*

 

Marokko ontdekt asielrecht

Kees Beekmans − 02/04/09, 00:00

Marokko ontkende tot voor kort de vluchtelingenproblematiek in het land. Mede dankzij een Nederlandse VN-gezant is daar nu verandering in gekomen.

  • Oktober 2005: Afrikaanse vluchtelingen worden door de Marokkaanse autoriteiten per bus naar het zuiden van het land gebracht. (AFP)

Een bezoek aan het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) te Rabat is als het betreden van een vesting: ijzeren deur door, ijzeren hek, wapenpoortje, en pas daarna begint het op een kantoor te lijken. UNHCR-vertegenwoordiger Johannes van der Klaauw haalt in onmacht zijn schouders op: „Het zijn VN-richtlijnen. Zelf had ik liever wat meer ’open huis’ gehad.”

De Nederlander heeft sinds zijn komst naar Marokko in 2005 altijd toegankelijk willen blijven voor de vluchtelingen die noodgedwongen een beroep op hem doen, omdat ze domweg nergens anders heen kunnen. „In Nederland hebben we de Immigratie- en Naturalisatiedienst, maar in Marokko is geen loket waar asielzoekers zich kunnen melden. Dus komen ze bij ons.”

Het zijn er nogal wat: toen Van der Klaauw zijn werk hier begon, eind 2005, zo’n tweehonderd nieuwe gevallen per maand, meer dan tweeduizend per jaar. Daarvan bleek een op de vijf oorlogsvluchteling, uit Ivoorkust, de Democratische Republiek Congo, Liberia, Soedan of Irak. De rest viel onder de noemer ’economische migrant’, uit arme landen als Mali, Niger of Senegal.

Sinds Van de Klaauws komst heeft de UNHCR in totaal meer dan vierduizend asielaanvragen behandeld; van hen zijn er achthonderd als vluchteling erkend. Al die tijd bleef de Marokkaanse overheid consequent spreken van ’illegale migranten’, bang dat als men de asielzoekers zelf officieel in procedure zou nemen, dat een aanzuigende werking zou hebben op ’gelukszoekers’. Marokko, hoewel sinds decennia zelf emigratieland, heeft er nog altijd moeite mee dat het hard op weg is óók immigratieland te worden.

In de ’tropenjaren’ die achter hem liggen, heeft Van der Klaauw het vooral te stellen gehad met deze weerbarstige houding van de Marokkaanse autoriteiten, die de asielproblematiek eenvoudig ontkenden. Ondertussen, met name in de jaren 2005 en 2006, lichtte men met zekere regelmaat zowel door de VN erkende asielzoekers als niet-gedocumenteerde immigranten van hun bed, om die bij de Algerijnse grens af te zetten.

Zo, met nogal wat slapeloze nachten, begon de ambtstermijn van de Nederlandse UNHCR-gezant in Marokko. Bijna vier jaar later liggen de kaarten er heel wat voordeliger bij. „Je mag gerust zeggen dat hier voor mijn komst vrijwel niets voor vluchtelingen was geregeld. Inmiddels hebben we een degelijke, betrekkelijk snelle procedure liggen om vast te stellen wie volgens onze normen recht heeft op de status van vluchteling. Voor hen hebben we een moeilijk te vervalsen pas geïntroduceerd, waarmee ze zich kunnen identificeren, en we merken dat de politie die mensen nu ook met rust laat.”

Ook toont de overheid zich nu meer betrokken bij de problematiek. Op aandringen van Van der Klaauw en de VN kende Marokko in 2007 de UNHCR-vestiging een officiële status toe. „Het betekent toch dat we het vertrouwen van de overheid hebben gewonnen.”

Het heeft misschien geholpen dat, tegen de verwachting van Marokko in, met de komst van een degelijke structuur om asielzoekers op te vangen de asielaanvragen aanzienlijk zijn teruggelopen: van eerder genoemde tweehonderd per maand in 2005 naar zeventig nu. Van der Klaauw: „En dat is ook omdat inmiddels bekend is dat de UNHCR in Marokko alleen echte vluchtelingen een status toekent.”

De gezant hoopt erop dat Marokko nog dit jaar zelf een loket zal openen waar asielzoekers kunnen aankloppen. „Het opzetten van een nationaal asielsysteem is uiteindelijk toch hun taak. Verder moeten erkende vluchtelingen een juridische status krijgen.”

Hij merkt wel dat de overheid begint te erkennen dat de immigratie- en vluchtelingenproblematiek mondiale problemen zijn, waaraan iedereen zijn bijdrage moet leveren. „Arme landen als Mali en Niger nemen meer vluchtelingen op dan de rijkere Maghreb. Het blijft een zaak van delen van verantwoordelijkheden.”

mailIcon print |