*

 

Gemaakt voor Bach

Christo Lelie − 11/02/09, 00:00

Na een jaar stoeien op het nieuwe orgel in de Dordtse Grote Kerk, is Cor Ardesch klaar voor de uitvoering van zijn levenswens: Bachs complete orgelwerken uitbrengen op cd.

  • Cor Ardesch achter het nieuwe Verschueren-orgel in de Grote Kerk in Dordrecht, waarop hij alle werken van Bach gaat opnemen. Ardesch vindt het theologische verhaal achter Bachs noten van groot belang: 'Bach blijft voor mij de vijfde evangelist' (Werry Crone/Trouw)

In 2007 werd een lang gekoesterde wens van organist Cor Ardesch vervuld: in de Grote Kerk te Dordrecht, waarvan hij sinds 1998 organist is, kreeg hij een gloednieuw, tweede orgel. Op dit compromisloos in barokstijl gebouwde koororgel kan hij eindelijk de werken van zijn favoriete componist Johann Sebastian Bach vertolken, wat op het romantische hoofdorgel in deze kerk vrijwel onmogelijk is.

Het kon niet uitblijven dat Ardesch op dit ’Bach-orgel’, zoals het wordt genoemd, Bach-opnamen zou gaan maken. Hij pakt het grondig aan: Ardesch gaat Bachs complete orgel-oeuvre uitbrengen in een cd-reeks die zestien tot twintig delen zal omvatten. Deel 1 kwam onlangs uit.

De opname, gemaakt door Aad van der Waal, mede-initiatiefnemer van dit ambitieuze cd-project, klinkt fantastisch. Ondanks de opmerkelijk brede orgelklank biedt de opname veel transparantie, zodat alle finesses van Ardesch’ gave, uitgewogen en verfijnde Bach-spel optimaal te horen zijn. Het Bach-orgel blijkt na ruim een jaar nog beter te klinken dan bij de oplevering. „Dat komt doordat het pijpwerk zich is gaan zetten. De klank is opmerkelijk gegroeid”, zegt Cor Ardesch.

Ardesch is zeker niet de eerste Nederlandse organist die zich aan het opnemen van de integrale Bach-werken waagt. Hij werd voorgegaan door Ewald Kooiman, Bram Beekman, Jacques van Oortmerssen, Ton Koopman en Eric Koevoets, die Bachs complete orgelwerken – of een substantiële selectie daaruit – vastlegden of daar nog mee bezig zijn. Op de vraag waarom hij hieraan nog een Bach-integrale meent te moeten toevoegen, antwoordt Cor Ardesch: „Genoemde collega’s namen hun serie op een groot aantal verschillende orgels op. Uniek van mijn uitvoering is dat ik uitsluitend het Dordtse Bach-orgel gebruik. De komst hiervan was voor mij dé motivatie om aan dit project te beginnen. Het is een uitdaging om al die verschillende stukken boeiend te vertolken op een en hetzelfde orgel, dat met 34 stemmen relatief klein is. De klank is desondanks rijk te schakeren. Ik kan bijvoorbeeld het plenum dat nodig is voor de monumentale preludiums en toccata’s wel op tien verschillende manieren laten klinken. Dat is ook echt een voorwaarde om te blijven boeien; een cd waarop je een half uur naar dezelfde plenumklank moet luisteren, zet je al gauw af.”

Nu Ardesch ruim een jaar met het Bach-orgel „heeft kunnen stoeien”, constateert hij dat hij ernaar is toegegroeid door te luisteren naar wat het instrument te vertellen heeft. „Ik vind het interessant te laten horen wat voor invloed dit op mijn Bach-spel heeft.” Ook de overdadige akoestiek van de Grote Kerk was sturend voor zijn speelwijze: „Hoewel dit orgel zeer helder klinkt, moet je met de negen seconden nagalm rekening houden in je tempokeuze en de wijze van articuleren. De weidse klank in combinatie met de rust die over het algemeen van Bachs muziek uitgaat ervaar ik als zeer weldadig.”

