Het Rotterdamse havenuitzendbureau SHB is failliet. Een half jaar geleden leek de toekomst nog zonnig.
„Er is absoluut behoefte aan een havenpool”, verzekert Eric Janssen als de vraag valt of een uitzendbureau voor de haven nog wel bestaansrecht heeft. „Omdat die piekgevoeligheid in de haven zo groot is. En die pieken worden nog groter als straks mammoetcontainerschepen gaan aanleggen na de oplevering van de Tweede Maasvlakte.”
Desondanks viel vorige week het doek voor de Rotterdamse havenpool SHB, na een overlevingsstrijd die begon ver voordat Janssen negen jaar geleden directeur werd. De stagnerende wereldhandel als gevolg van de kredietcrisis nekte het havenuitzendbureau. November en december waren dramatisch, zegt Janssen. „Rijd maar eens door de haven: er ligt geen schip voor de kant. Negentig procent van onze kosten bestaat uit personeel. En die kosten zijn star. Dan houd je het niet.”
Na de aanslag op de Twin Towers in New York in 2001 stond de havenpool al eens op omvallen. Ook toen kelderde de wereldhandel. Het toenmalige gemeentelijk havenbedrijf, de havenbedrijven en de vakbonden vonden een faillissement echter sociaal onverantwoord. De havenbedrijven hadden jarenlang werknemers in de havenpool geloosd, die overbodig waren geworden door de introductie van containers in de jaren tachtig en negentig. Daardoor beschikte de SHB over vooral ouder en relatief duur personeel.
Er kwam een plan dat de havenpool toekomstbestendig moest maken: kleiner, jonger en beter geschoold. De SHB’ers, die alleen vertrouwd waren met stukgoed, werden omgeschoold voor containeroverslag. Wie geboren was tussen 1942 en 1949, mocht op 60-jarige leeftijd met de VUT. En een deel van het personeel werd tijdelijk in de WW gestald met doorbetaling van salaris. Het plan werd betaald uit een lening van het havenbedrijf van 4,5 miljoen en de pensioenpremies van de havenpoolers. In 2005 hervatte de SHB de betaling van de pensioenpremies, nadat het weer druk werd in de Rotterdamse haven en er voor het eerst winst werd gemaakt.
De afgeslankte havenpool werd in de etalage gezet en overgenomen door Humares, een Zeeuws maritiem uitzendbureau. Maar vanwege de schuld aan het havenbedrijf en de openstaande pensioenpremies (tezamen ruim 14 miljoen euro) lijfde Humares de SHB niet in en kwam er weinig terecht van de gehoopte samenvoegingsvoordelen. Wel investeerde Humares anderhalf miljoen euro, waarmee 150 jongeren konden worden aangenomen en SHB’ers bijgeschoold. De bedrijfsopleidingen en de uittredingsregeling voor 60-jarigen die ooit hun loopbaan in de haven waren begonnen met het sjouwen van zakken op hun nek, drukten het bedrijfsresultaat van de SHB tot gemiddeld een miljoen, op een jaaromzet van 36 miljoen. Geen vetpot, beaamt Janssen, „maar we hadden samen met de aandeelhouders gekozen voor een sociale sanering”.
Ook de eerste helft van vorig jaar koerste de havenpool af op die winst, totdat de wereldhandel vertraagde. Samen met aandeelhouder Humares stelde Janssen een plan op (kosten 2 miljoen) dat de havenpool door het magere jaar 2009 moest loodsen. „De gedachte was dat de wereldhandel zich in 2010 herstelt. En dan sta je vooraan als uitzendbureau. Dan kun je in twee, drie jaar tijd terugverdienen wat je nu nodig hebt.” Bovendien zou de havenpool vanaf volgend jaar geld overhouden, omdat dan de VUT-regeling afloopt.
Maar de bonden lagen dwars. Zij eisten de afgesproken pensioenreparatie per 1 januari dit jaar, anders stapten ze naar de rechter. Een tegenvoorstel om te repareren zodra werknemers 65 worden, werd afgewezen. Humares zag daarop af van financiering van het reddingsplan, uit vrees voor een pensioenclaim van zo’n 8 miljoen euro. „De vakbond wil meer invloed in de haven en gebruikt daar de SHB voor”, zegt Janssen bitter.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.