*

 

Frans en Greetje

Paul Teunissen − 03/01/09, 00:00

In zijn boek ’In de beste families’, dat deze maand verscheen, beschrijft Paul Teunissen onder meer het leven van Frans Loomans, wiens vrouw Greetje op vroege leeftijd

Verzorgingstehuis Lidwina lag op vijf minuten fietsen van hun huis. Greetje zou een eigen kamer krijgen, om te voorkomen dat ze steeds aan een nieuwe kamergenote zou moeten wennen. Met de meeste bewoners scheelde ze zeker dertig jaar.

Frans had slechte verhalen gehoord over verpleeghuizen waar de bewoners bewust in te lage stoelen werden gezet zodat ze niet overeind konden komen, en waar ze uit voorzorg kalmerende medicijnen kregen.

„O wee als jullie Greetje achter onze rug om medicijnen geven en we verandering zien in haar karakter, dan krijgen jullie een lastige aan de Loomannetjes.”

Zijn oudste zoon legde sussend aan de arts uit dat ze nare ervaringen hadden met de medicatie voor moeder.

„Ik wil niet dat ze de hele dag als een zak aardappelen op bed ligt”, benadrukte Frans. „Als ik eraan twijfel, dan laat ik een bloedmonster nemen!”

„We hebben een mooie kamer voor jou”, zei hij tegen Greetje toen hij thuiskwam. „Daar mag je logeren.”

„Leuheuk.” Ze stapte de tuin in en riep: „Ik ga logeren.”

Nog dezelfde dag begon hij haar spullen uit te zoeken. Haar favoriete stoel, een tafeltje, een paar schilderijtjes waar ze altijd aan gehecht was geweest.

Het weekeinde bracht hij de spullen naar het tehuis. Met grote letters plakte hij haar naam op de deur van haar kamer, en een foto van Greetje. Al die grote grijze deuren leken op elkaar. Logisch dat die oudjes verdwaalden.

De avond voor haar verhuizing pakte Frans samen met Greetje de koffers in. Hij liet haar meehelpen, zodat ze beter zou begrijpen wat er stond te gebeuren. Twee koffers met kleren, sieraden en make-upspullen. Greetje had erom gelachen dat ze zoveel mee zou nemen.

Die laatste nacht sliep Frans nauwelijks. Om zes uur stond hij op. Twee uur later wekte hij Greetje. „Kom liefje, we gaan je vandaag naar je logeeradres brengen.”

Hij hielp haar in haar favoriete jurk. Hij wist als geen ander hoe ze er het liefst uitzag. Nog één keer maakte hij haar haren nat met de plantenspuit, zodat hij ze beter in model kon brengen. Greetje schaterde het uit.

Om negen uur zaten ze kant en klaar te wachten op de jongens. De koffers stonden bij de buitendeur. Drie koppen koffie had hij al op. Voor de zoveelste keer liep hij naar het raam. Hij begon op Greetje te lijken, bedacht hij. In de voortuin hoopten de gevallen bladeren zich op. Al weken had hij er niets aan gedaan. Dat was vroeger wel anders geweest. Greetje had de tuin graag op orde. „Toe Ajaantje, ruim voor mij even die bladeren op.” Die koosnaam had ze al tijden niet meer gebruikt.

De jongens hadden beloofd om vroeg te komen, maar stonden pas tegen twaalven op de stoep. Frans wilde tegen ze uitvallen, maar Greetje was al naar buiten gelopen en stond bij de auto te zwaaien naar de buren.

Op de parkeerplaats voor Lidwina pakte Greetje hem met twee handen bij de arm, alsof ze voelde dat er iets onherroepelijks stond te gebeuren. Aan alle tafels zaten mensen te praten. Vrolijke meiden duwden oudjes in hun rolstoel door de hal.

„Hallo, ik kom logeren”, zei Greetje.

Frans zag haar ogen alle kanten op flitsen. Ze had graag mensen om zich heen. Het hoofd van de afdeling wilde haar een hand geven, maar Greetje spreidde haar armen en drukte haar aan haar borst.

Ze liepen langs de tafels naar haar kamer. Als een roofvis graaide ze snel een koekje uit de trommel van een verbaasde meneer.

„Greetje, dat mag toch niet”, zei Frans. Hij pakte het koekje uit haar hand en legde het terug.

Bij de deur van haar kamer wees Frans naar haar foto. „Kijk, dit is jouw kamer.”

Ze pakten samen alle spullen uit en legden deze netjes in de kast. Frans ging op het bed zitten en schommelde met zijn voeten.

„Lekker hoog, zodat je er makkelijk uit kunt.”

Toen ze alles hadden uitgestald, nam Frans zijn zoons even apart.

„Als jullie het niet erg vinden, dan ga ik als eerste weg.”

Hij wilde niet meemaken hoe zijn zoons afscheid namen van hun moeder. Daarna omhelsde hij Greetje.

„Nou liefje, ik ga, veel plezier. En denk eraan: We beginnen elke ochtend met een*”

„* lach.”

mailIcon print |