„Zo kitscherig als een villa uit een James Bondfilm”, zo omschreef de Franse architect en kunsthistoricus Jean-François Cabestan de verbouwingsplannen van het mythische stadspaleis Hôtel Lambert. Cabestan is lid van de schoonheidscommissie die waakt over het architectonisch erfgoed van Parijs. De leden steigerden toen ze in december het vierduizend pagina’s tellende verbouwingsplan onder ogen kregen.
Sinds vorig jaar is het stadspaleis eigendom van sjeik Hamad bin Khalifa Al-Thani, de emir van het golfstaatje Katar. Die besloot flink werk te maken van zijn Parijse pied-à-terre, gelegen op de kop van Île Saint-Louis, één van de twee eilandjes in de Seine. Er moest liften komen, het klassieke timmerwerk zou verdwijnen en de ontelbare slaapkamers moesten allemaal een eigen badkamer krijgen. Onder de tuin zou een parkeergarage worden aangelegd en in de karakteristiek gebogen muur die de tuin scheidt van de straat, wilde de sjeik een extra toegangspoort.
Het zeventiende-eeuwse Hôtel Lambert is niet het eerste de beste Parijse stadspaleis. De kunsthistoricus Claude Mignot sprak in dagblad Le Monde van ’de parel in de kroon van Parijs’.
Het werd tussen 1640-1644 gebouwd door de architect Louis le Vau. Die zou later grote roem verwerven met het chateau Vaux le Vicomte, één van de mooiste kastelen van Frankrijk. Als niet minder spectaculair gelden de wandschilderingen van de zeventiende-eeuwse meester Charles le Brun. „Hôtel Lambert”, zo stelde Voltaire, „was een huis voor een koning-filosoof.” De achttiende-eeuwse verlichtingsdenker kon het weten: lange tijd woonde hij er zelf.
In de negentiende eeuw was het in handen van een Poolse prins en kwamen de componist Chopin en de schrijfster George Sand er geregeld. Tot 2004 werd het bewoond door Baron Alexis de Rédé, die er in de jaren vijftig een serie legendarische feesten organiseerde, zoals het Bal des Têtes (1956), waarbij de toen nog onbekende ontwerper Yves Saint Laurent zich mocht uitleven op de kapsels van de gasten. Daarmee vertegenwoordigt Hôtel Lambert de geschiedenis van Parijs zelf.
Intussen is de kwestie rond de verbouwing uitgedraaid op een openlijke ruzie tussen Bertrand Delanoë, de socialistische burgemeester van Parijs, en Christine Albanel, de rechtse minister van cultuur. Albanel had al toestemming gegeven en wachtte op het groene licht van het stadhuis. Maar op advies van de schoonheidscommissie heeft de burgemeester besloten een stokje te steken voor de verbouwing.
Hij schreef in een brief aan de minister dat de plannen ’een serieuze bedreiging’ vormen voor het perfect geconserveerde monument. Eerder liet het stadhuis doorschemeren dat Albanel een loopje met de regels neemt, omdat zij de goede diplomatieke betrekkingen tussen de Franse regering en Katar niet op het spel wil zetten. Albanel reageerde furieus op de beschuldigingen en antwoordde vorige week dat haar enige criterium het belang van het nationaal erfgoed was.
Een definitieve beslissing is nog niet genomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.