*

 

Romantische insteek ongepast

Jann Ruyters − 15/01/09, 00:00

Regie Max Fürberböck. Met Nina Hoss, Evgeny Sidikhin. In 12 filmtheaters.

’Een vrouw in Berlijn’ is geen dagboek waar je snel een film bij bedenkt. In dit in 1954 voor het eerst verschenen oorlogsdagboek beschrijft een Duitse vrouw haar ervaringen in Berlijn van 20 april 1945 tot 22 juni 1945: de bombardementen, de schuilkelders, de angst, de gek makende honger, de komst van de Russen, de chaos, de vernederingen en verkrachtingen.

Haar toon is kalm. Ze beschrijft alles precies en gedetailleerd, helder. „Ik voel me zo kleverig, ik wil helemaal niets meer vastpakken, wil mijn eigen huid niet aanraken”, schrijft ze na de eerste verkrachting. Later: „Ik laat mijn lichaam, mijn arme, bezoedelde misbruikte lijf, gewoon liggen.”

De schrijfster van het dagboek werd in de jaren ’50 overgehaald om haar aantekeningen te publiceren maar wilde niet in de openbaarheid treden. Eigenlijk is het alsof ze die anonimiteit ook al zocht tijdens het schrijven. Al schrijvend schept ze afstand tussen zichzelf en wat er met haar en de mensen om haar heen gebeurt; ze analyseert chaos en liederlijkheid in plaats van er in weg te zinken. Haar schrijven is overlevingsstrategie.

Die inzet van dit dagboek maakt een verfilming bijna onmogelijk. Een film schept geen afstand; een film concretiseert, emotioneert, vat samen, veruiterlijkt. En inderdaad, het beeld is ook even wennen want in de film ’Anonyma’ is die naar nuchterheid en waarheid strevende onzichtbare ’ik’ een jonge, blonde vrouw geworden; een vrouw die dankzij de traditionele, zachte belichting dramatisch mooi blijft ook als ze wit en grauw ziet.

De in het dagboek summier weergegeven verkrachtingen zijn niet langer abstracte beschrijvingen op papier maar onverhoedse overvallen; al duikt de camera discreet weg en zoomt hij liever in op vingers die zich vastgrijpen aan spijlen, of een hoofd dat zich onder een lichaam vandaan zwoegt.

Heel mooi is hoe regisseur Fürberböck in zijn verfilming vervreemding, liederlijkheid, angst én de momenten van berusting vangt; het dansen aan de rand van de vulkaan. Hij schetst de spanning tussen de vijanden die zich na de Duitse capitulatie in het bezette Berlijn samen in een niemandsland bevinden.

Je voelt onderhuids de schuld- en wraakgevoelens. Het mooist zijn de scènes die beider ontheemding schetsen. De Russen die in een Duitse keuken een Russisch lied aanheffen, de Duitse vrouwen die mee feesten omdat ze geen andere keuze hebben; of omdat ze even alles willen vergeten.

Maar ken je het dagboek, dan zal je toch struikelen over de punten waar Fürberböck de zaakjes glad strijkt om de appel wat minder zuur te laten zijn. In het boek kiest de vrouw op gegeven moment een Russische ’beschermer’, een majoor die de andere Russen weghoudt, eten en drinken meebrengt, het haar fysiek niet al te lastig maakt, en ontwikkeld en aardig is. In de film geeft Fürberböck aan deze Andrei de ’romantic lead’; hij maakt er zelfs een romantische driehoek van door ook een Russische soldate op deze man te laten azen. Misschien zocht Fürberböck toch een held omdat een film met louter gekwetste ’ontmande’ Duitse mannen en Russische verkrachters ondraaglijk zou zijn.

De Russische majoor steekt in schoonheid en overwicht direct uit boven de andere Russen. De relatie die zich tussen hem en de Duitse vrouw ontwikkelt, is teder en ingehouden, zoals het in tijden van verkrachting past, maar het is wel een liefdesgeschiedenis, inclusief sentimenteel slotakkoord. En die toevoeging miskent toch het fundament en de kracht van het dagboek van de vrouw in Berlijn: het idee dat juist distantie, pragmatisme en onderdrukking van gevoel helpen om boven de barre ellende van verkrachting en vernedering uit te stijgen.

mailIcon print |