*

 

De tijd van de kermis is voorbij

Edwin Koopman − 07/02/09, 00:00

Sinds zes jaar stuurt Colombia militairen en politie naar gebieden waar het lang afwezig was. Het verdrijven van

  • (Trouw)

Puerto Toledo ligt er troosteloos bij. De straten zijn leeg. Bordelen, discotheken en gokhuizen zijn dichtgetimmerd, de eigenaars zijn vertrokken. Op een stoepje zitten werkloze mannen te kaarten.

„Vroeger was het hier één grote kermis”, zegt Ernesto Guajado, eigenaar van een bar zonder klanten. „Zelfs midden op de dag waren al die discotheken open.” Dat waren de tijden van de guerrilla. De bevolking verdiende goed aan de verbouw van coca, de grondstof voor cocaïne. De opbrengst werd verbrast in bars en bordelen. „Nu de coca weg is ligt alles op zijn gat.”

Puerto Toledo –houten huizen, golfplaten daken, onverharde straten, drie uur stroom per dag– ligt in La Macarena, een uniek natuurgebied van 34.000 vierkante kilometer in het centrum van Colombia. Maar ook is het de wieg van de guerrillabeweging Farc. Hier staan de kampementen van de commandanten, hier verbergen ze hun gijzelaars. Uniek oerwoud maakte er plaats voor coca, de grondstof voor cocaïne. Wie niet meedeed of kritiek gaf, werd geëxecuteerd. President ülvaro Uribe, sinds 2002 aan de macht, begon aan een herovering van het gebied. De oostelijke helft van La Macarena is nu onder controle van de militairen. In de andere helft zit de Farc nog.

Twee jaar duurden de gevechten om Puerto Toledo maar nu is het rustig. Té rustig. „Iedereen is vertrokken,” zegt Guajado. „Van de 10.000 inwoners zijn er 2000 over.”

Na het verjagen van de guerrilla begon het vernietigen van de coca-velden. Eerst door te besproeien, later met de hand. Duizenden dorpelingen protesteerden, want coca was hun enige bron van inkomsten. Ook Guajado verdiende als cocaplukker een dubbel maandsalaris. Van zijn spaargeld kocht hij een jaar geleden de bar, maar die loopt voor geen meter.

„Ze hebben de coca vernietigd en nu staan we er alleen voor”, zegt Jesus Alveiro uit het dorp Santo Domingo, ook in La Macarena, waar de guerrilla pas acht maanden weg is. „Het is goed dat de coca weg is, maar we moeten er wel iets voor in de plaats krijgen.” Vroeger werd de coca gratis opgehaald en ze verdienden er een dubbel inkomen mee. Nu moeten boeren moeten opnieuw leren maïs en cacao te verbouwen. Kredieten voor zaaigoed zijn moeilijk te krijgen. Bijna niemand heeft machines. Sommige families hebben een goede maïsoogst dit jaar, maar ze kunnen het niet transporteren als gevolg van de slechte wegen.

„Als de regering dat geld van de oorlog eens in ontwikkeling zou stoppen”, zegt veehouder en middenstander José Antonio Martínez, „dan zou niemand meer naar de guerrilla lopen.” Ook hij ziet de slechte weg als belangrijkste probleem. ülvaro Balcázar, die het officiële ontwikkelingsprogramma in La Macarena leidt, erkent het probleem, maar wijst ook op de verbeteringen. Zo kreeg Puerto Toledo een nieuwe brug, dat scheelt zes uur omrijden. La Macarena is uniek, zegt Balcázar, „juist omdat er veel overleg is met de bevolking.”

Maar het wantrouwen is nog groot. Decennialang zijn de bewoners door Bogotá genegeerd. Nu komt de overheid eindelijk, en dan halen ze de enige lucratieve inkomstenbron weg. Terugwinnen van het vertrouwen blijkt minstens zo moeilijk als de militaire overwinning op de guerrilla. De Farc zat hier dertig jaar. Veel dorpelingen hebben familie bij die organisatie. Anderen vrezen represailles en geloven niet in de bescherming door de militairen. „Tot voor kort verkochten ze ons nog geen blikje frisdrank,” zegt een soldaat. „Ze geloven nog niet dat we zijn gekomen om te blijven.”

mailIcon print |