De Farc liet onlangs zes gijzelaars vrij. Nog eens 22 militairen en agenten wil ze ruilen tegen 500 Farc-leden. Maar die willen dat helemaal niet.
Vier controles, een fouillering en registratie met foto en vingerafdrukken; binnenkomen is een hele toer in La Picota, de grootste en best beveiligde gevangenis van de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. Eruit komen is nog veel moeilijker. In La Picota zitten de gevaarlijkste guerrillastrijders van Colombia.
Of zaten, want steeds meer rebellen deserteren in de cel. Ze willen niet meer vechten, ontvoeren en afpersen, maar zich inzetten voor vrede en verzoening. Ruim de helft van de 2000 Farc-gevangenen in Colombia zou al zijn ’gedemobiliseerd’.
„We willen ons verzoenen met de Colombianen en onze familie. En we willen de slachtoffers die we zelf hebben gemaakt helpen hun verdwenen familieleden te vinden,” zegt Raul Agudelo. De 39-jarige Farc-commandant zit 40 jaar cel uit wegens rebellie en afpersing. Toen hij hoorde dat hij op het verlanglijstje van de Farc stond om te worden uitgeruild, richtte hij ’Handen voor de Vrede’ op, een organisatie van spijtoptanten onder gevangen rebellen van de Farc en de andere guerrillabeweging, de ELN. In de ’spreekkamer’ van La Picota, een smoezelig hok van twee bij vier, betuigt Agudelo spijt. „Niet van mijn idealen. Wel van de pijn die we veroorzaakten.”
In iets meer dan een jaar groeide Handen voor de Vrede uit tot meer dan duizend leden. „Wij kunnen bijdragen aan de oplossing van het conflict,” zegt Alejo Peláez (33), die 63 jaar straf uitzit. „Er zitten hier commandanten, er zijn mensen met veel informatie.”
Peláez, die als 9-jarig ventje guerrillastrijder werd, houdt zijn echte naam geheim. Voor zijn celgenoten verzwijgt hij zijn deelname aan Handen voor de Vrede. Spijtoptanten worden beschouwd als verraders en bedreigd door trouwe Farc-gevangenen. De beweging heeft totale controle in de gevangenis. Het binnensmokkelen van een wapen is gemakkelijk en een moord is zo gepleegd.
Agudelo ziet zich niet als verrader. Integendeel: de organisatie liet hém juist vallen. „Geen advocaat, geen geld, niets. Wij hebben de Farc niet verraden, de leiders hebben óns verraden.”
Met de ’demobilisatie’ vanachter de tralies hopen de Farc-rebellen in aanmerking te komen voor de wet ’Gerechtigheid en Vrede’. Die voorziet in een strafbeperking tot een maximum van 8 jaar in ruil voor het afzweren van de wapens en een onvoorwaardelijke medewerking met justitie. De wet was eigenlijk bedoeld voor strijders die vrijwillig hun wapens inleveren. Vorig jaar april werd zij per decreet verruimd voor gevangen rebellen, maar het is nog niemand gelukt er gebruik van te maken.
Agudelo laat zich niet uit het veld slaan. Als voorschot op de deelname aan de wet proberen hij en andere spijtoptanten vanuit de gevangenis familieleden van verdwenen gijzelaars te helpen met informatie over het lot van hun geliefden of de locatie van massagraven. En hij heeft alweer een nieuw onorthodox idee: het doneren van bloed van gedemobiliseerde Farc-rebellen. Voormalige vijanden die bloed geven aan militairen en politieagenten die in gevechten gewond zijn geraakt, als daad van verzoening. Het motto? „Geen druppel bloed meer voor de oorlog.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.