opinie Komende maandag houdt de FNV een landelijke protestactie tegen de korte lontjes. „We hebben er de buik vol van”, schrijft de vakbond op zijn website. „Agressie en geweld zijn niet iets dat als vanzelfsprekend bij het werk hoort.” Brandweerlieden, politiemensen, treinconducteurs en buschauffeurs zullen, heel ludiek, die dag om 12 uur van zich doen horen met claxons, fluitjes en toeters.
Uiteraard verdienen de actievoerders ons aller sympathie. Zelfs struisvogels als Marcel van Dam zullen immers moeten toegeven dat de verharding niet langer valt toe te schrijven aan het lezen van het verkeerde ochtendblad. Alle kranten maken bijna dagelijks melding van buschauffeurs die klappen krijgen, ambulancepersoneel dat belaagd wordt, treinconducteurs die bewusteloos op de vloer belanden.
Ook tot de overheid dringt langzaam door dat de agressie tegen ambtenaren en uniformdragers niet zal overwaaien als was het een natuurverschijnsel. Minister na minister heeft al werkgroepen ingesteld, maatregelen aangekondigd, miljoenen euro’s vrijgemaakt, redevoeringen gehouden. „Blijf met je poten van onze mensen af”, sprak oud-minister Johan Remkes ooit ferm, „of je zal dat nog lang bezuren.” Eén ding staat vast: erg onder de indruk raakten potentiële geweldplegers er tot nog toe niet van.
En nu wil ook de vakbond zijn tanden laten zien. Zal dat wél enig effect sorteren? Dat is helaas de vraag.
Afgelopen maandag kwam FNV Bondgenoten met een zogeheten Zwartboek. Van 9 tot 16 maart hield de bond een ’meldweek veiligheid in de bus’. Precies 289 chauffeurs vulden een enquête in. Belangrijkste conclusie, aldus de bond: „De krappe rijtijden in de dienstregeling zijn volgens buschauffeurs de kiem van veel agressie in het openbaar vervoer.”
Grappig genoeg rijst uit het Zwartboek zelf een heel ander beeld op. Uitvoerig beschrijven de buschauffeurs incidenten die ze hebben meegemaakt (’Bekogeld door een groep van minimaal 20 personen met eieren’, ’Passagier was het niet eens en schold en tufte mij in mijn gezicht’, ’Zonder reden een vuistslag gekregen’). Even uitvoerig klagen ze over de lakse houding van hun leidinggevenden (’Ik kreeg op beide nummers geen gehoor, dat vind ik nog het ergste van alles’). En over de gebrekkige opvang (’Het enige wat ik hoorde was dat ze het rottig voor mij vonden’). Bijna niemand beweert dat ’de kiem’ van het passagiersgeweld schuilt in ’te krappe rijtijden’.
Maar ja. Dat was dan ook een standpunt dat FNV Bondgenoten al had ingenomen vóórdat de enquête was afgerond. Midden in genoemde ’meldweek’, op donderdag 12 maart, wist een bondsbestuurder op Radio 1 al te vertellen dat de voornaamste schuld voor de agressie lag bij de werkgevers. Vrij vertaald: als de busmaatschappijen de ritten nu maar ruimer zouden plannen, dan zouden de passagiers zich voortaan als lammetjes gedragen.
Het is van een naïviteit die je toch even de adem beneemt. Ik kan althans zo enkele landen opnoemen waar de dienstregeling niet meer is dan een aardige suggestie. Bussen noch treinen arriveren er op tijd. Toch vertaalt de ergernis van het publiek zich daar zelden in spugen, schelden of een kaakslag.
Erger: het is juist deze denktrant – de verantwoordelijkheid voor het geweld ligt bij iedereen, behalve bij de geweldplegers – waardoor het fenomeen ongestoord kon blijven voortwoekeren. Vanuit dezelfde bizarre logica moesten de slachtoffers massaal op agressietraining, terwijl de daders in veruit de meeste gevallen vrijuit gingen.
Een vakbond die dat niet onder ogen durft te zien, moet misschien eens bij zichzelf te rade gaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.