*

 

Drees junior zei het al: AOW wordt onhoudbaar

Door: redactie − 13/02/09, 00:00

Al een kleine 25 jaar voorzag een commissie onder leiding van oud-minister Willem Drees junior problemen met de AOW. Deze oudedagsvoorziening zou niet houdbaar zijn als steeds minder werkenden de uitkering voor steeds meer ouderen op zouden moeten brengen.

  • (Trouw)

De kabinetten-Lubbers konden in de jaren tachtig de uitkering nog bevriezen, maar er is geen politicus die daar nog aan begint na de opstand van de ouderen tegen het CDA in 1994.

In de jaren negentig was juist alles erop gericht vooral de AOW-gerechtigden gerust te stellen en het signaal af te geven dat de AOW bij politici in goede handen was.

Het eerste paarse kabinet kwam daarom met het AOW-spaarfonds: elk jaar wordt geld in een apart fonds gestort om daarmee uiteindelijk op het hoogtepunt van de vergrijzing de AOW te betalen.

Maar het fonds is eigenlijk niet veel meer dan een boekhoudkundige truc. Met het geld in het fonds worden schuldpapieren van de Nederlandse staat gekocht. Op het moment dat er dus uitkeringen uit het fonds aan AOW’ers moeten worden betaald moet de staat haar eigen schuldpapier aflossen en stijgt dus weer de staatsschuld met hetzelfde percentage als er tot die tijd was afgelost.

Het AOW-fonds speelt in de discussies over de houdbaarheid van de AOW terecht geen rol meer. Wel werd er menig verbale oorlog gevoerd over de vraag of AOW-gerechtigden in de toekomst niet zelf dienen mee mee betalen aan de collectieve oudedagsvoorziening.

Toch is ook dat deels een schijndiscussie. In 1997 werd al besloten de AOW-premie aan een maximum te binden van 17,8 procent. Alles wat er meer nodig is, wordt betaald uit de overheidsbegroting.

Door die maatregel wordt nu al 20 procent van de uitgaven voor de AOW uit de begroting betaald. Die 20 procent wordt met andere woorden door werkenden èn gepensioneerden via de belastingen opgebracht.

Dat aandeel wordt de komende jaren alleen maar groter. Rond 4 procent van het BBP, berekende het Centraal Planbureau, rond twintig miljard euro.

Doordat steeds meer aanvullende pensioenen tijdens de vergrijzing tot uitkering komen staan tegenover die extra uitgaven ongeveer extra belastinginkomsten van eenzelfde omvang.

Het kabinet wilde een paar jaar geleden beginnen wat te doen aan de AOW door een overschot op de begroting te creƫren, een spaarpotje voor de zwaardere tijden.

Nu dat niet meer lukt, komt de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd, waar Drees midden jaren tachtig al voor pleitte, alsnog op de politieke agenda. Een verhoging met een maand per jaar vanaf 2011 zorgt ervoor dat iemand die in 1964 geboren is uiteindelijk op zijn 67ste recht op AOW krijgt.

De overheidsfinanciƫn zouden er met een dergelijke maatregel opeens veel gezonder uitzien. Na 2011 komt geld vrij, dat nu in de projecties voor het begrotingsbeleid nog naar de AOW gaat. Dat geld kan al eerder worden ingezet, zo wordt in het kabinet gedacht. En zo krijgt Drees door omstandigheden, die ook hij niet kon voorzien, alsnog gelijk.

mailIcon print |