postbus 859, 1000 AW Amsterdam, lezers@trouw.nl
Het deed mij goed te lezen over de deelname van Youssef Azghari, docent communicatie, cultuur en ethiek, aan een tweedaagse bijeenkomst van moslimleiders-voor-vrede in Doha, Katar op de dag van de inauguratie van Barack Obama. Azghari is geen kleine jongen en hij weet zich verzekerd van 300 medestanders, jonge leidersfiguren uit 75 landen.
Ik geef het je te doen: met een positief initiatief komen in een tijd waarin negatieve oordelen zo ingeroest zijn. Nu hebben we dus ook mannen-voor-vrede. In 1983 togen vrouwen-voor-vrede naar Den Haag –met vele anderen– om de regering te bewegen af te zien van kruisraketten. Sindsdien zijn deze vrouwen bezig gebleven op allerlei terreinen. Vrede wordt met de hand gemaakt en met de mond gemaakt, maar nooit met wapens.
Laten we dit initiatief een kans geven.
Theresia Saers 's-Hertogenbosch
Dank voor het artikel van Jan Dirk Snel in Letter & Geest van 10 januari, waarin hij een overzicht geeft van de Joodse geschiedenis. Jammer dat hij niet meer aandacht geeft aan de immigratiegolven die voorafgingen aan de uitroeping van de staat Israƫl. Ook jammer dat hij geen melding maakt van de onrechtmatige annexaties van niet-Israƫlisch grondgebied daarna, waardoor de Palestijnse boosheid toch wel in een begrijpelijk daglicht komt te staan.
Men zal je dorp maar hebben weg-gebulldozerd en vervangen door huizen voor nieuwkomers.
Ype Vellinga Vries
Historicus Henk Slechte (Podium, dinsdag) heeft het bij het verkeerde eind, als hij stelt dat in de Acte van Verlaetinghe (van de Nederlanden van koning Philips II van Spanje in 1581) staat dat de vorst er is voor de onderdanen en niet andersom. Wat er staat is veel boeiender. God heeft de vorst over zijn onderdanen gesteld om met onbeperkte macht over hen te heersen en zij moeten hem gehoorzamen. Dit is een buiging naar de conventies van die tijd. Maar als de vorst faalt in het behartigen van de belangen van zijn onderdanen bij de uitoefening van zijn door God gegeven macht, wordt het duidelijk dat de vorst niet door God boven hen kan zijn gesteld. Dan is het de onderdanen toegestaan hem ongehoorzaam te zijn en hem te verlaten.
In deze redenering treffen twee nieuwe gedachtes. 1. De onderdanen menen zich te mogen opwerpen als beoordelaars (rechters) van de vorst. 2. Na een toetsing van diens gedrag komen zij tot ’verlaetinghe’. In het hedendaagse recht heet dit ’marginale toetsing’ en Nederland kan zich internationaal op de borst kloppen het eerste voorbeeld hiervan te hebben gegeven. Niettemin weten de onderdanen de indruk te wekken dat zij de beslissing aan God hebben gelaten.
Mr. Hieke Snijders-Borst Den Haag
In het stuk ’Calvinistische politiek product van eigen tijd’ van Carla van Baalen (Trouw, gisteren) staat een onjuistheid. De schrijfster vertelt een anekdote over een voorval tijdens de kabinetsformatie van 1981, waarbij koningin Juliana de demissionaire minister-president Dries van Agt op de vingers getikt zou hebben over zijn afwezigheid tijdens een vergadering omdat hij een wielerwedstrijd had bezocht.
Naar mijn beste weten was koningin Juliana toen al ruim een jaar met pensioen..
Jan Nijboer Alphen aan den Rijn
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.