Terwijl het vertrouwen van Britse producenten volledig is weggeëbd, werkt de kleine fietsenfabrikant Brompton Bicycle hard aan ambitieuze internationale groeiplannen. „Het zwakke pond helpt ons.”
Geconcentreerd richt de lasser zijn vlam op een grijs stalen achterrekje. Iedere verbinding van het frame van de Brompton vouwfiets wordt met de hand gemaakt. Zo’n zestien man hebben hun eigen kleine werkplaats, waar ze hun laswerk als ware kunstenaars signeren.
Verscholen op een onopvallend bedrijventerrein aan de ringweg in West-Londen schuilt in wat er uitziet als een groot magazijn een ’Britse zeldzaamheid’ in de woorden van sommige kranten: een succesvolle Britse fabrikant.
Brompton Bicycle maakt een vouwfiets die ’én lekker rijdt, gemakkelijk te dragen is én moeilijk kapot te krijgen is’. De elegante vouwfiets is in de afgelopen dertig jaar uitgegroeid van exclusief bezit tot een veel geziene gadget voor de sportieve professional. In minder dan tien seconden ontvouwt het pakketje – niet groter dan een grote aktetas – zich in een tweewieler, die niet onderdoet voor een gewone stadsfiets.
Het vernuftige ontwerp is puur handwerk en bestaat uit 1200 onderdelen, waarvan driekwart uniek is. De fietsen worden dan ook tegen een fikse prijs verkocht – vanaf zo’n 500 pond (552 euro). Maar zelfs tijdens de recessie kan het merk niet aan de vraag voldoen.
„Waarom betalen mensen zoveel geld voor een fiets?”, stelt directeur Wills Butler-Adams (34) een retorische vraag. „Niet omdat het Britse makelij is, maar omdat het uniek is. Daarom kunnen wij een hoge opslag op onze prijs hanteren. Dat geld gebruiken wij weer in het verbeteren van onze modellen. Wij hebben zelfs het achterlicht van de fiets ontworpen. Dat is een erg dure aanpak op een productievolume van 22.000 fietsen. Er zit veel meer kennis in het ontwerpen en maken van de fiets dan in de fiets zelf.”
Die hoogwaardige kennis verklaart volgens de enthousiaste ingenieur het succes van de fiets. En daarom is het volgens hem copycats in China of Taiwan (nog) niet gelukt om een goede kopie van de fiets te maken. Brompton werd onlangs dan ook door de brancheorganisatie van machine- en technische bedrijven aangehaald als een voorbeeld voor de toekomst voor de Britse industrie. Die zal zich meer en meer moeten richten op innovatie, goede serviceverlening en het ontwikkelen van nichemarkten.
Butler-Adams: „Na het instorten van de financiële wereld is de politiek er nu van doordrongen geraakt dat de industriële sector een impuls moet krijgen. Daarbij zullen vooral nieuwe industrieën, zoals de milieusector en hoogwaardige techniek, extra aandacht krijgen”.
Bromptons productie groeide afgelopen jaar met 25 procent en ook in het huidige boekjaar, dat in april afloopt, zal de productie met hetzelfde percentage groeien. Eind volgend jaar moet de productie op 28.000 fietsen liggen. „De recessie is een kans voor ons, al is het natuurlijk afwachten hoe het uitpakt”, zegt de directeur.
Behalve dat het bedrijf hoopt dat forenzen die krap bij kas zitten hun tweede auto of fitnessabonnement inruilen voor een Brompton, mikt het bedrijf vooral op buitenlandse expansie. Het zwakke pond helpt daarbij. In de afgelopen twaalf maanden is het pond 28 procent gedaald ten opzichte van de dollar en 17 procent ten opzichte van de euro.
„We hebben dit jaar onze prijzen met vijf procent verhoogd, omdat veel onderdelen die we in het buitenland kopen duurder zijn geworden. Maar door de daling van het pond hebben onze distributeurs in Europa en Amerika hun prijzen fors kunnen verlagen”, legt Butler-Adams uit.
In Nederland, Bromptons tweede markt, zijn de prijzen met meer dan tien procent verlaagd. „Zonder dat zwakke pond zou het hier veel erger zijn.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.