W.A. Wagenaar is emeritus hoogleraar psychologische functieleer en rechtspsychologie aan de Universiteit Leiden.
‘Een typerende reactie op ons boek kwam van een jurist, die zei: ’Jullie hebben het mis want jullie zijn geen jurist.’ Zonder ook maar één argument te noemen. De pretentie dat van buitenaf niemand mag zeggen dat iets fout is, vind ik schokkend. Zo’n reactie demonstreert nou precies de closed shop van de rechterlijke macht die wij aan de kaak stellen. We moeten af van het systeem dat alleen rechters het werk van rechters kunnen beoordelen. Want dat is de slager die z’n eigen vlees keurt.
In ons boek behandelen we acht rechtszaken waarin evidente fouten zijn gemaakt, in de bewijsvoering, in de verhoren. Als de rechters alert waren geweest, hadden ze die fouten gezien. Maar ze hebben zitten slapen. Dat er zaken fout gaan, vind ik op zich niet zo schokkend, iedereen maakt fouten. Nee, schokkend is dat fouten nooit rechtgezet worden. Een krant publiceert na een fout een rectificatie, of plaatst een nieuw artikel met nieuwe feiten. Een krant gooit met andere woorden nooit de deuren dicht, dat doet de rechterlijke macht wél. Daar bestaat geen zelfreinigend systeem.
Andere beroepsgroepen hadden vroeger ook dat gesloten front waar niemand tussen kwam en waar men elkaar de hand boven het hoofd hield. Hoogleraren of artsen, maar dat is goeddeels verleden tijd, juristen weten nog steeds die invloed van buitenaf af te weren.
De Schiedammer parkmoord is een van de acht zaken in het boek, het is echt schandelijk wat daar is gebeurd. Daar is iemand ten onrechte voor veroordeeld, Kees B, jaren heeft hij vastgezeten. Alleen doordat een medegevangene heeft bekend dat híj de dader was, is hij vrijgekomen. Maar Kees B. is nog nooit formeel vrijgesproken. Dat in deze zaak een gruwelijke fout is gemaakt, komt niemand over de lippen. Terwijl jarenlang de echte dader vrij heeft kunnen rondlopen en doorging met zijn misdrijven.
We bepleiten de instelling van een onafhankelijke revisieraad die strafzaken kan herzien. Nu is dat voorbehouden aan de Hoge Raad. Die kan een rechtszaak herzien als er een novum is, een nieuw feit. Maar die zelfde Hoge Raad is de instantie waarbij je in cassatie kunt gaan, het is de hoogste beroepsrechter. Die twee zaken, cassatie én herziening, zijn tegenstrijdig, die moet je scheiden en aan verschillende organen toevertrouwen. Ons voorbeeld is de Onderzoeksraad voor Veiligheid van Pieter van Vollenhoven, ook een zelfstandig bestuursorgaan. In zo’n revisieraad die wij voor ogen hebben zitten deskundigen, vogels van allerlei pluimage; de juristen nemen een minderheidspositie in – zo doorbreek je de closed shop.
Een mogelijkheid is ook dat we in dit land afstappen van de regel dat de minister van justitie een jurist is. Terwijl een minister van defensie vrijwel nooit een militair is. Dat werkt meestal ook verfrissend, zo iemand van buiten laat zich niet zo makkelijk inpakken door het wereldje. In Nederland komt een minister van justitie vaak met dezelfde dooddoeners op de proppen als waarmee het justitie-apparaat schermt. Maar ik vrees dat ons voorstel niet veel kans maakt.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.