*

 

Behouden condooms de Amazone?

Stijntje Blankendaal − 12/01/09, 00:00

Nog altijd gaan grote delen van de Braziliaanse Amazone letterlijk in rook op. Dat komt onder meer de boeren die de grond nodig hebben om rond te kunnen komen. Condooms van natuurlijk latex en andere bosproducten moeten daar een eind aan maken.

Het kleine vliegtuigje vertrekt vanuit Rio Branco, de hoofdstad van de Braziliaanse provincie Acre, naar Xapuri, dichtbij de grens met Bolivia. Het zicht is slecht vanwege de rook. Soms belemmert die het zicht zó, dat er niet eens gevlogen kan worden. Dat is altijd zo in de droge periode: dan eigenen de veehouders zich nieuwe grond toe.

De rook komt met name uit de buurprovincie Rondônia, waar al 40 procent van het bos is weggevaagd. Van het bos in Acre is nog 88 procent intact. De laatste tien jaar is daar slechts twee procent gekapt en verbrand. De provinciale regering noemt zich dan ook een ’bosregering’, die een ’boseconomie’ nastreeft. Men pronkt met subsidies voor natuurlijk rubber en de aanleg van een condoomfabriek. Om het bos ’op poten’ waarde te geven. We gaan het zien, op uitnodiging van het Wereldnatuurfonds.

In Xapuri, 15.000 inwoners, werd ruim twintig jaar geleden Chico Mendes vermoord. De daders waren een veeboer en diens zoon, Darli en Darcy Alves da Silva. Mendes (1944-1988), rubbertapper en in 1977 medeoprichter van de landarbeidersvakbond, streed tegen de aanleg van nieuwe wegen, dammen en de onbelemmerde kaalslag van het bos.

Toen waren de hoogtijdagen van het rubber al voorbij. Die lagen aan het einde van de negentiende eeuw en tijdens de Eerste Wereldoorlog. ’Rubberbaronnen’ haalden arme gezinnen uit het noordoosten van Brazilië. Deze families leefden geïsoleerd in grote stukken oerwoud. Ze moesten van de ene boom naar de andere rennen om genoeg van de witte latex af te tappen. ’De gang van een rubbertapper’, zegt men over iemand die met haast loopt.

Met de opkomst van het synthetische rubber verdween deze economie. De rubbertappers bleven. Ze waren te arm om te vertrekken naar andere gebieden en te zeer gewend geraakt aan het geïsoleerde leven in het bos.

In 1990 werd het eerste zogenoemde ’extractivistische’ reservaat door de Braziliaanse regering opgericht, als hommage aan Chico Mendes. ’Extractivisme’ (een neologisme) staat voor het gebruik van het woud zonder het te kappen. Rubbertappen doodt een boom niet, net zomin als het verzamelen van noten, vruchten en medicinale planten dat doet.

In het reservaat – één miljoen hectare groot – moeten ruim duizend families zich in leven zien te houden.

Om de rubbertappers van een inkomen te voorzien heeft de ’bosregering’ in samenwerking met het Braziliaanse ministerie van gezondheid een condoomfabriek in Xapuri gebouwd. De fabriek, die de natuurlijke latex voor de condooms gebruikt, werd precies een jaar geleden met veel tamtam geopend. Maar omdat het nog altijd niet de laatste vergunning binnen heeft, ligt het spiksplinternieuwe gebouw er al maanden stil en verlaten bij.

De verantwoordelijke voor de fabriek, van het technisch fonds van de provincie, Tânia Guimarães, vertelt dat zij hoopt dat de fabriek binnenkort dan eindelijk gaat draaien. Het ministerie van gezondheid is de grootste investeerder en zal de condooms (die perfect van kwaliteit schijnen te zijn) afnemen en gratis verspreiden. Guimarães: „We verwachten in een jaar 100 miljoen condooms te produceren voor het anti-hivprogramma van het ministerie, een tiende van zijn totale behoefte”. Daarmee krijgen 150 mensen een vaste baan binnen de fabriek en worden 700 families ingezet in de rubbertoevoer.

