*

 

Porto Ricaanse ananastaart

Janny de Moor − 05/02/09, 00:00

Een typisch voorbeeld van de cozina criolla, de Creoolse keuken, die uit de tradities van Taino Indianen, en later ook Afrikanen, ontstond in de 500 jaar na de komst van de Spanjaarden: Bizcocho de Piña, gemaakt met ingrediënten die het gezicht van de vrijstaat Porto Rico bepalen.

Ananas, inheems in Brazilië en Paraguay, was allang voor de Europese invasie door Indianen verspreid over heel Zuid- en Centraal-Amerika. Zij zetten ananassen boven de ingang van hun woning als teken van gastvrijheid, later in klei geïmiteerd door Spanje en Engeland.

Behalve ananas exporteert het Caribisch eiland ook veel vanille, oorspronkelijk Mexicaans en ’zwarte bloem’ genoemd door de Azteken. De Spanjaarden maakten er vainilla van: ’kleine peul’.

* Boter en bruine suiker op laag vuur tot een saus roeren. Met een vork over de bodem van de vorm verdelen. De drooggedepte schijven ananas erover verdelen. Open plekken vullen met uitgelekte kersen en overgebleven stukjes ananas.

* Oven voorverwarmen op 175ºC.

* Bloem, bakpoeder en zout zeven. Boter met een mixer romig roeren, suiker en vanille erbij mixen dan de eieren een voor een. Doorgaan tot de massa op een dikke vla lijkt.

* De gezeefde bloem afgewisseld door scheutjes rum en ananassap door de botermix spatelen met een grote gladde lepel. Dit beslag voorzichtig over de ananasschijven uitstrijken.

* In ongeveer drie kwartier goudbruin bakken op de onderste richel van de oven.

* Tien minuten laten staan in de vorm, dan keren op een schotel. Smaakt warm of lauw het best.

* Vanillestokjes zijn vaak al hard als je ze koopt. Om het merg eruit te kunnen schrappen moeten ze vijf minuten zachtjes koken in een bodempje water. Uitgeschrapte stokjes bewaren in suiker, voor échte vanillesuiker.

mailIcon print |