*

 

Dit jaar herdenken we de grote jongens

Peter van der Lint − 03/01/09, 00:00

Met de komst van een nieuw jaar zijn er ook nieuwe jubilarissen. De laatste jaren lijkt het ’gedoe’ rondom grootheden die een jubeljaar hebben te vieren, toegenomen.

De commercie springt er met graagte op in en musea, concertorganisatoren, orkesten, operagezelschappen doen naar believen mee. Criticasters voeren aan dat artistiek leiders en programmamakers lui en gemakzuchtig worden van al die sterf- of geboortejaarherdenkingen.

Dat is misschien deels waar, maar moeilijk vol te houden gezien de inventiviteit en durf waarmee op sommige plekken componisten herdacht worden. Afgelopen jaar vierden we de 100ste geboortedag van Olivier Messiaen en de 150ste van Giacomo Puccini. Vooral de concerten rondom de muziek van Messiaen sprongen in het oog.

Het Koninklijk Concertgebouworkest programmeerde een intrigerende reeks concerten, andere orkesten – zoals het Residentie Orkest – lieten zich niet onbetuigd en De Nederlandse Opera had in Amsterdam én in Londen (Proms) groot succes met Messiaens Heilige Franciscus-opera. Maar ook kleinere gezelschappen en organisten wierpen zich op de toch nog steeds als ’moeilijk’ ervaren muziek. Opvallend dat iemand als Messiaen wereldwijd zo enthousiast herdacht werd; dat is voor iemand van ’slechts’ 100 jaar oud best een overwinning.

Messiaen die in de canon van klassieke componisten wordt ingelijfd als het ware; en wij zijn erbij.

Jubeljaren drijven op grote namen. Dat componisten als Ysaÿe (geboren in 1858), Diabelli (gestorven in 1858), De Sarasate en Rimsky-Korsakov (beiden gestorven in 1908) nauwelijks aandacht kregen, heeft met hun status binnen die canon te maken, al is het wel vreemd dat Rimsky-Korsakov zo vergeten werd. Een interessante figuur waaraan nog meer te ontdekken valt dan zijn ’Shéhérazade’, ’Capriccio espagnole’ of ’Vlucht van de hommel’. Wie kent bijvoorbeeld zijn prachtige Pianotrio in c-klein?

Met de jubilarissen van dit nieuwe jaar is wat dat betreft niets mis. Het zijn allemaal grote jongens: Henry Purcell, Georg Friedrich Hündel, Franz Joseph Haydn en Felix Mendelssohn-Bartholdy. Rondom deze muzikale planeten cirkelen nog wat kleinere manen als Spohr, Albéniz, Bloch, Villa-Lobos en Martinu; zij allen hebben iets te vieren.

De grote namen zullen op bijzondere wijze aan bod komen, wereldwijd, maar vooral ook in hun respectievelijke biotopen: Londen, Eisenach en Leipzig. Misschien een tip voor ’luie’ programmeurs. Purcell, Hündel, Haydn en Mendelssohn componeerden alle vier minstens één Te Deum. Daar moet een mooi programma mee te maken zijn. O ja – ze komen pas kijken, maar vieren dit jaar wel hun 50ste geboortedag: Theo Verbey, James MacMillan en Willem Jeths. De grote jongens van straks.

mailIcon print |