opinie Het begint al een beetje gewoonte te worden, maar toch heb ik er met zeldzaam genoegen naar zitten kijken: het NHL Winterfestival, op 1 januari uitgezonden door CBC, de nationale Canadese televisieorganisatie die zo veel ijshockeybloed door de aderen heeft stromen.
Verleden jaar nog was ik kinderlijk verbaasd toen ik de 72.000 kou lijdende toeschouwers in Buffalo zag. Overigens klaagde niemand over die Spartaanse omstandigheden waaronder men naar het ijshockey moest kijken, sterker: men was trots een kaartje gescoord te hebben voor deze speciale wedstrijd.
Eergisteren kwam het spektakel uit Chicago en zagen ’slechts’ 41.808 mensen in het stadion de wedstrijd tussen de Chicago Blackhawks en de Detroit Red Wings. Er werd gespeeld op een kunstijsbaan die aangelegd was in het beroemde Wrigley Field, de thuishaven van de Chicago Cubs, een honkbalclub.
De marketeers van de NHL gaan steeds verder in hun pogingen hun sport in vooral de USA te verkopen.
In Canada zelf ligt dat anders, want daar vinden vaak wedstrijden in de open lucht plaats. Een Canadees jongetje groeit op met koude klauwen; hij weet niet beter.
Door de keuze van het historische honkbalveld knoopten de organisatoren twee Noordamerikaanse sporten aan elkaar.
Chicago was gedurende de laatste dagen van 2008 omgetoverd tot ijshockeystad nummer één in de wereld. De plaatselijke bevolking kon overal schaatsen en tegen een puck slaan en (uiteraard): kopen, kopen en nog eens kopen. Shirts, trainingspakken, caps, gesigneerde sticks*het kon niet op.
Volgens de plaatselijke pers was het winterfestival een groot succes. Tienduizenden bezochten de binnenstad waar, volgens de politie, nauwelijks rottigheid werd uitgehaald. Iedereen leek plezier te hebben en dat was precies wat die marketeers met hun festival willen bereiken: door hun sport dient een good feeling door de stad te trekken, een ouderwets gevoel van ’een zijn’ in een steeds harder wordende wereld.
Dat de kou in dezen helpt, lijkt logisch. In Chicago vroor het behoorlijk en de wedstrijd werd gespeeld bij vier graden onder nul, met een gevoelswaarde van min twaalf. Kou brengt mensen dichter bijeen.
In het stadion gebruikte men uiteraard de bekende brown bag, de zak die men om een fles met alcohol heeft als onbedekte flessen officieel verboden zijn. Ook het feit dat iedereen in dikke parka’s, petten, hoeden en mutsen gekleed was, gaf het plaatje iets schilderachtigs, te meer daar tegen het slot van de wedstrijd (Detroit won: 4-6) een dunne sneeuwval het beeld een Dickens-achtige sfeer meegaf.
Groots en bijna meeslepend was de seventh inning stretch, het beroemde zingen dat juist in dit stadion zo beroemd is geworden. Nu zongen beroemde ex-spelers van de Blackhawks, de Red Wings en honkballers van de Cubs de beroemde woorden samen: ,,Take me out to the hockeygame, Take me out with the crowd* Buy me some peanuts and crackerjacks, I don’t care if I ever get back..”
De aanblik van de spellers, de dure profs, die blij naar het opgetogen zingend publiek stonden te kijken (sommige spellers zongen uit volle borst mee) deed me beseffen dat er nog hoop is. We hoeven elkaar niet af te tuigen en er hoeft geen politiemacht aan te pas te komen om een sportwedstrijd op leuke manier bij te wonen. Net zoals verleden jaar in Buffalo was er ook in Chicago geen ’blauw’ te zien. De koude regelde veel en langzamerhand krijgt de sportfan toch het idee dat vreedzame existentie veel leuker is dan het kannibalisme van de voetbalhorden elders op dees aarde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.