De Parkeervakbeurs die deze week in Den Bosch gehouden wordt is een van de spannendste beurzen van het jaar, schreef ik hier gisteren met droge ogen – onder de indruk van de enorme opgave waarvoor dit land zich gesteld ziet bij, zoals het zo mooi heet, ’het organiseren van de stilstand van onze mobiliteit’.
De vraag is even simpel als complex: waar laten we, bij groeiend autobezit, straks onze auto? Het probleem valt uiteen in twee delen: er is stilstand bij bereiken van de bestemming (winkelcentrum, werk, theater) en er is stilstand bij het woonadres, de plaats waar de auto vandaan komt en weer naar terugkeert. Heel veel stilstand, want een auto rijdt gemiddeld maar een uur of twee per dag.
De kwestie van stilstand bij het woonadres intrigeerde me het meest, want bijna alle woonwijken kampen met parkeeroverlast, zekere de oudere, die nooit voor zoveel autobezit gebouwd zijn. Zelf mag ik in een jaren dertig wijk wonen, in een schil rond het stadscentrum, en dat zijn populaire wijken bij tweeverdieners die er niet zelden twee auto’s op na houden. Die wijken puilen dus uit van het blik. Gemeenten gaan dit probleem doorgaans te lijf met het gefaseerd invoeren van betaald parkeren en het verlenen van vergunningen, de waterbedmethode, die ervoor zorgt dat de parkeerdruk elders zal toenemen.
Ik had gehoopt op de beurs een briljante oplossing te vinden, maar met uitzondering van het bureau dat een studie verrichtte naar parkeergaragebouw onder de Amsterdamse grachten (ondergronds bouwen is in Amsterdam heel erg in), kreeg ik de indruk dat het beursaanbod zich vooral concentreerde op het andere deel van het parkeerprobleem, dat van het parkeren op bestemming.
Dus was er veel te vinden over parkeergarages en de inrichting ervan, alweer een hele wereld op zich, met aandacht voor slijtvaste antisliplagen, verwarmde hellingbanen, rol- of vouwdeuren, ventilatiesystemen en bewegwijzering. Een parkeergarage kan zowaar trendy zijn en moet ’uitstraling’ hebben: men moet er zich veilig kunnen voelen. En omdat geen beurs zonder innovaties kan, werd er ook een innovatieprijs uitgereikt: die ging niet naar een nieuw systeem om kolommen in parkeergarages te beschermen, maar naar een ’parkeergeleidingssysteem met carfinding methode’. Ik zag de importeur van de van oorsprong Koreaanse vinding in zijn stand met autootjes spelen die hij op monitoren kon volgen, terwijl op een ander scherm een net verlaten parkeervak groen oplichtte.
Heel mooi, heel cool, en fijn dat ik straks in die trendy parkeergarage mijn auto op de vijfde etage sneller terug kan vinden, maar in die gedateerde woonwijken groeit intussen de bliktoevoer en hebben we thuis ook af en toe een carfinding methode nodig omdat we niet meer weten in welke straat we een paar dagen geleden de auto achterlieten.
Als ie er nog staat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.