De Britse premier Gordon Brown haalt alles uit de kast om de G20-top, die vandaag van start gaat in Londen, tot een succes te maken. Dat valt bepaald niet mee, want de verdeeldheid is groot. Wat dragen de landen bij aan economisch herstel? En hoe wordt voorkomen dat landen die niet meebetalen wel profiteren?
Eenheid uitstralen, hoe oneens je het met elkaar ook bent. Als er iets is wat de wereldeconomie niet kan hebben, dan is het wel dat wereldleiders elkaar niet kunnen vinden tijdens een top. Beter een matige slotverklaring dan geen.
Onder regie van de Britse premier Gordon Brown is afgelopen weken druk gewerkt aan een gelikte show van de G20 in Londen. Londen moet de allure krijgen van Bretton Woods, de plek in de VS waar in 1944 Wereldbank en IMF werden geboren als antwoord op de crisis die aan de Tweede Wereldoorlog vooraf ging. En wie wil meekijken hoe de leiders van de G20 de rode loper van het crisistoneel betreden, kan zich vervoegen op de website van Londonsummit.gov. Daar wordt beloofd dat alle hoogtepunten worden getoond van deze top. En dan wordt eraan toegevoegd dat tot de hoogtepunten de komst van de leiders van de G20 behoort. Het lijkt wel alsof alleen van hun aanwezigheid al een heilzame werking voor de sputterende wereldeconomie moet uitgaan.
Mobilisatie van alle krachten, dat is wat gastheer Gordon Brown de afgelopen weken heeft proberen te doen. Aan de vooravond van de top die vandaag officieel in Londen wordt gehouden, riep hij de wereld onder meer vanuit St. Paul’s Cathedral op te zoeken naar gemeenschappelijke waarden. De nieuwe vijanden zijn voor de Britse premier de mondiale recessie, de dreigende massawerkloosheid, de onzekerheid over het bestaan, terugval in armoede voor velen in ontwikkelingslanden en het de kop opstekende protectionisme dat landen scheidt in plaats van bindt. Het hele circus dat rondom de top van de G20 is geschapen, begint iets weg te krijgen van de verkondiging van een nieuw economisch evangelie. „Er moet een nieuw systeem worden gemaakt dat recht doet aan de gemeenschappelijke waarden die wij allen in het dagelijkse leven juichend uitdragen”, sprak Brown gisteren theatraal in de kathedraal.
In het kielzog van de premier riepen de geestelijk leiders van Groot-Brittannië, onder wie de aartsbisschop van Canterbury, op de morele kwesties die ten grondslag liggen aan de huidige crisis niet onbesproken te laten. Zelfs in deze moeilijke tijden moet er een oog zijn voor de armen in deze wereld, luidde hun oproep. Zij zullen in de slotverklaring van de top op hun wenken worden bediend, maar of dat de armen meer oplevert dan woorden van erkenning is maar zeer de vraag. Namens hen zitten IMF en Wereldbank aan tafel bij de G20. Beide instellingen hebben de G20-leiders de laatste dagen voorgehouden dat de mondiale welvaartstijging van de afgelopen decennia vooral te danken is aan de opkomende markten die grondstoffen als olie, soja en metalen leverden. De bron waaruit gedronken is, is ook de bron die straks voor het herstel moet zorgen, is de boodschap van multilaterale instellingen als IMF en Wereldbank.
Grote woorden allemaal, maar zo leren toppen, de daden staan vaak niet in verhouding tot de retoriek. Ondanks alle inspanningen van Brown om nog voor de top alle plooien recht te strijken, zijn er wat rimpels. Zo hebben de Fransen, bij monde van minister van financiën Christine Lagarde, laten weten, dat president Sarkozy van de onderhandelingstafel wegloopt als hij zijn zin niet krijgt op het punt van meer regulering van het financieel systeem. Meer toezicht moet voorkomen dat goed geld naar kwaad geld gebracht wordt. Vrij vertaald betekent dat: we gaan pas met meer geld strooien teneinde de economie te stimuleren als we zeker weten dat dat geld ook terechtkomt in de echte economie en niet blijft hangen op de balansen van banken, laat staan in de kassen van hedgefondsen.