Ardesch stelt met nadruk dat het Dordtse Bach-orgel zeker niet het enige instrument in ons land is waarop je Bach verantwoord kunt spelen: „Zijn muziek is veel rijker dan één orgel kan zijn. We spreken van ’Bach-orgel’, maar eigenlijk is het gewoon een Verschueren-orgel. Nou ja, ’gewoon’? Het gaat om het enige orgel in ons land dat uiterst nauwkeurig ontworpen is naar voorbeelden van Bachs tijdgenoot Gottfried Silbermann. Omdat Bach Silbermann persoonlijk kende zijn de orgels van deze Saksische orgelmaker zeker representatief te noemen voor zijn muziek.”

„Verschueren heeft in de keuken van Silbermann gekeken. Hij heeft op basis van de nauwkeurig gekopieerde bouwwijze van drie van diens orgels een instrument gecreëerd dat in klank dicht bij de historische voorbeelden staat. Tegelijk is Verschueren in staat geweest er een eigen signatuur aan te geven. Bovendien onderscheidt het Bach-orgel zich van de voorbeeldorgels in Freiberg en Dresden, die als regel op balkons zijn geplaatst, doordat het op de begane grond staat. Dat levert een ander klankbeeld op. Overigens ben ik van plan om binnenkort naar Duitsland te gaan om de originelen van Silbermann nog eens te bespelen nu ik ruim een jaar op het Verschueren-orgel heb gespeeld, dit als een soort oriëntatie achteraf.”

De cd-reeks krijgt volgens Ardesch geen encyclopedische opzet. „Ik wil voorkomen dat je te maken krijgt met cd’s met uitsluitend werken uit Bachs beginperiode, zoals de Neumeister-collectie, waarin de latere grootheid van de componist slechts voorspeld wordt. Daarom stel ik per cd een evenwichtig recitalprogramma samen waarin ik de grote werken, zoals de toccata’s en sonates, afwissel met koraalvoorspelen en minder sterke, vroege werken.”

Ardesch verwacht dat hij minstens zes jaar nodig zal hebben om de reeks te voltooien. „Drie delen per jaar uitbrengen is het maximum. Zo’n cd opnemen is een enorme klus. Dan doel ik niet zozeer op het realiseren van al die noten, want met het nodige studeren lukt dat wel. Het gaat me vooral om de zoektocht naar het verhaal achter Bachs noten. Die kost veel tijd. Ik bestudeer zoveel mogelijk vakliteratuur en historische bronnen en vergelijk de diverse edities met kopieën van Bachs handschriften. Uit stukken waar meerdere van elkaar afwijkende versies zijn, maak ik een keuze. Zo maakte Bach in zijn Leipziger tijd revisies van koraalvoorspelen die hij eerder in Weimar had gecomponeerd. Het is leerzaam om na te gaan welke details hij daarin heeft veranderd. Als je ziet dat hij bijvoorbeeld een triller in de tweede versie weghaalt of naar een andere noot verplaatst, is het voor mij een logische conclusie dat zijn versieringsvoorschriften tamelijk bindend zijn. Met andere woorden: het vrijelijk toevoegen van versieringen, zoals veel barokspelers dat graag doen, lijkt mij bij Bach niet verantwoord.”

Naast muziekwetenschappelijke achtergronden vindt Ardesch het theologische verhaal achter Bachs noten van groot belang. „Het is fascinerend te zien hoe hij in zijn koraalbewerkingen de teksten muzikaal interpreteert, bijvoorbeeld in de partita’s ’O Gott, du frommer Gott’, die ik op deel 1 opnam. Het is evident hoe hij in iedere variatie de inhoud van een specifiek couplet muzikaal illustreert. Bach wijst de mensen een weg. Werken als ’Sei gegrüsset’ of ’Nun komm, der Heiden Heiland’ raken mij diep. Of neem de drie bewerkingen van ’Allein Gott in der Höh sei Ehr’ waarin Bach op onnavolgbare wijze God, Christus en de Heilige Geest belicht. Bach blijft voor mij de vijfde evangelist!”

mailIcon print |