Oordeel niet te snel over Israël. Wij hoeven niet te leven met Hamas-raketten. De Israëlische bombardementen op de Gazastrook worden alom als buitenproportioneel bestempeld, zo ook in Trouw.
Zowel in het hoofdcommentaar als in een opiniestuk door Europarlementariër Tijs Berman en publiciste Tineke Bennema wordt de operatie afgekeurd en gepleit voor hervatting van het vredesproces.
De vraag is echter: wat is proportioneel? Mag Israël alleen terugschieten met even primitieve raketten als Hamas? Mag het maar evenveel doden en gewonden veroorzaken als Hamas doet? En geldt dat dan alleen voor burgerdoden of ook voor strijders? Mag Israël pas aanvallen nadat Hamas een school vol kinderen heeft getroffen?
Er bestaat geen norm in het oorlogsrecht dat een aangevallen partij, slechts eenzelfde hoeveelheid geweld mag gebruiken. Daarmee zou het immers welhaast onmogelijk worden voor landen zich met succes te verdedigen tegen andere staten, laat staan tegen guerrillalegers of milities.
Hamas heeft sinds Israëls terugtrekking uit de Gazastrook in 2005 meer dan 6000 raketten en mortiergranaten op Israëlische steden en dorpen afgevuurd, waarvan zo'n 3000 in het afgelopen jaar. Het doel was zoveel mogelijk mensen te doden en verwonden en het zuiden van Israël onleefbaar te maken. Ondanks het kleine aantal fatale slachtoffers maken de raketten een normaal leven voor honderdduizenden mensen onmogelijk. De raketten worden steeds beter en kunnen nu ook de steden Ashdod en Beersheva bereiken, waar meer dan een half miljoen mensen leven.
Israël heeft lang gewacht met haar offensief vanwege het risico op burgerslachtoffers. Jarenlang heeft de regering de druk van rechts en van de bewoners in het betroffen gebied weerstaan. Dat het huidige offensief de extremisten en rechts in Israël in de kaart zou spelen, is dan ook onjuist.
Hamas is een extremistische groepering, die uit is op het ’bevrijden’ van Palestina door middel van de Jihad. Zolang Hamas deze doelstelling heeft, is vrede onmogelijk en valt alleen te praten over weer een wankel staakt-het-vuren. Een verzwakt Hamas zal eerder concessies doen aan de Palestijnse Autoriteit (PA) van president Abbas en dat zal de vrede bevorderen. Wellicht kan een staakt-het-vuren na Israëls operatie vergezeld gaan van de eis de macht in Gaza met de PA te delen en de situatie vóór de machtsovername van Hamas te herstellen. Regeren vergt per definitie het sluiten van compromissen en gaat niet samen met gewapend verzet. Hamas moet kiezen of het een politieke partij of een militie wil zijn. De internationale gemeenschap moet dan ook weigeren met Hamas te praten zolang zij het geweld niet afzweert.
De schuld en verantwoordelijkheid voor de huidige escalatie wordt geheel bij Israël gelegd. De bouw in nederzettingen moet inderdaad stoppen, net als de corruptie en het wanbestuur in de PA en het verheerlijken van geweld in Palestijnse media. Beide partijen moeten hun extremisten harder aanpakken. De EU en Nederland moeten daarin een constructieve rol spelen en niet van Israël eisen dat het onderhandelt met groeperingen die geweld tegen burgers als middel beschouwen om hun doel te bereiken.
Het is van hieruit makkelijk oordelen over wat Israël moet doen om tot vrede te komen. Maar het zijn Israëlische burgers die jarenlang door Hamas-raketten worden beschoten.
Ratna Pelle, medewerkster van website Israel-Palestina Info.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.