De Japanse premier Taro Aso zorgde voor een tweede bedreiging van de top. Hij liet aan de vooravond in een interview met de Britse zakenkrant Financial Times weten dat Europa, vooral Duitsland, meer geld voor stimulering moet vrijmaken. De Japanse economie die jarenlang heeft gesudderd, is volgens Aso een goede les voor landen als Duitsland. Die les heet dan: niet pappen en nathouden, maar agressiever stimuleren dan nu het geval is.
De Franse en Japanse kritiek geven precies aan waar de top van de G20 mee worstelt. Wie gaat wat betalen en hoe voorkomen we dat landen die niet meedokken wel profiteren. Dat zijn geen onderhandelingen die via de website van Londonsummit.gov worden getoond overigens. Teneinde de kernvraag in ieder geval van een antwoord te voorzien, is in de uitgelekte concept slotverklaring daarvoor alvast een toverformule opgenomen: de G20 landen zullen zich committeren aan de tekst: „dat zij alles zullen doen dat nodig is om de groei van de economie te herstellen”. Voorstellen om bijvoorbeeld stimuleringspakketten af te spreken die een percentage vormen van de omvang van de economie zullen naar verwachting niet als bijlage bij de slottekst zitten.
Aan de vooravond van de G20 top kwam de Oeso, de organisatie van rijke industrielanden, met een lijstje van landen die nog ruimte hebben om grotere economische stimuleringpakketten samen te stellen. Landen als Japan, Italië, Griekenland, Ierland, IJsland, en Hongarije zitten aan hun limiet. Australië, Canada, Duitsland, maar ook Nederland en enkele Scandinavische landen en Zuid-Korea hebben nog ruimte om meer te doen. De VS en het Verenigd Koninkrijk voelen zich gesterkt door dit lijstje. De VS zullen vooral wijzen op Oeso-berekeningen die uitwijzen dat de VS inmiddels 5,5 procent van het bruto binnenlands product van 2008 voor economisch herstel hebben klaarstaan. Het gemiddelde van de andere Oeso-landen blijft steken op 2,5 procent.
In de schaduw van deze hoofdvraag zijn vast al wat teksten opgenomen die in ieder geval kracht uitstralen. Ongetwijfeld krijgen profiteurs van de crisis ervan langs. Belastingparadijzen zullen worden opgejaagd. Of dat gaat gebeuren met een schandpaal is nog zeer de vraag. De VS voelen wel wat voor een zwarte lijst met profiterende landen. In de praktijk van alle dag is de aanval overigens vanuit de VS al geopend op landen met een stringent bankgeheim. Een G20-verklaring met daarbij een zwarte lijst van belastingparadijzen zou voor de VS hooguit het bewijs zijn dat de rest van de wereld de klopjacht op de belastingontduikers en -ontwijkers steunt.
Voor sommige landen, zoals China, dat zijn grote dollarreserves heeft opgebouwd met handelsoverschotten, is het van groot belang dat de top van de G20 niet alleen aan korte termijn stimulering aandacht geeft, maar ook aan lange termijn stabilisering van het economisch systeem. De Chinese regering heeft vorige week nog geopperd naast de dollar een tweede reservemunt in het leven te roepen. Daarachter schuilt de vrees dat het scheppen van grote hoeveelheden dollars om de economie te stimuleren straks leidt tot grote inflatie en een waardevermindering van de dollar. Voor de VS is dat, als het gaat om het aflossen van schulden, gunstig. Zij lenen in dollars en betalen af in dollars. Voor landen met grote dollarreserves, zoals China en Rusland is dat ongunstig. Hun uitstaande leningen worden minder waard. Het ziet er niet naar uit dat de G20 dit probleem op lange termijn oplost. De nood van het heden overstijgt het belang de Chinese wens. Maar het is onvermijdelijk dat een volgende G20-top zich ook buigt over het opruimen van het slagveld dat de huidige crisis teweegbrengt. Een tweede reservemunt voor de wereld is nu een brug te ver, of liever gezegd een top te dichtbij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.