*

 

’Meedoen aan De Tocht verandert toch je leven’

Ellis Ellenbroek − 15/01/09, 00:00

De vereniging De Friesche Elfsteden bestaat honderd jaar. Reden voor veel oud-Elfstedenschaatsers om sterke verhalen op te halen.

Het eeuwfeest van de vereniging De Friesche Elfsteden wordt vandaag gevierd met muziek en theater. Of staat de Leeuwarder schouwburg vooral bol van sterke verhalen over de vijftien Elfstedentochten? Want hoe zit het nou echt met die afgestorven teen?

Hij wil zijn sokken niet uitdoen. „Om de mythe in stand te houden.” De titel van het boekje dat Tinus Udding in 2007 schreef, verwijst naar die mythe. Toch ontzenuwt de schrijver in ’Mijn teen voor het kruisje’ juist dat hij zijn deelname aan de loodzware Elfstedentocht van 1963 moest bekopen met een teen.

De gepensioneerde chemicus uit het Drentse Uffelte stond de afgelopen weken tot zijn verdriet niet op het ijs. Hij herstelt van een dotteroperatie. Om die reden slaat hij de honderdjarige verjaardag van de vereniging De Friesche Elfsteden vandaag ook over. Maar als het even kan is Udding van de partij als oud-Elfstedenschaatsers samenkomen om herinneringen op te halen.

In 1963 voltooide hij de tocht der tochten als eenendertigste. Hij is er van overtuigd dat er meer in had gezeten. Die achttiende januari was het namelijk niet alleen dramatisch winterweer, Udding, toen 23 en student scheikunde, miste ook nog eens bijna de start door autopech. Na vijf kilometer raakte zijn arm uit de kom, weer later bezweek hij haast van de honger. Het staat allemaal te lezen in ’Mijn teen voor het kruisje’ dat te koop is bij het schaatsmuseum in Hindeloopen.

Of meedoen aan zo’n tocht het leven verandert? „De eerste jaren helemaal niet.” De voorzitter van de voetbalclub ploegde door de sneeuw naar de ouderlijke boerderij met een felicitatie. En als best geplaatste Drent kreeg Udding van de ijsclub Bovensmilde een herinneringsvaantje. Dat was het. Maandag na het barre avontuur stond hij weer in het lab in Groningen. Toen pas bleek dat zijn tenen waren bevroren. In het ziekenhuis knipte de dokter wat vel en de nagel van de linker grote teen. Later schreven journalisten dat het hele lichaamsdeel geamputeerd was.

Dat de tocht van 1963 met terugwerkende kracht uitgroeide tot een hype komt stellig omdat het tweeëntwintig jaar duurde voor er weer een Elfstedentocht kwam. En dat was een relatief makkie. Directeur Gauke Bootsma van het Hindelooper schaatsmuseum ging reünies organiseren. „Toen begon ook voor mij het zaakje weer te leven.” Toen Bootsma hoorde dat Udding het teenfragment nog altijd bewaarde, wou hij het in zijn museum hebben, als symbool voor lijden en afzien.

„Sommige journalisten zeggen: Reinier Paping heeft hem gewonnen, maar jij heb het mooiste verhaal”, lacht Udding die zegt dat hij de belangstelling voor editie ’63 „hoe langer hoe leuker” begint te vinden. Maar een verdrietige kant zit er ook aan. Zijn broer Bernardus ziet hij amper nog. Bernardus kwam vlak na Tinus over de streep, met bevroren ogen. Maar naar hem vraagt haast niemand meer, dat dreef een wig tussen de broers. „Hij schaatste eigenlijk beter dan ik, ook later nog. Hij zou eigenlijk vaker genoemd moeten worden, vindt hij.”

mailIcon print |