De Rotterdamse haven als kraamkamer voor de trekvis. Daarvan droomt onderzoeksinstituut Deltares. In opdracht van het Havenbedrijf Rotterdam is het deze week een proef gestart om te zien of de stoere kades, steigers en palen nestelplaatsen kunnen worden van mosselen, zeepokken, wieren, krabbetjes en nog kleinere organismen.
Stukken gladde kademuren van twee kleine havens, de Pistoolhaven en de Scheurhaven, zijn uitgerust met eco-betonplaten, platen met gleuven, kuiltjes of een schuurpapierachtige structuur waar kleine organismen goed gedijen. Onder de aanlegsteigers en om havenpalen zijn ‘touwrokjes’ gehangen die vernoemd zijn naar de ‘hula’, het bekende Hawaiiaanse rieten rokje. De grove nylontouwen hangen onder het water en zijn ideaal voor mosselen om zich aan te hechten.
De eco-betonplaten zijn eerder met succes uitgetest aan de Zeeuwse kust en bij IJmuiden, de hula’s zijn een Rotterdamse primeur, zegt maker Peter Paalvast. Onder enkele steigers in beide havens worden grote touwbossen gehangen, die na begroeiing zullen gaan dienen als kunstmatige riffen, hopen de onderzoekers. Daar kunnen vissen uitrusten die op trek zijn van de Rijn en de Waal naar open zee en zich in moeten stellen op zout water, zoals de zalm en zeeforel. De trekvis heeft het moeilijk na afsluiting in 1970 van een ander overgangsgebied tussen zoet en zout water, het Haringvliet. De proef in de Rotterdamse haven duurt voorlopig een jaar. Als het een succes wordt, overweegt het Havenbedrijf de hula en het eco-beton toe te passen op de Tweede Maasvlakte.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.