*

 

Mijn vriend is een slons

Beatrijs Ritsema − 03/01/09, 00:00

Beste Beatrijs, Ik ben een man van 37 en woon sinds een jaar samen met mijn vriend. Het adagium van onze relatie is: je bent goed zoals je bent, en doe vooral de dingen op je eigen manier.

Dit principe werkt prima met grote beslissingen als het zoeken naar een appartement, het inrichten ervan en het boeken van een vakantie. Juist als we elkaar zo veel mogelijk ruimte geven, komen we tot een gemeenschappelijke keuze waarmee beide partijen gelukkig zijn. Alleen met de kleine, dagelijkse dingen wil het niet zo lukken. Ik ben precies, hou van orde en een opgeruimd huis. Mijn partner is rommeliger en ziet veel dingen gewoon niet. Vandaar dat ik me regelmatig erger aan pannen die niet goed afgewassen zijn, lampen die een hele dag voor niets branden en sleutels die altijd kwijt zijn. Moet ik nu denken: dit hoort bij hem, hij is nu eenmaal anders dan ik en dat geeft niet? Of moet ik toch schoolmeesterachtig worden door briefjes op te hangen en hem op pietluttige zaken te wijzen? Eigenlijk stuit het me tegen de borst, maar tegelijkertijd ondervind ik hinder in het dagelijkse leven van zijn rommel.

Mijn vriend is een slons

Beste mijn vriend is,

Bijna alle relaties lijden in meerdere of mindere mate aan dit euvel, omdat het zelden voorkomt dat mensen dezelfde maatstaven voor orde erop nahouden. Er is er altijd een die er meer kaas van gegeten heeft dan de ander. Belangrijk is dat beiden erkennen dat het zo ligt. Uw partner ziet minder rotzooi. Dat is op zichzelf niet erg, als hij maar wéét dat hij er minder oog voor heeft. Als hij erkent dat u de baas bent in dit opzicht, dan kunt u samen afspreken dat u hem af en toe opdrachten mag geven, zonder dat dit tot ruzie leidt. Tenslotte ondervindt uw vriend ook baat bij uw ordelijke instelling. Door uw toedoen hoeft hij niet in een puinhoop te leven. Als tegenprestatie gaat u er zo min mogelijk van uit dat hij spontaan met stofzuiger en dweil aan de slag zal gaan. Dat zal hem niet lukken. U moet het eens worden over de taakverdeling in huis, waarbij u de kapitein bent, omdat u het beste overzicht heeft. De taken die hij verkeerd of te slordig doet, neemt u voor uw rekening (dan gebeurt het in ieder geval goed) en voor de rest mag u hem opdrachten geven: wil jij de vuilniszakken even buiten zetten? Kun jij straks de flessen in de glasbak gooien? Wil je je vuile kleren van de grond oprapen en in de wasmand gooien? Een verzoek van mens tot mens op het moment zelf werkt beter dan het ophangen van briefjes met aanmaningen voor de toekomst. Met schriftelijke communicatie behandelt u uw vriend als een onmondige. Als uw vriend het met deze taakverdeling eens is en zich bereid verklaart om zonder morren mee te helpen, scheelt dat allicht in de rotzooi. Nog steeds zal het licht blijven branden, omdat hij het vergeet uit te doen. Nou ja, niets aan te doen. Hij zal nog steeds regelmatig z’n sleutels en agenda kwijt zijn. Maar dat is meer zijn probleem dan het uwe.

Beste Beatrijs,

Ter ere van mijn verjaardag had ik zes personen uitgenodigd om te komen lunchen. Allemaal boven de 75 jaar. De koude schotels met salades en brood had ik van tevoren al op tafel gezet. Als voorgerecht heb ik soep geserveerd. Daarna ging ik naar de keuken om nog een paar warme gerechten uit de oven te halen. Bij mijn terugkomst in de kamer was iedereen al eten op het bord aan het scheppen. Ik vind dit heel onfatsoenlijk, omdat ik als gastvrouw nog in de keuken stond. Is dit overdreven van mij?

Gehecht aan decorum

Beste gehecht aan,

Het hoort zonder enige twijfel bij de goede tafelmanieren om niet uit eigen beweging het eten aan te vallen, maar te wachten tot de gastvrouw/heer hiertoe het sein heeft gegeven. Uw gasten betoonden zich iets te gretig. Kennelijk zag het eten er zo aantrekkelijk uit dat zij zich niet konden bedwingen. Voor uw eigen gemoedsrust kunt u deze faux pas beter rangschikken onder het hoofdje ’complimenten voor de kookkunst’ dan onder ‘onbeleefdheid’. Deze roze bril stemt u wellicht wat vergevingsgezinder, want het kwaad is toch al geschied.

Beste Beatrijs,

Dit jaar hadden we met ons gezin, dat bestaat uit mijn ouders, mijn zus en ik (beiden eind dertig), besloten om het jaarlijkse kerstdiner bij mijn zus te vieren. Dit was een praktische oplossing, omdat de vriend van mijn zus als bijna-veganist het liefst zelf kookt. Dat spaart discussie en ongemakkelijke momenten. De vriend van mijn zus, met wie ze ongeveer een jaar een relatie heeft, is een stuk ouder dan zij en heeft drie volwassen kinderen, die tot mijn verrassing ook bij het kerstdiner aanwezig waren. Een van hen had ik al eens eerder vluchtig ontmoet, de andere twee zag ik voor het eerst. Ik was niet zo blij met deze opzet. Ik had graag het kerstdiner met ons eigen gezin en eventuele partners willen vieren. Ik zie geen reden waarom de kinderen van mijn zwager zomaar bij de familie horen. Mijn zus en haar vriend wonen niet samen; ik heb niets met die kinderen. Moet ik maar accepteren dat er kennelijk geen behoefte is aan een gezamenlijk kerstdiner als gezin?

Teleurgesteld over gezinskerst

Beste teleurgesteld over,

U was met Kerstmis op bezoek bij uw zuster. Haar geliefde, met wie ze niet samenwoont, was zo aardig om een heel kerstdiner te koken voor zijn schoonfamilie. En dan vindt u dat hij zijn eigen kinderen niet had mogen uitnodigen voor zijn eigen kerstdiner? Als ik u goed begrijp, stond u uw zwager genadiglijk toe om als een soort onbezoldigde kok in andermans huis alle lasten te dragen van eten inkopen, uren in de keuken staan en daarna met zijn vriendin de zaak opruimen, maar volgens u ging hij de fout in toen hij zijn eigen kinderen aan de dis liet aanschuiven. Voor hen had de herberg gesloten moeten blijven. U bent wel heel ver weggedreven van de kerstgedachte om samen met een aantal dierbaren, hoe bij elkaar geraapt ook, in vrede de maaltijd te delen. Bij een kerstdiner gaat het toch niet om het uitsluiten, maar om het ruimhartig insluiten van mensen?

mailIcon print |