*

 

Euro ontpopt zich tot baken in woelige tijden

Jan Kleinnijenhuis − 03/01/09, 00:00

De financiële crisis maakt de euro populairder dan ooit. Tien jaar na de invoering van de (girale) gemeenschapsmunt kan vooral Nederland blij zijn met de euro.

Bij het vormen van zijn kabinet, twee jaar geleden, leek het er nog op dat de Tsjechische premier Mirek Topolanek de invoering van de euro het liefst zou schrappen en op zijn minst tot 2010 uit te stellen. Op Nieuwjaarsdag kondigde Topolanek echter aan dat hij de munt het liefst zo snel mogelijk invoert. Voor 1 november moet er een datum geprikt zijn.

De omslag van de nieuwe EU-voorzitter is te begrijpen. In drie maanden tijd verloor de Tsjechische kroon ongeveer 20 procent van zijn waarde ten opzichte van de euro. Noodzakelijke importen worden zo een stuk duurder, en de overheid moet forse rentetoeslagen betalen om op de kapitaalmarkt te kunnen lenen. Beleggers eisen in deze tijden nu eenmaal een flinke opslag voor het risico dat een land de schuld niet kan terugbetalen.

Voor de overheden van de landen die de euro al hebben ingevoerd, betekent de gemeenschappelijke munt een aantal voordelen in de turbulente financiële omstandigheden. Zo is het risico dat de eigen munt in waarde daalt verdwenen, zodat beleggers daarvoor geen extra rente op overheidsschuld eisen. Bovendien leidt de ondertekening van het Stabiliteits- en Groeipact ertoe dat de regeringen niet excessief lenen om de begroting op orde te houden. Zo wordt het risico op wanbetaling door overheden fors teruggedrongen. De groepsdruk van de landen onderling heeft tot gevolg dat de regels redelijk worden nageleefd, waardoor de rente ook lager uitkomt.

Voor Nederland is de invoering van de euro in het licht van de kredietcrisis een zegen. De gulden kent weliswaar een geschiedenis als sterke en stabiele munt, maar dankte dat in grote mate aan de koppeling aan de Duitse mark. Als kleine economie met een relatief grote financiële sector hadden de wereldwijde zorgen over de positie van banken de geloofwaardigheid van de overheid flink kunnen aantasten. Nederland schommelt rond de twintigste plaats op de lijst van grootste economieën, maar is qua grootte van financiële instellingen de wereldwijde nummer zeven.

Een internationaal verlies aan vertrouwen dat de overheid haar schulden kan terugbetalen, heeft in deze extreme omstandigheden een flink hogere rente op de overheidsschuld tot gevolg, waarvan veel nodig was voor de redding van Fortis/ABN Amro en de ondersteuning van met name ING. IJsland heeft dat aan den lijve ondervonden toen beleggers het vertrouwen verloren dat het land de miljardenschulden van zijn banken kan garanderen. Over de vraag of minister Bos het benodigde bedrag in guldens had kunnen lenen, en wat dat met de waarde van de munt had gedaan, hoeft in Nederland gelukkig niet te worden nagedacht.

Dat wil niet zeggen dat beleggers de jonge euro zoveel vertrouwen toekennen dat alle deelnemende landen nu exact hetzelfde, lage rentetarief betalen als bijvoorbeeld Duitsland. Er kan immers altijd een land besluiten de Unie te verlaten, of de regels aan zijn laars te lappen. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis en de gestegen leenbehoefte van verschillende overheden lopen de rentetarieven steeds verder uit elkaar.

mailIcon print |