Frankrijk houdt bij hoog en bij laag vol dat zijn steun aan de auto-industrie geen protectionisme is. Maar de Europese Commissie is daar nog niet zeker van.
De Franse premier François Fillon zei gisteren in Brussel dat zijn steunplan niets bevat dat protectionistisch van aard is. „We kennen de gevaren van protectionisme”, zei Fillon. „We staan vooraan om dat te bestrijden.
De Franse staat wil zes miljard euro lenen aan Renault en Peugeot Citroën, omdat die bedrijven anders slechts tegen heel hoge kosten terecht kunnen bij banken. „We vragen alleen dat ze gedurende de looptijd van de lening geen fabrieken sluiten in Frankrijk, want je kunt de belastingbetaler niet vragen om zes miljard uit te lenen terwijl er fabrieken dichtgaan”, zei Fillon.
Zijn gastheer, voorzitter Barroso van de Europese Commissie, kon nog niet reageren op de bewering van Fillon. Hij zei dat de commissie (in dit geval Neelie Kroes van concurrentiezaken) de Franse steun nauwlettend zal bestuderen.
Eerder zei de woordvoerder van Kroes dat de eis dat er geen Franse fabrieken mogen sluiten, wel illegaal kan zijn. Want die zou Renault en Peugeot Citroën kunnen aanzetten om wel fabrieken te sluiten in andere EU-landen. Barroso: „We moeten er zeker van zijn dat nationale steunplannen geen schadelijke effecten hebben voor andere Europese landen.”
Maar volgens Fillon hebben andere landen voordeel van de Franse staatssteun. „Als Renault en Peugeot Citroën die leningen niet zouden krijgen, zouden hun fabrieken in Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Slovenië niet kunnen voortbestaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.