*

 

Berouw komt na de zonde

Adri Vermaat − 12/01/09, 00:00

„Ik vind het heel erg dat dit is gebeurd”, hakkelt de man (24) omstandig, voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank. „Zo ken ik mijzelf niet. Over de gevolgen heb ik helemaal niet nagedacht. Achteraf besef ik dat het nóg erger had kunnen aflopen.”

De blozende verdachte, die één keer eerder, vanwege een gevalletje van heling, met justitie in aanraking kwam, legt de aanleiding én zijn boosheid uit. Die ontstond nadat een vriend en voormalige kamerhuurder van hem in gebreke bleef door een kleine lening en een huursom, samen een paar duizend euro, niet af te lossen. De vriend beloofde voortdurend aan zijn verplichtingen te zullen voldoen, maar vond telkens een smoes die tot hernieuwd uitstel van betaling leidde.

Pogingen van verdachte om de zaak te regelen via de, voor hem toegankelijke, stiefvader van zijn gewezen maat, liepen op niets uit. „Ook hij kreeg niet voor elkaar dat ik mijn geld eindelijk ving”, legt de verdachte de rechters uit. „Ik heb toen met iemand afgesproken dat we naar het huis van die wanbetaler zouden gaan en dat we hem daar buiten zouden opwachten. We zouden ervoor zorgen bij hem binnen te komen en dan zijn laptop of een ander duur voorwerp meenemen. In ruil voor het geld dat ik tegoed had van hem, zou hij dat spul dan later terugkrijgen.”

De ’overval’ op de wanbetaler liep fiks uit de hand. Toen deze nietsvermoedend zijn woning naderde, voelde hij een mes op zijn keel gezet. „Ik maak je dood”, hoorde hij roepen. Hij herkende meteen zijn belager en riep: „Nee, nee, we gaan niet naar binnen. Ik ga betalen”. De punt van het mes werd op het midden van zijn keel gezet en de huissleutels vielen op straat. Hij voelde een stekende pijn, afkomstig van een kopstoot of een klap. Bloedend viel hij op de grond. Naderhand werd in zijn hals een wond van vier bij zes centimeter gehecht.

In het reclasseringsrapport wordt de verdachte een ’oprechte jongen’ genoemd, die nog steeds ’boos is over de betalingen en de leugens’ van zijn voormalige vriend. De verdachte is volgens de onderzoekers ’niet agressief’ en de kans op recidive wordt ’laag’ ingeschat. Letterlijk heeft hij gezegd: „Als ik die jongen nog eens tegenkom, loop ik om hem heen.”

De officier van justitie houdt vast aan poging tot doodslag en afpersing en eist een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan zes voorwaardelijk.

De advocaat vindt dat zijn cliënt eerder ’mishandeling’ ten laste kan worden gelegd. De rechtbank veroordeelt de man uiteindelijk tot 24 maanden cel, waarvan acht voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar.

mailIcon print |