De geldpersen maken wereldwijd overuren om de haperende economie te stimuleren. De Europese Centrale Bank houdt tot nog toe de boot af. Hoe lang nog?
Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank (ECB), zal er niet rouwig om zijn dat de ogen vandaag op de G20-top in Londen zijn gericht. Het haalt de druk op de bijeenkomst van zijn ECB-bestuur wellicht wat weg. Want de roep om ingrijpende maatregelen van de ECB heeft de afgelopen maanden flink aan kracht gewonnen.
Wat er gaat gebeuren met de rente, normaal gesproken het enige discussiepunt van de ECB, is vandaag nauwelijks van belang. Algemeen wordt aangenomen dat die opnieuw met een half procentpunt omlaag gaat. De rente in de eurozone zou daarmee op 1 procent komen, een nieuw historisch dieptepunt.
Maar nu de rentestand langzaam de ondergrens van nul procent nadert, verliest het instrument aan waarde. Ondanks de lage rente lenen banken nog steeds mondjesmaat uit, en is het nog niet gelukt de economie aan te jagen.
Tot nog toe heeft Trichet de druk weerstaan om de geldpers te laten draaien. Maar in toespraken sluipen steeds vaker toespelingen op ’onconventionele maatregelen’ om de economie te stimuleren.
ECB-vicepresident Lucas Papademos liet onlangs doorschemeren dat gekeken wordt naar het kopen van pakketten van bedrijfsleningen. Maar consequent wordt erbij verteld dat het niet per se om dezelfde maatregelen als in andere westerse landen hoeft te gaan.
De mogelijkheden van de ECB zijn een stuk beperkter dan die in de Verenigde Staten. Ben Bernanke vormt sinds het uitbreken van de crisis een dynamisch duo met de minister van financiën: vrijwel alle maatregelen om de crisis te bestrijden, worden door de Fed en ministerie van financiën samen bepaald en uitgevoerd.
Overheidsschuld opkopen is voor de ECB ook niet zomaar mogelijk. In de eerste plaats omdat het statuut van de ECB verbiedt afzonderlijke landen bij te staan, de zogenoemde no bailout-clausule. Nationale centrale banken hebben die mogelijkheid in theorie wel, maar die hebben behoorlijk aan macht ingeboet ten koste van de ECB. En wanneer één centrale bank overgaat tot het opkopen van staatsobligaties, zullen andere landen al snel roepen dat het bij hen toch echt ook nodig is.
De ECB kan de schuld ook indirect kopen, door van marktpartijen overheidsschuld over te nemen. Maar wie bepaalt hoeveel schuldpapier er van welk land wordt gekocht?
Op welke manier dat ook wordt bepaald, het zal de ECB het verwijt opleveren politiek te opereren. Niet voor niets klinkt steeds vaker de roep om één centrale uitgever van overheidsschuld in de eurozone.
Los van de mogelijkheden is de ECB traditioneel veel voorzichtiger met het pompen van geld in de economie als oplossing voor economische malaise. De opdracht van de centrale bank om de inflatie ’onder, maar dichtbij’ 2 procent per jaar te houden, wijkt behoorlijk af van die in de VS en Engeland, waar het aanjagen van de economie minstens zo belangrijk wordt gevonden.
Maar juist die inflatieopdracht zou de ECB er wel eens toe kunnen bewegen toch de geldpers aan te zetten. Gisteren werd bekend dat de inflatie in de eurozone is gedaald tot 0,6 procent. Weliswaar onder, maar niet meer zo dichtbij de 2 procent. De angst dat de dalende trend doorzet, en inflatie dus omslaat in deflatie, neemt ook in Europa toe. En alle moeilijkheden ten spijt, zover zal ook Trichet het niet willen laten komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.