Soms wekt het argwaan, de wildgroei aan groene producten en diensten. Zo rees afgelopen jaar onder een deel van de inmiddels 2,7 miljoen Nederlandse afnemers van groene stroom de vraag: waar komt het vandaan, worden we genept?
De schone bronnen die onze groene stroom via aangekochte certificaten garanderen, staan in het buitenland. Typerend: Nederland ontpopt zich tot veelbelovende proeftuin – met stroom uit tonnen kippenpoep en zonnepanelen als ware het inpakpapier – maar in de eigen vraag naar schone energie kan Nederland bij lange na niet voorzien.
Dit jaar kan een keerpunt zijn. Dat is vaker aangekondigd, maar de mondiale financiële crisis maakt een verschil. Niet alleen omdat een omslag naar schone energievormen een antwoord op werkloosheid biedt en investeringen de economische motor een zwengel geven.
Essentiëler is de parallel tussen de verachting van graaicultuur in de financiële sector en afkeer van graaicultuur in kolenmijnen en gasvelden. Behoedzaam vooruitdenken wint terrein.
Zo zijn crisis en duurzaamheid onlosmakelijk verbonden. Niet voor niets werd in de Tweede Kamer geopperd om eventuele winst uit de kersverse Nederlandse ’staatsbanken’ te besteden aan schone energievoorziening. Curieus, hoe een financiële ramp het langverwachte turbinepark van 600 megawatt in de Noordzee dichterbij brengt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.