*

 

Moslimbroederschap leidt protest tegen Gazabeleid

Eduard Padberg − 12/01/09, 00:00

Verwensingen aan het adres van Israël zijn geen probleem in Egypte. Maar als daar kritiek op de regering bij komt, is het meteen gedaan met de vrijheid om te betogen.

De Al-Azhar moskee is omsingeld wanneer de gelovigen naar buiten komen na het vrijdaggebed. Honderden agenten in zwarte uniformen staan in het gelid rond de belangrijkste moskee van Egypte, de plek waar de Egyptische religieuze beweging traditioneel haar stem laat horen.

Buiten geldt een samenscholingsverbod. Binnen mag de politie officieel niets doen, maar is ze wel ruimschoots aanwezig. Ook zonder uniform zijn ze, door hun arrogante blik en nonchalante houding, gemakkelijk te onderscheiden van de moskeebezoekers.

Dus als na het gebed de mannenmassa in de marmeren binnenplaats leuzen inzet, kijkt iedereen alert om zich heen. „Wij geven onze ziel, ons bloed, voor Gaza”, wordt nog getolereerd. Maar de volgende leus is gericht tegen de Egyptische president, Hosni Moebarak. „Weg met Moebarak”, sterft een zachte dood. Zonder duidelijke aanleiding, maar iedereen weet waarom.

„In Europa demonstreert men massaal”, weet Mahdi, een 24-jarig lid van de verboden Moslimbroederschap, de islamitische organisatie waaruit de in Gaza regerende Hamas ooit is voortgekomen. „Het zijn onze broeders die sterven, maar wij mogen onze stem niet laten horen.”

In Alexandrië, ver van de paleizen van Caïro waar dit weekend diplomatieke onderhandelingen voor een nieuw staakt-het-vuren plaats vinden, werd vrijdag wel gedemonstreerd, door vijftigduizend Egyptenaren, aangevoerd door parlementsleden van de Moslimbroederschap. Met spreekkoren boden zij hun excuses aan. „Het spijt ons, Palestijnen. Wij zouden de grens open gooien. Maar het is niet in onze handen.”

Mahdi kijkt om zich heen, en bepaalt kennelijk dat de afstand tussen hem en de starende politieagenten groot genoeg is. „We zijn woedend. Het liefst zouden we zelf naar Gaza gaan om te vechten tegen de Joden. Maar hier is geen vrijheid. Moebarak laat het niet toe.”

Mahdi vindt dat Egypte meer voor de Palestijnen moet doen. Humanitaire hulp en zorg voor gewonde Palestijnen op Egyptisch grondgebied, is volgens hem niet genoeg.

Een groepje nieuwsgierige jongens, die het gesprek tot nu toe zwijgend hebben gevolgd, daagt Mahdi uit. „Wat kan Egypte doen? De grens openen? Ben je gek ofzo. Dan krijgen we hier ook oorlog.”

De jongens werken op de toeristenmarkt naast de Al-Azhar moskee. „Als de toeristen wegblijven, stort het land in. Er is misschien geen vrijheid in Egypte, maar we hebben tenminste te eten.”

Hoewel een groot deel van de Egyptenaren de schuld van de oorlog bij Hamas, en diens aanhoudende raketaanvallen op Israël, legt, groeit vanuit de andere Arabische landen de kritiek op Egypte.

Dit weekeinde klonken uit talloze moskeeën in de hele Arabische wereld beschuldigingen aan het adres van het Egyptische regime wegens heulen met de vijand.

Het ’bewijs’: Een dag voor de aanval op Gaza bracht de Israëlische minister van buitenlandse zaken Tzipi Livni een bezoek aan Egypte, waardoor de schijn werd gewekt dat Egypte de aanval heeft goedgekeurd, of er in ieder geval van afwist.

De afgelopen weken werden door het hele Midden Oosten Egyptische diplomatieke missies belegerd. Hassan Nasrallah, de leider van de sjiitische Hezbollah partij in Libanon, deed een beroep op het Egyptische volk om zelf de grens te openen.

Hassan Asfoer, politiek commentator en voormalig minister van de Palestijnse autoriteit, doet de kritiek op Egypte af als ’Perzische propaganda’.

„Egypte kan de grens niet openen”, vertelt de Gazaan op zijn kantoor in Caïro. „We moeten ons niet laten chanteren door Iran, de geldschieters van Hamas en Hezbollah.”

Volgens Asfoer is Egypte, ondanks zijn natuurlijke aversie tegen Hamas, de enige die met alle partijen om de tafel kan en speelt het land een sleutelrol in de onderhandelingen voor vrede.

„Hamas is afhankelijk van Egypte, en dat weten ze heel goed. De Arabieren moeten hun onderlinge geschillen bijleggen en een eigen front vormen. Anders wordt de Palestijnse droom nooit werkelijkheid.”

mailIcon print |