Tot twee maanden geleden dacht ondernemer Pijnenburg nog dat de recessie wel mee zou vallen. Nu is zijn 40 jaar oude bedrijf in een totale verlamming gegleden.
„Nooit eerder” heeft William Pijnenburg, directeur-eigenaar van metaalbedrijf AAE in Helmond, dit meegemaakt. „We zijn in een totale verlamming gegleden. Bedrijven weten niet meer wie ze zijn en hoe het verder moet. Het zelfvertrouwen is weg. Alsof we allemaal zitten te wachten tot er iemand opstaat en zegt ’zo gaan we het doen’. We zijn overrompeld dat onze klanten vrijwel zonder nieuwe producten kunnen.”
AAE, wereldspeler in fijnmechanische onderdelen en machinebouw en toeleverancier van onder andere chipmachinefabrikant ASML, Philips, de auto- en voedingsindustrie, heeft net als veel ondernemingen in zijn sector te maken met een ongekende vraaguitval. Nooit eerder registreerde het Centraal Bureau voor de Statistiek zo’n daling in omzet en productie bij de Nederlandse industrie als afgelopen december. Het meer dan 40 jaar oude bedrijf van Pijnenburg, die tot voor twee maanden nog verwachtte dat de industrie snel zou opkrabbelen, voelt nu ook de klappen. „Deze recessie is veel dieper en sneller, een nieuw fenomeen waar we niet goed weten hoe daarmee om te gaan.”
Met de vorige recessie, begin deze eeuw, zag het bedrijf in een paar maanden de helft van zijn orders geannuleerd. Toen kwam AAE er dankzij „een ingebakken overlevingsdrang” sterker en innovatiever uit en werd daar zelfs voor onderscheiden met de ’Make it in Holland Award’. Nu is het volgens Pijnenburg erger. Opnieuw is zijn belangrijkste drijfveer zijn 130 mensen aan het werk houden en zorgen voor continuïteit. „AAE is gezond. Met twee onderdelen gaat het minder, de twee andere onderdelen waar het goed gaat, kunnen dat opvangen. Onze medewerkers zijn flexibel en begrijpen de situatie. Als leerbedrijf hebben we extra leerlingen aangenomen. Werknemers die volgend jaar met de vut gaan en nu wat ruimte overhebben, kunnen hun kennis aan hen over te dragen, zodat we als het straks beter gaat daaruit kunnen putten. Hoewel we alles op alles zetten om goed te blijven draaien, sluit ik echter niet uit dat we misschien werktijdverkorting moeten aanvragen. Maar dat is geen schande.”
Dat de schuld van de hele malaise bij de banken ligt, die kredieten zouden weigeren, wil Pijnenburg nuanceren. Zijn huisbankier moest hij „wel een spiegel voorhouden”, maar uiteindelijk kreeg hij het benodigde krediet. „Iedereen moet een duit in het zakje doen, de werknemers, de toeleveranciers, de klanten én de banken. Ze zijn schakel in de keten, dragen verantwoordelijkheid en moeten zich niet daaraan willen onttrekken. ”
Banken, bedrijven, ze zijn volgens Pijnenburg op dit moment erg intern gericht. „Je bent bezig het werk anders in te richten, je probeert met creativiteit je mensen aan de slag te houden en wat aan opleiding te doen. Geen ondernemer wil medewerkers aan het bureau met de vraag wat zal ik nu eens gaan doen. Maar heel veel ondernemingen zitten in de houdgreep.”
Volgens Pijnenburg is het belangrijk dat de industrie gaat ’omdenken’ en de positieve kanten aan de crisis ziet. „Er is de kans om duurzamer en minder verkwistend te werken. Het is ongelooflijk dat Amerika nu denkt aan elektrische auto’s. Onze regering zou daaraan veel eenduidiger richting moeten geven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.