„Meer dan de helft van de families komt uit het reservaat Chico Mendes”, vertelt Guimarães, „de rest komt uit de omgeving. Ze gaan gemiddeld 500 reais (185 euro) per maand verdienen, afhankelijk van hun productie. Die loopt gedurende zes maanden per jaar, in de droge periode. Tijdens de andere maanden kunnen ze (para)noten verzamelen.”

Maar of dat genoeg is? „Veel bewoners stappen toch over op de veeteelt”, verzucht Claudio Maretti, directeur natuurbehoud van het Wereldnatuurfonds Brazilië. In het reservaat mag iedere familie tien procent van zijn grond, tot maximaal 30 hectaren, ontbossen en er zo’n 15 à 30 koeien op nahouden. Maar er lopen er al meer dan achtduizend rond. Sommige bewoners hebben meer dan 600 koeien, blijkt uit recent onderzoek van het veehouders- en bosinstituut van Acre. Zes procent van het totale reservaat is ontbost.

Als we met een 4x4 vrachtwagen door het reservaat rijden, zijn inderdaad opengeslagen vlaktes te zien en grazen her en der flinke kuddes. De reis vanuit Xapuri gaat naar Cumaru, diep in het reservaat, dichtbij het drielandenpunt met Peru en Bolivia.

Cumaru is een gemeenschap met een drietal huizen en een schooltje. Kinderen komen vanuit de wijde omtrek, op de fiets door het zand of lopend. We worden ontvangen in het huis van Francisco Rodrigues de Araújo en zijn vrouw Celita. Francisco tapt al jaren geen rubber meer – zijn rug heeft het begeven. Zijn twee zoons werken meestal als dagarbeider op het land. Het echtpaar ontvangt reizigers die het gebied doorkruisen, en biedt hun overnachting.

Tapt er nog iemand rubber? „Dan moet je bij de professor zijn”, lacht Francisco, „die kan alles met rubber”. Die is José Rodrigues de Araujo. Hij werkt mee aan een project, ontwikkeld door de Universiteit van Brasilia, dat met een nieuwe techniek kwalitatief hoogwaardig rubber oplevert. In plaats van het getapte rubber traditioneel te roken en zo te binden tot een dikke, harde rubber, is een vloeibaar bindmiddel ontwikkeld. Dat is ook gezonder dan roken, dat soms tot blindheid leidt.

In het schuurtje, waarvan er de komende tijd 180 gebouwd gaan worden door de provincie Acre, geeft de 36-jarige professor een demonstratie. Het melkachtige rubber heeft hij die morgen getapt van zijn rubberbomen. Hij roert, mengt en haalt het dikker geworden rubber vervolgens door de mangel. Gladde lappen komen tevoorschijn, die hij te drogen hangt. Daar krijgt Francisco, inclusief 60 cent subsidie, vijf reais (1,85 euro) per kilo voor, dezelfde prijs die het condoomrubber straks moet opleveren. Afhankelijk van de vraag kan die prijs oplopen. De gerookte, traditionele versie levert slechts 2 reais per kilo op, ook met subsidie.

José Rodrigues’ lappen gingen naar een schoenenfabriek van een Frans bedrijf in Rio de Janeiro, Veja genaamd. Die kocht vorig jaar in totaal 20 ton op. Maar José maakt er ondertussen liever zélf rubberen kaplaarzen van, die hij in de stad verkoopt: „Dan vang ik er 30 reais per kilo voor, goed voor twee paar laarsen.” Toch kan ook de professor nog niet van zijn rubber leven. Ook hij verbrandt nog altijd bosgrond voor de verbouw van bonen en groentes en zijn twee koeien: „Ik zie helaas geen andere uitweg, zolang rubber me niet voldoende oplevert.”

Kort voor de jaarwisseling kreeg de condoomfabriek eindelijk haar vergunning. Men hoopt spoedig de eerste ladingen te leveren.

mailIcon print |