*

 

Hoop dat ik ongelijk heb

Wim Boevink − 13/01/09, 00:00

„Voelt u zich onwel of niet goed – daarachter bij de tafel zijn twee EHBO’ers.” De kerk in Rotterdam is vol, de meeste kerkgangers een beetje op leeftijd, en Paul Verhoeven is er, de beroemde regisseur, die een boek heeft geschreven waarin Jezus boert en winden laat en als een radicaliserende Che Guevara door Palestina trekt, het wapengeweld niet schuwend.

Niks Zoon van God.

Ja, dan heb je die twee EHBO’ers misschien wel nodig.

Ware het niet dat die kerk een remonstrantse is en die zijn aan beweringen wel wat gewend, ruimzinnig en vrijgeestig als ze zelf zeggen te zijn. Een fijn, klein kerkgenootschap is het, best bereid om de historische Jezus te zoeken onder dikke lagen christelijke toedekking en verhulling – datgene dat Paul Verhoeven ’spin’ noemt : om politiek-ideologische redenen geschapen ruis, bedoeld om een imago te creĆ«ren. De evangelisten zijn voor Verhoeven spin doctors – met uitzondering van Marcus misschien.

Verhoevens boek heet eenvoudig Jezus van Nazaret. En voor het eerst sinds het in september verscheen, zou hij erover in debat gaan met Nederlandse theologen, hier in Rotterdam, al waren het dan remonstrantse theologen en dat is een goedmoedige ondersoort, die zeer wel leven kan met een open, ondogmatisch beeld van Christus.

Dat was dan meteen hun grootste bezwaar tegen Verhoevens visie: hij liet met zijn scherp getekende mensbeeld te weinig open. Zijn verhaal bleef een constructie. Het was bovendien behoorlijk speculatief en vertoonde sporen van een type denken waarmee je van Aha Erlebnis naar Aha Erlebnis kunt snellen. Tunneldenken. Verhoeven lachte zijn witste lach, maar tot een debat kwam het niet echt, aan het eind van een programma, dat met een vraaggesprek en muziek zo was uitgelopen, dat het voorzitter en hoogleraar Johan Goud tot de verzuchting bracht voorzitter te zijn gemaakt van een discussie waar geen tijd voor was.

Eigenlijk hadden de remonstranten Verhoeven een warm bad bereid, want unaniem werd zijn inzet en gedrevenheid geprezen, alsook zijn belezenheid, want Verhoeven is, zoals hij zelf ook aangaf, een echte Jezusfan, zij het een atheïstische.

Hoewel atheïstisch... Zover kon hij met zijn Jezusfascinatie toch niet van een gelovige afstaan? Verhoeven knikte geruststellend. Roemde Jezus’ radicale stellingen, ’zo verheffend, zo onbereikbaar’.

Ik had onderweg in zijn boek gebladerd en was toevallig blijven haken bij een passage op pagina 169. En bijna niet meer toevallig haalde ook Johan Goud die passage aan, Daar schrijft Verhoeven: ’Als zoiets als ’God’ bestaat, dan lijkt het er meer op dat het voor deze God onmogelijk is om in onze realiteit in te grijpen....(maar ik hoop dat ik ongelijk heb).’

Daar, tussen die haakjes, staat de kern van alle geloof – de drang om van die hoop geloof te maken.

Het geloof in het eigen ongelijk, dat is misschien het mooiste.

mailIcon print |