*

 

Freinet: Zelf je lesmateriaal ontwerpen

Harriët Salm − 05/02/09, 00:00

Ouders van kinderen van bijna vier jaar staan voor een belangrijke keuze: naar wat voor basisschool stuur ik mijn kind? Vijfde deel van een serie in de krant en op de website van Trouw: de freinetschool.

  • (Trouw)

Na de lunch gaat het gebeuren: dan vertrekken de leerlingen van groep 8 van de freinetschool Delft met de tram naar Den Haag. De moeder van een van de leerlingen werkt in het gebouw van de Tweede Kamer en regelt een rondleiding. ’Een typisch uitje voor een freinetkind’, zeggen de leerkrachten van deze school.

Zo’n 550 leerlingen volgen hier, verspreid over vier schoolgebouwen, onderwijs volgens de visie van de Franse pedagoog Freinet. De leefwereld van de kinderen en het dagelijkse nieuws vormen de basis van veel lessen. Maria van Gaalen, leerkracht van groep 8: „Elke ochtend begint dat in de kring met een nieuwsronde. Leerlingen volgen daarvoor het jeugdjournaal en lezen de ochtendkrant.”

Daar begon, vertelt zij, ook het plan voor de gang naar de Tweede Kamer. Op een ochtend kwam een van de leerlingen met het nieuws dat een journalist zomaar was binnengedrongen in een kazerne, zonder door iemand ontdekt te worden, zegt Van Gaalen. „Hij kon zo wegrijden in een auto van het leger. Dat vonden de leerlingen verbazingwekkend.”

Vervolgens vertelde een ander dat er een debat in de Tweede Kamer was geweest over dit onderwerp de avond tevoren. Zijn moeder, die in Den Haag werkt, meldde zich daardoor pas om vier uur ’s nachts thuis. „Dat vonden ze helemaal interessant en zo kwam het voorstel in Den Haag eens een kijkje te gaan nemen.”

De leerlingen leren van alles rond dit uitstapje: hoe de regering werkt bijvoorbeeld. „Waarom heet het eigenlijk Tweede Kamer en niet bijvoorbeeld zaal?”, luidt een vraag. De juf blijft het antwoord schuldig. Na de les zegt ze: „Dat gaan we later samen met de leerlingen uitzoeken, dat is nou ook echt iets voor freinetonderwijs.”

Wie vanuit de belangstelling van de kinderen lesgeeft, bereikt veel meer dan met een voorgekauwde les uit een boek, is de pedagogische gedachte. Daarom wordt binnen dit schooltype niet veel gebruikgemaakt van bestaande boeken en methodes. De leerkracht en de leerlingen zelf ontwerpen het lesmateriaal.

Ieder kind heeft een eigen schrift waarin hij minimaal één keer per week iets moet schrijven. Vaak wordt het een dagboek, maar wie wil mag ook fictie schrijven of een gedicht. De leerkracht neemt een van deze teksten als basis voor wat hier een tb heet: een tekstbehandeling.

„In de hogere groepen mogen de leerlingen zelf stemmen wiens tekst de basis voor de tb wordt”, vertelt Anouk Verveen (11) uit groep 8. „Deze week behandelen we Fleurs tekst: zij was met Kerstmis op vakantie in Amerika. En dus doen we van alles over dat land, hoeveel staten er zijn en zo.”

Het vakantieverslag uit Amerika komt eerst op het digitale schoolbord in de klas. Samen met de leerlingen worden verbeteringen toegevoegd, vertelt Van Gaalen. „Spellen komt aan de orde, grammatica, maar ook mooie zinnen schrijven. Daaromheen richt je de andere lessen in: over de Amerikaanse topografie en geschiedenis bijvoorbeeld.”

Freinetonderwijs vraagt veel van de leerkrachten, erkent zij. Het betekent dat zij na de les op school en later thuis nog bezig is met het uitzoeken van te gebruiken materiaal.

Het lesgeven vanuit de beleving van de kinderen begint al in de kleuterklas. „Ook dan kunnen leerlingen wat ze zelf bezighoudt inbrengen in de kring”, zegt Van Gaalen. „Als ze nog niet kunnen lezen, dan nemen ze een foto mee uit de krant en praten we daarover. Vaak kiezen ze lichte onderwerpen en dat is prima: over het schaatsen deze winter bijvoorbeeld.”

Naast de eigen manier van lesgeven, heeft het freinetonderwijs een tweede kenmerk: leerlingen hebben veel inspraak. De kring bijvoorbeeld wordt bij toerbeurt voorgezeten door een leerling. Hij of zij leidt de bijeenkomst. Ook houden de leerlingen de klassenkas bij, een eigen spaarpotje. Samen bepalen ze waar het beschikbare geld aan uitgegeven wordt. En als er een spreekbeurt wordt gehouden, overleggen de leerlingen onderling over de beoordeling.

Dat gebeurt allemaal naast de gewone lessen taal en rekenen, benadrukken de leerkrachten in Delft. Van Gaalen: „Leerlingen leren hier gewoon precies wat het ministerie voorschrijft en we hebben een leerlingvolgsysteem met Citotoetsen door de jaren heen, zodat ze niet kunnen uitvallen.”

Maar de Cito-eindtoets, zegt directeur Van Treuren, tevens partner van Van Gaalen, díe doen ze niet. De school vindt dat de leerlingen acht jaar lang goed gevolgd zijn door het volgsysteem en de juffen en meesters. Zij kunnen dus prima zien welk vervolgonderwijs bij welk kind past. Een extra toets is daarvoor niet nodig, vindt Van Treuren. Het advies van de school is bindend voor het vervolgonderwijs.

Op het schoolplein vertelt Jetta Polvliet, moeder van Jonas (9) uit groep 5, dat dit voor haar de doorslaggevende reden was haar zoon op een freinetschool te doen. „Ik geloof helemaal niet in de Cito-eindtoets, dat is een momentopname. Ik vind het dus heel goed dat deze school daaraan niet meedoet.”

De freinetschool Delft heeft het vertrouwen van de onderwijsinspectie, aldus een rapport van deze instantie van vorig jaar. ’De inspectie heeft geen aanwijzingen dat er belangrijke tekortkomingen zijn in de kwaliteit van het onderwijs’, luidt een conclusie.

Er zijn in Nederland geen middelbare scholen die volgens de freinetmethode werken. De leerlingen stromen na groep 8 door naar gewone middelbare scholen uit de omgeving. Directeur Van Treuren: „Wij horen altijd dat ze het daar erg goed doen, doordat ze hier zelfstandig leren plannen en werken. Dat is een groot voordeel van dit type onderwijs.”

Voor de overige afleveringen kijk op www.trouw.nl/basisschoolkeuze

mailIcon print |