*

 

Groen wonen als medicijn

Seada Nourhussen − 07/02/09, 00:00

Mensen die bij bossen, parken of weilanden wonen, voelen zich gezonder, concludeert socioloog Jolanda Maas in haar promotieonderzoek. ’Vitamine G’ helpt bij

  • (Trouw)
  • De bosrijke omgeving van de Veluwe. ( FOTO KOEN VERHEIJDEN)

Haar conclusie is een klein beetje een open deur, bekent Jolanda Maas, socioloog van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel). Maas, die deze maand bij de Universiteit Utrecht promoveert op haar proefschift ’Vitamine G’, weet dat in de publieke opinie allang de gedachte heerst dat bomen en planten goed zijn voor de algehele gesteldheid. „Maar het is eigenlijk nooit echt wetenschappelijk bewezen dat groen gunstig is voor de gezondheid”, zegt Maas. Om er beleid en stedenbouw op te kunnen baseren, moeten er data zijn. Daarom wilde ik een directe relatie leggen tussen woonomgeving en gezondheid.”

Uit het promotieonderzoek van Maas blijkt dat mensen die in het groen wonen (90 procent van de omgeving in een straal van een kilometer moet dan groen zijn) minder vaak bij de huisarts komen voor diabetes, longaandoeningen, astma en duizeligheid. In een gebied met weinig ’Vitamine G’ (10 procent in een straal van een kilometer groen) voelen anderhalf keer zoveel mensen zich ongezond. Maas: „Dat bossen en andere groene gebieden als buffer werken tegen bijvoorbeeld fijnstof, zou een verklaring kunnen zijn waarom mensen op die plekken minder last hebben van hun luchtwegen. Verder tuinieren mensen in het groen vaker dan mensen in stedelijke gebieden. Bewegen doen mensen in het groen niet meer dan stadsmensen, maar als ze de fiets pakken leggen ze wel vaker lange afstanden af.”

Daar staat tegenover dat bijna 90 procent van de plattelandhuishoudens een auto heeft, rekende het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2006 uit. In de stad bijna 75 procent. Een derde van de plattelandhuishoudens heeft meer dan één auto, in de stad is dit 16 procent. „Voorzieningen zoals winkels en bioscopen zijn in groene gebieden vaak ver weg en de auto staat vaak voor de deur”, aldus Maas.

Het meeste effect hebben bossen, parken en weilanden op de psychische gesteldheid, zegt de promovenda. Want mensen die midden in het groen wonen hebben volgens Maas ook minder last van depressies, angststoornissen, eenzaamheid en, het allerbelangrijkst, stress. Maas: „Mensen die dichtbij het groen wonen verwerken stress rond een sterfgeval bijvoorbeeld beter dan mensen die in een stad wonen. Er zijn minder prikkels en er is meer plek voor rust, midden in het groen.” Die geestelijke gezondheid heeft weer invloed op de lichamelijke gezondheid. „En daarvoor hoef je niet eens in een bos te wandelen. Je hoeft er maar naar te kijken, dat helpt al. Zo herstellen mensen in een ziekenhuis sneller wanneer ze uitzicht hebben op groen. Dus je hoeft maar af en toe aan groen blootgesteld te worden om er gezonder van te worden.”

Maas pleit daarom voor een gezondheidszorg die meer rekening houdt met de helende werking van groen. „Ziekenhuizen en verpleeghuizen zouden standaard een binnentuin moeten hebben waar bewoners rust kunnen vinden. Huisartsen kunnen patiënten vaker aanraden een wandelingetje te maken in het bos.”

Ook zou stedelijke ontwikkeling meer ruimte moeten geven aan bomen en planten. „In steden moet de nadruk niet liggen op klein groen zoals perkjes, maar op kwalitatief hoogstaande parken en stadsbossen waar mensen goed kunnen bewegen. Meer groen kan helpen bij het verminderen van de stijgende ziektekosten, zeker met het oog op het toenemend overgewicht.”

mailIcon print |