*

 

Jelle speelt liever met zijn knikkerbaan

Hinke Hamer − 02/04/09, 00:00

Vandaag is het Wereld Autisme Dag, bedoeld om begrip te creëren voor de stoornis waaraan 35 miljoen mensen over de hele wereld lijden. Eén van hen is Jelle Bakker.

  • Jelle Bakker aan het werk in avonturenpark Hellendoorn. De autistische man bouwt er aan zijn grootste knikkerbaan ooit, met een lengte van één kilometer. (FOTO HERMAN ENGBERS)

De ’Musical Cascade’ staat in een hoekje van Jelle’s slaapkamer in zorgcentrum Emerhese. Een beetje weggestopt, niet echt de plek waar je een kunstwerk tentoonstelt.

Jelle hurkt voor zijn zelfgebouwde ’Cascade’ en grijpt een handvol knikkers uit de bak. Hij laat de knikkers bovenin vallen en houdt ze nauwlettend in de gaten, op hun snelle weg naar beneden. Sommige rollen via de ’Muziektrap’, het eerste knikkergat, andere via het ’Knikkerorgel’ en weer andere door de ’Schans’. Langs spijkers, over een xylofoon van ijzeren plaatjes, langs een klokkenspel, door een rotonde in de vorm van een trechter en over een houten blok, waarin Jelle een gat heeft gefreesd.

Het is niet de enige knikkerbaan die Jelle Bakker zelf heeft ontworpen en gebouwd. Jelle is 25 en al sinds zijn vierde jaar gefascineerd door knikkers en banen. Dat heeft te maken met zijn stoornis: hij heeft autisme. Daarover praat Jelle niet graag en hij vindt het moeilijk om uit te leggen wat autisme inhoudt. „Ik heb een geestelijke afwijking”, weet hij. En pragmatisch als hij is, verwijst hij voor verdere informatie over autisme naar zijn website, waar zijn broer Dion uitgebreid schrijft over oorzaken, uitingsvormen en kenmerken van de stoornis. Jelle woont in Emerhese, onderdeel van de Symfora Groep. In die woongroep voor autistische jongeren leidt hij, met weinig prikkels en een gestructureerd dagritme, een normaal leven.

Jelle was vier toen hij een knikkerbaan van zijn ouders kreeg. Toen al kon hij de knikkers moeilijk loslaten. Van Duplo en Lego bouwde hij zelf banen. Later, toen hij in een kindertehuis woonde, probeerden zijn begeleiders hem wel eens te stimuleren om ook met ander speelgoed te spelen. „Een half uur dit, dan weer een half uur dat.” Maar Jelle speelde liever met zijn knikkerbaan.

Tot voor kort bouwde hij op bescheiden schaal, met een uitschieter in het Haarlemse Dolhuys, waar hij twee jaar geleden een baan van 504 meter mocht bouwen. Tot hij in december zijn mail bekeek en een berichtje uit Avonturenpark Hellendoorn ontving. „Eerst dacht ik dat het een grapje was. Maar de mail bleek ondertekend door de directeur. Toen wist ik dat het serieus was.” De directeur vroeg Jelle hoogstpersoonlijk of hij een levensgrote baan wilde bouwen in het avonturenpark. „Eentje van een kilometer lang.”

Sinds januari is Jelle in het park aan het bouwen. Ieder weekend, van vrijdag tot zondag, brengt hij er door. De baan moet volgende maand af zijn, maar Jelle is niet bang dat hij in tijdnood komt: komend weekend legt hij de laatste hand aan zijn werk. Er staat al 980 meter bouwwerk. Jelle vertelt hoe hij een bestelbus vol bouwmaterialen naar het park vervoerde: buizen, K’nex, Legoblokken en zelfs lampenkappen. Hoe hij de ondergrond gelijkmaakte met houten platen. En hoe hij medewerkers van het park ’onder zich heeft’: „Ik vertel hoe de buizen moeten worden gekoppeld. En dat doen ze dan.’”

In het weekend gaat Jelle’s vrije tijd naar het project in Hellendoorn. Door de week werkt hij twee dagen in een supermarkt en brengt hij tijd door in de dagbesteding die bij de woongroep hoort. Daar is een werkplaats waar hij de beschikking heeft over machines om hout te bewerken, die hij gebruikt voor zijn bouwwerk in Hellendoorn. Bovendien heeft hij een atelier in de buurt: via het tv-programma ’Club van 100’ –inmiddels ter ziele– vond hij een kunstenaar die hem de ruimte aanbood.

Met het beetje tijd dat hij dán nog over heeft, bouwt Jelle aan zijn website. Die is interessant, want er staan niet alleen foto’s en filmpjes op, maar ook een handleiding voor het bouwen van knikkerbanen: „Altijd van beneden naar boven bouwen, eerst de liftsystemen die de knikkers naar boven brengen, en dan pas de straten.”

Meest indrukwekkend is zijn lijst met foto’s van knikkers en de bijbehorende namen: wat te denken van de Katjoek, de Tarantula en de Morelia?

Jelle krijgt veel mails over de namen van knikkers. „Ik heb dus zelf een knikkerlijst gemaakt. Meteen stegen de bezoekersaantallen.” Makkelijk is het niet, om alle knikkers bij naam te kennen. „Ook omdat de namen van knikkers per streek, of zelfs per school kunnen verschillen. Zo’n transparante met een gekleurde sluier door het midden, heet op sommige scholen een kattenoog, of een eenteller. Op andere scholen heet-ie een gewoontje.”

Jelle houdt het aantal bezoekers van zijn website goed in de gaten. Als hij in de krant heeft gestaan of op tv is geweest, stijgt het aantal. En nu, met het grote project in Avonturenpark Hellendoorn, zal dat zeker het geval zijn. Hij is al eerder in de krant geweest en binnenkort wordt een uitzending van het BNN-programma ’Je zal het maar hebben’ aan hem gewijd. Om bekendheid geeft Jelle weinig, maar hij merkt het wel. „Laatst zat ik in de trein van Nijverdal naar Zwolle, toen stapte een oud echtpaar in. Zij zeiden: ’jij bent van de knikkerbanen!’ En tussen Zwolle en Amersfoort gebeurde het nog een keer.”

mailIcon print |