*

 

Doodeng, die sneeuwpop

Harriët Salm − 07/02/09, 00:00

Sneeuwpoppen kunnen er met zo’n halve grijns van kiezelstenen en een kromme viezige winterpeen als neus best eng uitzien. Zeker als de dooi inzet en dat gezicht wegsmelt en vervormt. De Noor Jo Nesbü – bekend van onder meer ’De roodborst’ en ’De verlosser’ – gaat een fikse stap verder en maakt er ware duivels van.

Elk jaar, als de eerste novembersneeuw valt, verschijnt ergens in de tuin van een Noors gezin een soort omineuze, verschrikkelijke sneeuwman, ogen gericht op het huis. Zijn slachtoffer is steevast de, altijd overspelige, vrouw des huizes. Zij verdwijnt plots.

Wie zit hierachter? Typisch een klus voor Harry Hole, Nesbü’s vaste inspecteur. Hole is een echte thrillerinspecteur: altijd aan zijn sombere werk, verlaten door vriendin die toch weer opduikt, vechtend tegen de drank. Toegegeven, een beetje een clichéfiguur. Maar een lege huls is hij zeker niet. Harry is een karakter van vlees en bloed; hij gedraagt zich geregeld onmogelijk, vooral tegen zijn bazen, maar weet ook hoe kinderachtig dit is. Tijdens zo’n woordenwisseling herinnert hij zich bijvoorbeeld hoe zijn ex hem meldde ’dat hij eigenlijk geboren had willen worden met een extra middelvinger die de hele tijd rechtop stond’. Zo’n vent dus.

Onorthodox is ook zijn speurwerk te noemen. Ditmaal roept hij bijvoorbeeld hulp in van een professionele pokerspeler. De kunst van dat spel is blijkbaar exact te kunnen zien of iemand bluft of niet. De pokerman volgt vervolgens een tv-debat waarin Hole zelf en de mogelijke ’sneeuwman’ optreden. Hij hoopt dat de spelletjesspecialist kan zien of zijn verdachte de waarheid spreekt of liegt.

Als altijd weet Nesbü de lezer voortreffelijk bij de zoektocht naar de moordenaar te betrekken. Telkens lijkt de oplossing nabij, maar ligt het toch weer anders. Als je eindelijk doorhebt wie de sneeuwman is, volgt nog een daverend slot. Smullen.

mailIcon print |