opinie U kent dat wel, je bent gewoon op weg naar de dagelijkse aardappelen en de groente, misschien iets lekkers voor toe, en opeens duikt naast je het goede doel op. Je probeert het nog te negeren, ingespannen blijf je aan het slot van je fiets morrelen in de hoop dat het goede doel vanzelf weggaat, verdampt, of je doet of je in gedachten verzonken bent, afgesloten voor de buitenwereld, maar zo makkelijk laat het zich niet wegjagen.
’Hebt u even tijd,’ vraagt het goede doel. Nee, dat heb je niet maar het goede doel loopt al een eindje mee en voor je het weet wrijft het zichzelf onder je neus: CliniClowns, hulp voor dieren, executies in Iran, een kinderboerderij, hart-, long- en vaatziekten. En dan heb je natuurlijk al het doordeweekse goede doel, de dakloze met zijn krant, maar die kun je rustig negeren want die heb je drie weken geleden al een euro gegeven: nee, hou dat krantje maar. Dat-ie niet denkt dat je werkelijk iets van ’m koopt.
Goede doelen moeten het hebben van je muts. Hoe die staat. En of er wat extra munten in je broek rondzwerven. Ik was pas geleden zo slecht gehumeurd dat ik het goede doel enigszins afblafte. ’Nee, dat mag je niet,’ antwoordde ik op de vraag of hij even mocht. Ik schrok er zelf zo van dat ik direct mijn hand op zijn schouder legde en uitlegde dat ik vreselijke haast had. Nu moest ik ook als een speer door de winkel heen en bij buitenkomst doen alsof de duivel me op m’n hielen zat, om mijn vermeende haast waar te maken.
Ik hoorde tijdens mijn vlucht nog wat vaag geroep in de lucht: Nelson Mandela! Kinderen! Tijdens een vakantie in Mali, waar een hele meute goede doelen om ons heen krioelden in de vorm van om pennen en snoep bedelende schoolkinderen, nam mijn reisvriend, de diplomaat, eens de gelegenheid te baat om deze kinderen uit te leggen dat Nederland al een heleboel aan ontwikkelingshulp deed. Ze keken hem beduusd aan, alsof-ie een vreemd staatshoofd was dat hun huizen en gewoontes kwam vorderen, een beetje eerbiedig en verschrikt. Ik denk ook dat-ie het zelf niet helemaal begreep.
Goede doelen moet je voelen. In je portemonnee. In je hart. Een collectief goed doel dat op een of andere fiscale manier een duizendste van je inkomen opslokt, voel je niet. Ook de loterij, die beweert dat je goede geld mede naar nieuwe doelpalen of kleine toneelgezelschappen gaat, voelt niet als het juiste doel. Zelfs het tientje dat elke maand van je girorekening wordt afgeschreven om naar gehandicapte kinderen te gaan, geeft je allang geen goed gevoel meer. Een echt goed doel moet het hebben van je impuls, van je Samaritaanse moment.
Deze week werd bekend dat de goede doelen in 2007 heel wat minder geld hebben gekregen dan daarvoor en dat het in 2008 nog weer minder zal zijn. Dat betekent meer dan wat ook dat Neerlands muts de laatste jaren niet goed staat. Het beste en verstandigste doel is dan ook om ervoor te zorgen dat die muts weer een beetje beter komt te staan, dan volgen de andere doelen vanzelf wel. Zonder keepers, dat is het beste.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.