbeeld, had succes in de Puttense moordzaak, en Maurice de Hond zoekt al jaren naar een doorbraak in de Deventer moordzaak. De burgerspeurder lijkt in opkomst.
Jacob Vis ziet zichzelf graag in het rijtje van De Vries en De Hond. „Tegen De Hond heb ik eens gezegd: richt je op de onschuld van Louwes, niet op die klusjesman die volgens jou de dader is. Misschien is dat een goede stelregel voor de burgerspeurder: richt je op de onschuld van de verdachte, in plaats van te proberen iemand de cel in te krijgen. Peter R. de Vries heeft dat prachtig gedaan bij de Puttense moordzaak.”
„Het malle is natuurlijk dat ik als schrijver heb ontdekt wat een heel justitieapparaat met tientallen professionele rechercheurs niet lukte. Misschien wel omdat ik er onbevangen en nieuwsgierig tegenover stond. Justitie leed aan tunnelvisie. In deze zaak is niet naar de waarheid gezocht, maar naar een veroordeling. Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is, maar hier is het precies andersom. Henk H. is schuldig totdat hij is vrijgepleit.”
De kans dát H. vrijgepleit wordt, neemt toe. Mede naar aanleiding van het boek van Vis heeft de top van het Openbaar Ministerie (OM) eind november besloten de zaak nog eens tegen het licht te laten houden door drie onafhankelijke deskundigen. „Het wordt nog wat voor het OM om zich hier op een nette manier uit te redden. Ze kunnen maar het beste gewoon toegeven dat ze fout zitten. Ik moet wel zeggen dat justitie loyaal meewerkt om alsnog klaarheid in de zaak te brengen. Maar een behandeling zoals H. ondervond in zijn strafzaak, hoort niet plaats te vinden in een rechtsstaat.”
Vis is bezorgd. „Als mijn boek klopt, en tot nu toe is dat zo, is er iets fundamenteel mis in het Nederlandse rechtssysteem. Rechters, rechercheurs en officieren moeten veel beter beseffen dat ze primair moeten zoeken naar de waarheid. De mensen die in de zaak-Overzier bezig waren, hebben dat niet gedaan. Die zochten naar een veroordeling. En in de opleiding voor officier of rechercheur moet veel meer aandacht besteed worden aan het gevaar van tunnelvisie. En ik wil wel gastcollege geven, want deze zaak is een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.